De rit naar Pemuteran
Met een pips gezicht kwam Nick vanmorgen vertellen dat er geen Jimny was en dat we een andere ‘normale’ auto zouden krijgen voor onze road trip. Toen we ons er al bij hadden neergelegd en langs het kantoor van de man gingen waar we de auto bij hadden besteld, kregen we te horen dat als we nog een uurtje zouden wachten, er een Jimny ‘vrij’ kwam. Nick was dolenthousiast en dus zaten we even later in Casa Luna te genieten van een heerlijke cappucino, de eerste – en voor Nick de tweede – in twee maanden! Een uurtje later zaten we in onze Jimny op weg naar het Noorden van Bali. Het was druk op de weg, aangezien het de tweede dag was van het heilige feest. Vooral op het bergweggetje naar de tempel met de weerspiegeling stonden we een tijd in de file. Het kon ons verder niet zo veel schelen, totdat we een heel stijl stuk op moesten en onze Jimny het niet meer trok. Onze arme Jimny had te weinig vaart door de file om de berg op te komen en was midden op het stijle stuk afgeslagen. Daar stonden we dan, met onze Jimny op de handrem en we konden geen kant op. Gelukkig kwam er na een tijdje een politieman aangesneld die ons een stukje naar beneden loodste waarna we vanaf een minder stijl stuk konden proberen vaart te maken en de berg op te komen. Godzijdank lukte dat, anders waren we echt in de aap gelogeerd haha. De rest van de rit verliep prima en de kronkelende bergweggetjes vormden een leuk en moeilijk parcour voor Nick. Toch redelijk uitgeput kwamen we aan in Pemuteran, het dorpje van waaruit we het nationale park gaan bezoeken. We reden direct naar het enige hostel uit de lonely planet welke nog enigzins tot de budget hotels behoort. We werden niet heel hartelijk verwelkomd. Alhoewel we vannochtend op de website van het hotel hadden gezien dat een standaard kamer 150.000 roepie was, vroeg het meisje achter haar bureautje 200.000. Wij lieten het hier natuurlijk niet bij zitten, want de kamers waren het ten eerste niet waard, ten tweede is het inmiddels geen hoogseizoen meer, ten derde bleek hun gratis internet kapot te zijn en ten vierde vonden we het hun eigen verdiende loon aangezien ze vertelden dat de prijs al jaren hoger was en het dus nog dommer was dat ze hun website al die tijd niet hebben aangepast en als laatst was ze zo chagrijnig dat wij dan ook zo vervelend worden en niet voor minder in de kamer gaan. Nederlanders kennen een harde leerschool. Ze wilde de kamer uiteindelijk wel voor 150.000 geven als we het maar niet tegen andere gasten zouden zeggen. Het mooiste was nog dat we bovendien alleen maar een continental breakfast mochten ter compensatie van de lagere prijs, alhoewel het indonesische en amerikaanse ontbijt maar 4000 roepie duurder waren, nog geen 30 eurocent! En dan vinden ze toeristen muggenzifters..Na de onderhandeling met het chagereinige indonesische meisje maakten we een afspraak bij de duikschool die aan het hotel vast zat om morgen te gaan duiken in het nationale park. Terwijl de zon onderging en de hemel zich vulde met prachtige kleuren liepen we over het strand, tot aan een hotel waar we niet meer verder konden lopen. Hier vroegen we wat informatie over het nationale park en de spa aan een superaardige jongen achter de receptie, een wereld van verschil met ons eigen hotel. ‘s Avonds aten we barracuda in de warung naast ons hotel waar we overigens een heel apart gerecht op de menukaart vonden, namelijk chicken with sweat en sour sauce, wat ons er bijna toe leidde te vragen aan de serveerster met wiens z’n zweet de saus wordt gemaakt. Twee jongens brachten ons aan het einde van de avond een prachtige serenade aan onze tafel, die speciaal voor ons ‘you look wonderPull tonight’ van Eric Clapton voor ons zong. Het was ontzettend aandoenlijk, vooral omdat de jongen de engelse woorden compleet verkeerd uitsprak, maar desalnietemin wel romantisch.
Duiken en wandelen in Taman Nasional Bali Barat
Na de volgende morgen vol walging de meest vieze pannekoek ooit te hebben gegeten, een soort hele dikke eierkoek met ananas er in, vertrokken we met onze gids Firman richting het nationale park waar we zouden gaan duiken. Met een voor ons luxe bootje werden we naar het eiland gebracht dat bekend staat om zijn mooie koraal. Onderweg konden we Java in de verte zien en zelfs de vulkaan Ijen die wij daar beklommen hebben. Bij het eiland aangekomen, gingen we direct in zee voor onze eerste duik. Er bleek geen woord gelogen over dit eiland, want het koraal was werkelijk prachtig. Het hoogtepunt was toch wel de grote eagle ray die we voorbij zagen ‘vliegen’. Na een heerlijke nasi en wat rust op het eiland gingen we naar onze tweede duikplek, die eveneens erg mooi was. Het leek wel op een prachtige tuin, maar dan onderwater. Terug in het hotel boekten we een gids die ons de volgende dag zou rondleiden in het nationale bos, monsoon forest genaamd. Daarna gingen we eveneens naar het strand om nog maar eens te genieten van de prachtige natuur, al was deze strandwandeling iets minder aangenaam. We zagen namelijk een paar meter verderop een silhouet van een persoon, waarvan we eerst dachten dat het gewoon iemand was die daar zat te chillen. Toen we verder liepen bleek het silhouet een man die zich in het openbaar zat af te trekken, waar ik eigenlijk wel van schrok. Stom genoeg verwacht je niet dat je dit ook kan overkomen op Bali. In het hotel waar we gister zo gezellig hadden gekletst met het aardige personeel namen we een vruchtensap en even later onze eerste pasta en pizza sinds een hele lang tijd. Het was lekker maar viel wel als een bom op onze maag.
‘s Morgens werkten we onze toast – het enige andere wat we konden bestellen naast de vieze pannenkoek – met moeite weg. Achteraf gezien was het misschien maar goed dat we geen amerikaans of indonesisch ontbijt konden krijgen, want de keuken zag er echt heel smerig uit. In de loop van de ochtend namen we eerst een heerlijke massage bij het hotel met het aardige personeel, een heerlijke verwennerij. Compleet ontspannen vertrokken we rond half twee ‘s middags met onze gids naar het mansoon forest, waar hij ons drie uur heeft rondgeleid. Eerst gingen we langs een mangrovebos vol met makaken, wat erg mooi was. Het bos was erg droog en het was erg apart om het pad van de rivier, dat nu droog lag, te belopen. Heel vluchtig zagen we een leguaan en een grote eekhoorn. We waren steeds op zoek naar de black monkeys – we konden er niet echt achterkomen wat de gids hiermee bedoelde, maar we liepen steeds braaf achter hem aan, de berg op, midden door het bos, een weg banend door plaatsen waar duidelijk niet veel mensen komen gezien het ontbreken van een pad. Uiteindelijk vonden we de zwarte apen wel. Ze bleken veel groter dan de zwarte gibbons en het was heel bijzonder om hun lichamen steeds door het bos te zien voorbij schieten. Toen we eenmaal op de trap stonden van een tempel waar we als laatste naar toe zouden gaan, hadden we een prachtig uitzicht over het bos en zagen we in de verte de troep zwarte apen die we beneden hadden gezien van boom naar boom springen. Waarschijnlijk zochten ze een andere weg, aangezien wij hun weg hadden geblokkeerd, aldus de gids. Boven bij de tempel waren een heleboel makaken te vinden die daar op zoek zijn naar eten. De makaken rondom dit soort bezienswaardigheden zijn vaak aggressief, iets wat ze is aangeleerd door de toeristen en zelfs inwoners, die hun eten geven. Onze gids vertelde in de tempel de bekende legende over het ontstaan van de tempel, dat erg leek op het verhaal van romeo en julia. Hij had het in zijn verhaal continu over de ‘frish’, de persoon die de tempel bewaakte, al begrepen we later toen hij het had over ‘fraying’ (praying) dat hij eigenlijk ‘priest’ bedoelde. We vinden het wel erg merkwaardig dat indonesiers de ‘f’ vervangen voor een ‘p’ – zo zeggen ze seapood in plaats van seafood – omdat ze de ‘f’ blijkbaar niet kunnen uitspreken, maar vervangen andersom ook de ‘p’ voor een ‘f’. We zijn er nog steeds niet over uit hoe het kan dat ze beiden letters blijkbaar wel kunnen uitspreken, maar ze de letters continu omdraaien, maar dat is misschien een leuk klusje voor een taalwetenschapper. ‘s Avonds gingen we eten bij Small Warung Nasi, waar we weer ouderwets konden genieten van lekker goedkoop indonesisch eten. Al met al vonden we het park echt prachtig, vooral het duiken, zeker een plek om aan te raden!
Pemuteran – Amed
De laatste ochtend in Pemuteran kregen we gelukkig voor de laatste keer toast geserveerd van het meest onvriendelijke en chagerijnige personaal van Bali en vertrokken we vroeg richting Amed. Van het uiterste puntje in het westen naar het meest oostelijk puntje op Bali. In Lovina dronken we een overheerlijke ijskoffie aan het strand met uitzicht op allerlei zeilbootjes, het ideale vakantiegevoel. Vlak voor Amed besloten we nog een keer de uitdaging aan te gaan met onze Jimny, die we weer de berg opstuurden naar een dorp waar je prachtig uitzicht hadden over de Balinese Oostkust. Weer sloeg de Jimny een keer af op een stijl stuk, maar desalnietemin haalde we na een tweede poging uiteindelijk toch de top. Na het avontuur hadden we wel trek gekregen en aten we nasi bij een warung van een alleraardigst vrouwtje die ons liet zien hoe ze de nasi klaar maakte. Echte Indonesische nasi is niet moeilijk bleek, je moet er gewoon zes verschillende soorten flessen met o.a. kecap manis, sesamolie en andere smaakmakers in doen.
Eenmaal in Amed stopten we bij de Three Brothers, een hotel dat in de lonely planet stond beschreven als een leuk budget hotel aan het strand. Het hotel bleek echter onderverdeeld te zijn tussen de drie broers en bovendien waren de drie nieuwe hotels opgeknapt waardoor de prijzen behoorlijk hoger kwamen te liggen. We wilden eigenlijk eerst doorrijden naar een ander hotel uit de lonely planet, maar besloten toch even aan de overkant te gaan kijken bij een ander hotelletje. Een vriendelijk indonesich meisje vertelde ons dat ze nog wel een kamer had voor 1 nacht, iets wat niet zo handig was gezien we drie nachten in Amed wilde blijven. Ze overtuigde ons dat we de kamer toch even moesten bekijken. De kamer was echt heel mooi voor de prijs die ze er voor vroegen en het was er wel echt uitzonderlijk schoon. Ze zag ons enthousiasme blijkbaar, want ze ging toch nog maar even vragen aan haar baas of er iets mogelijk was. Ondertussen vroeg ze tussen neus en lippen door waar we vandaan kwamen. Belanda? Oh maar haar baas was ook van Belanda! Aha, vandaar dat het zo schoon was! Direct werden we meegesleept naar de eigenaren, een koppel waarvan de vrouw, Ellie, Nederlands was en de man, Ian, Engels. Ze kon ons niets garanderen maar zei dat mogelijk wel iemand weg ging de volgende dag,. Aangezien we ook bij hen konden duiken en de kamer maar 150.000 was en zelfs 100.000 als we ook bij hen gingen duiken – de beste prijs kwaliteit verhouding die we in bali hebben meegemaakt – besloten we toch te blijven. We boekten direct twee duiken bij hen in Tulamben, waar een Amerikaans schipwrak ligt. ‘s Avonds kwam Ellie ons vertellen dat we gelukkig konden blijven, omdat er morgen iemand uit ging checken, dus waren we helemaal happy.
Duiken in Amed
De volgende ochtend konden we eindelijk weer genieten van een lekker ontbijt, een goede bodem voor de trip van vandaag. We bleken samen te gaan duiken met nog een ander Nederlands stel. De jongen van het stel, Johannes, bleek een vriend te zijn van Menno, de broer van Stephanie, echt toeval! In het busje van de duikschool zat nog een heel aardig Duits meisje genaamd Sina die ook met ons ging duiken. Het was al redelijk druk bij Tulamben. We gingen dan ook maar snel het water in. Het wrak bleek heel dicht bij de kust te liggen, dus konden we vanaf het strand met onze spullen de zee in lopen. Het wrak was erg mooi, een heel bijzondere ervaring. We zagen voor het eerste zeeslakken (nudibranches), die echt prachtig neon verlicht zijn diep in de zee. Na de ene kant van het schip te hebben bekeken, moesten we via de andere kant terug naar het strand. De stroming was echter ontzettend sterk en onze gids had dat vergeten te zeggen, dus raakte ik even licht in paniek, omdat ik maar niet vooruit kwam. Gelukkig hielp mijn buddy Nick mij uitstekend
en stonden we even later toch veilig doch moe aan de kant. Tijdens de koffie en thee pauze zagen we al hordes toeristen aankomen en we begrepen meteen waarom duiken bij de wrak niet leuk is tijdens het hoogseizoen. Het is nu al bijna kaartje trekken. Na een korte rustpauze gingen we weer het water in en dit keer zouden we door het wrak heen zwemmen, wat ons wel erg spannend leek. De tweede duik was nog veel mooier dan de eerste, omdat we echt door het wrak heen gingen. We hebben veel mooie vissen en prachtige koraal gezien. Aan het einde van de middag gingen we wat drinken met het Nederlandse stel en ‘s avonds hebben we wat met hen gegeten in Bobo’s restaurant. Het was erg gezellig en we hebben lekker gegeten, vooral het toetje was heel lekker. Bobo, de eigenaar, kwam continu vragen of het eten wel lekker was, want de slogan waar hij de toeristen mee naar binnen lokt is namelijk ‘if no good, you no pay’.
De volgende dag zouden we nog twee keer gaan duiken, maar dan hier in Amed. We kregen een andere gids, die ons heel goed informeerde. Voor de eerste duik moesten we een stukje met een ‘small boat’ naar de duikplek varen, aldus onze gids. De boot bleek meer een kano te zijn, maar net groot genoeg voor ons drietjes. De eerste duik zagen we een heleboel nieuwe dingen, zoals barracuda’s en krabben, maar ook nog heel veel andere mooie vissen en een octopus. Op de terugweg zagen we nog een schildpad vanaf de boot. In het uurtje rust kregen we een kop koffie met een koekje – echte hollandse gezelligheid! Na weer een beetje bijgekomen te zijn startten we aan onze tweede duik, waarin we roggen en zeepaardjes gezien – de laatste zijn overigens zo klein en goed gecamoufleerd dat je ze amper kunt zien, maar onze gids zag werkelijk alles, echt super! Midden in onze duik werd ik aangevallen door een ‘triggerfish’, waarvan ik de nederlandse naam niet weet, maar waarvan ik wel weet dat ze behoorlijk aggressief kunnen zijn. Vooral wanneer ze eitjes hebben gelegd en ze vinden dat je te dichtbij hun ‘nest’ komt. Gelukkig was onze gids Made er als de kippen bij en zaten wij 5 minuten lang van een afstand te kijken hoe hij in een onderwatergevecht was met de agressieve triggerfish die het voorzien had op zijn flippers. Na dit toch wel erg spannende intermezzo konden we weer verder en zagen we nog een heleboel mooie vissen en aan het einde van de duik zelfs een schildpad! We waren helemaal blij en keerden met een grote glimlach terug naar het hotel waar onze lunch al voor ons klaar stond. ‘s Middags hebben we lekker gechilled aan het strand onder het genot van heerlijke vruchtensapjes waarna we de avond afsloten met vis en kip in heerlijke ‘sweat en sour saus’. Terug in ons hotel bleek de stroom uitgevallen, maar dat waren we nu wel gewend, dus pakten we onze zaklampjes en wachtten tot weer elektriciteit hadden. Gelukkig hadden we na een uurtje weer stroom, dus licht en een met name belangrijk: een werkende ventilator. Het is hier namelijk wel stervensheet, overdag zo’n 36 graden en het zal mij niet verbazen als het ‘s nachts nog 25 tot 30 graden is. We kunnen er haast niet meer over klagen na 2 maanden, zeker nu de terugkomst naar Nederland nabij is. Nee, geef ons nog maar een paar maanden dit weer!