Semarang dag 2 en 3

’s ochtends hebben we lekker een beetje uitgerust en geinternet, want we konden nog niet weg omdat Santi’s man een auto van vrienden ging proberen te regelen. We besloten hier nog een nacht te blijven slapen op uitnodiging van Santi. Even later kwam haar man terug met het bericht dat de ‘meid’ weg was met de auto, dus dat ze geen auto konden lenen. Dus gingen we met hun eigen auto de stad in. Zo lang we maar voorzichtig reden en geen lampen gebruikten zou het goed moeten gaan. In hebben we gezocht naar de huizen waar Nick’s oma heeft gewoond. Behalve het laatste huis waar ze heeft gewoond, konden we de andere huizen niet vinden. De stad is heel erg veranderd en veel groter geworden, maar ook bestaan sommige huizen niet meer omdat ze bijvoorbeeld verwoest zijn door brand. Toch kregen we wel een indruk van de buurt waarin oma heeft gewoond, dus dat was erg leuk. Alhoewel ook een beetje ten onder is gegaan door de industrializatie, kun je wel goed zien dat dit vroeger een ontzettend mooie stad heeft moeten zijn met brede lanen en koloniale gebouwen. Overigens hebben ze hier een groot probleem met de afwatering, waardoor delen van de stad voortdurend blank staan. Ze willen nu een ingenieur uit Nederland laten komen om het te verhelpen, wat wel weer een grappig detail is. Na de buurten van oma bezocht te hebben wilden we nog naar haar geboortedorp, maar toen hield de auto er mee op. We hadden al een paar keer moeten duwen, maar nu was het echt afgelopen. Met een opelet sleepten we de auto naar het servicecentrum vlak bij Santi’s huis en gingen vanuit daar verder met de bus wat nog een hele andere ervaring was dan de bussen van voorheen. De kleine minibus waar we in moesten stappen was stampvol en bovendien veel te laag, waardoor wij als grote Nederlanders er niet rechtop konden staan. In indonesie kennen ze trouwens geen bussen die vol zijn. Hier geldt gewoon: proppen, proppen, proppen, met als gevolg dat we gebukt en hutjemutje tergend langzaam naar hun huis reden. Voor de Indonesische mensen in de bus vast een heel grappig gezicht. ’s Avonds gingen we bij hen in de buurt Bebek (eend) eten. Het valt wel op dat veel mensen hier weinig groenten eten, omdat het dus niet zo speciaal is en dat terwijl wij zulke grote groentenliefhebbers zijn. Teruggekomen in Santi’s huis kregen we wat ’s te zien van de verjaardagen van Santi’s dochter en ’s van hun tradionele bruiloft die heel erg mooi waren. In de fotoboeken van Santi’s dochter viel vooral de manier van vieren heel erg op. Alle kinderfeestjes worden gehouden of in KFC of Mc Donalds en dan wordt gewoon de hele klas uitgenodigd. Er wordt een grote taart besteld met de mooiste versieringen, soms staat heel Disney Land op de taart!

De volgende dag namen we vroeg afscheid van Santi, haar man en haar dochter. Het was een ontzettend leuke belevenis om eens bij een Indonesisch gezin te slapen. 1 ding is zeker: de meeste Indonesiers zijn super gastvrij. Met de bus gingen we weer richting Semarang waar we verder gingen in de taxi naar ons hotel. Vanuit daar gingen we langs het postkantoor om onze souveniers op de post te doen, maar dat kon niet omdat alles dicht was vanwege het aankomende suikerfeest. We namen toen maar een opelet naar tante Winnie die – zoals we gister al van Santi hadden begrepen – tegenover het straattentje woonde waar we de eerste dag sate hadden gegeten. Ze woonde in een drukke straat, maar eenmaal door de poorten kwamen we in een mooi en net huis. Tante Winnie was ontzettend aardig en we werden ontzettend verwend met allerlei lekkernijen uit de bakkerij. Zij bleek samen met haar man vroeger ook een bakkerij te hebben. Het was een leuke ervaring om een huishouden met ‘meid’ te zien. Rond een uur of 12 bracht Winnie ons naar ons hotel en daarna naar de mall, wat een hele kunst van haar was gezien het drukke verkeer van Semarang. In de mall waren we gauw uitgekeken en namen een opelet naar de straat waar een internetcafe zou zitten die niet meer bleek te bestaan. ’s Avonds aten we eerst een sateetje bij onze vriend en daarna gingen we naar een restaurant uit de lonely planet die – niet heel verwonderlijk – niet meer bleek te bestaan. Handig zo’n lonely planet! We hebben uiteindelijk in een restaurant met z’n 2en alleen maar groenten zitten eten, iets wat de mensen in het restaurant maar raar vonden. Geen sate? ’s Avonds gingen we nog naar een Wayang Orang voorstelling. Die zou om 7 uur beginnen, maar begon uiteindelijk om 9 uur. Desalnietemin hebben we ons kostelijk vermaakt, daar we achter de coulissen mochten kijken naar de spelers die zich aan het opmaken waren. We ontmoette een meisje die lid was van een of andere cultuurvereniging en zi j maakte mij ‘the special guest of the evening’, met als gevolg dat we achter de coulissen mochten meekijken naar de show, op de foto mochten met de spelers en gratis mierzoete koffie kregen. Ze waren zo blij dat er gasten uit het buitenland waren dat we zelfs werden vernoemd in de show. Niet dat wij iets van hun grappen begrepen, maar uit de blikken vanuit de zaal en de woorden ‘Bibi’ en ‘belanda’ konden we wel opmaken dat het over ons ging. Het meisje vertelde dat maar zo weinig Indonesische kinderen nog wat weten over de cultuur en dat de voorstellingen niet meer zo goed bezocht worden dat ze ontzettend veel energie kregen toen ze hoorden dat er toeristen in de zaal zaten. Wat een hartzeer krijg je daar toch van! Ik hoop maar dat door veel initiatieven de cultuur weer wat belangrijker wordt in Indonesie. Na de show werden we nog terug gebracht door de zoon van een man die ook bij de show aanwezig was. Toen hij hoorde waar ons hotel was, moesten we meteen bij hem in de auto stappen, want dat was een ‘gevaarlijke buurt’, alleen maar ‘bad guys’ en mensen van lagere klassen. Wij stapten dus maar in en kregen zo een gratis lift terug naar ons hotel, waar we uitgeput in slaap vielen. Alhoewel Semarang niet veel te bieden heeft voor toeristen, waren het bijzondere 3 dagen in de ‘hometown’ van oma met de ontmoeting van een Indonesisch gezin en tante Winnie.

Foto’s Solo en Semarang

Bibi maakt een Batik schilderij

Yogya, Solo, Semarang


Na gisteren waren we zo moe dat we maar niet op gang konden komen vandaag. We hadden dan ook niks op het programma staan, dus sliepen we lekker uit en namen een heerlijk ontbijtje. Het eerste lekkere ontbijt sinds tijden. Ze hadden normale jam en zelfs kaas, al moet je bij die kaas niet aan de Nederlandse kaas denken. In Indonesie gebruiken ze kaas eigenlijk ook niet voor op het brood, maar ze doen het in de geraspte vorm op zoete lekkernijen. Jawel, zo hebben z e broodjes en pannenkoeken met chocola en kaas, banaan en kaas, banaan chocola en kaas. Op zich smaakt het nog best lekker ook. ’s Middags namen we de trein naar Solo waar we twee mensen van Traveler For Traveler (TFT) zouden ontmoeten. Ze hadden ons een hostel aangeraden vlakbij hen in de buurt, maar de becak kon het maar niet vinden. Toen we eindelijk aankwamen bleek het hek dicht, maar toen de jongens van TFT belden deed er een vrouw open. Het hostel vroeg echter veel te veel voor wat je kreeg (dat beginnen we nu wel door te krijgen) en bovendien was het heel ver weg van alle bezienswaardigheden. We belden de jongens van TFT en vroegen hen ons naar het hostel te brengen die we hadden gezien in de Lonely Planet. Omdat we moesten wachten totdat ze klaar waren met eten gingen we zelf ook maar wat eten. Samen met de vrouw van het hostel haalde Nick nasi gudek. Toen de jongens eindelijk kwamen namen ze ons mee naar een soort avondmarkt waar allerlei eetstalletjes stonden met traditionele gerechten. We hebben daar een of ander kokosdrankje gedronken, garnalen in bananenblad geproefd en ‘lekker cake’, een soort pannenkoekje met chocola en kaas of kaas en banaan er in. Erg lekker! De jongens bleken ontzettend grappig en aardig en we hebben echt een ontzettend leuke avond gehad.

Solo
Deze ochtend was een speciale ochtend. Alhoewel Nick al eerder rijst had gegeten ’s ochtends, wat het voor mij de eerste keer dat ik rijst at als ontbijt. Meer uit noodzaak, want het inbegrepen ontbijt was alleen maar Indonesisch, anders moest je weer bijbetalen. Niet dat dat nou zo erg was, maar ik dacht: laten we het gewoon proberen. Nou het viel best mee. We kregen een soort omelet met nasi erin. Wel raar om ’s ochtends vroeg chilipepers in je maag te laten glijden. Ons ochtendprogramma bestond uit het Kraton en het Paleis. Solo is de kleinere en authentiekere versie van Yogya en dat was ook wel te zien. Beiden gebouwen waren echt prachtig. In het Kraton moesten we tradionele kleding aan en onze slippers uit. Je mocht namelijk er namelijk of met schoenen of met blote voeten in, maar niet met slippers of sandalen. We begrijpen het nog steeds niet, maar goed we deden maar netjes onze slippertjes uit, met als resultaat dat we de rest van de dag met zwarte voeten rondliepen. In het Paleis kregen we een hele leuke rondleiding van een gids. Eerst kregen we een demonstratie van de paleisdans en daarna gingen we naar een museum waar alle bezittingen van de royal family ten toon gesteld stonden. Later mochten we zelfs het woongedeelte in waar de prinses en prinsen nog steeds wonen. Dat was wel heel bijzonder. ’s Middags gingen we naar Roti Kecil, waar ze de lempers hadden waar we al een week naar op zoek zijn. Nu met de Ramadan zijn bepaalde dingen niet echt te krijgen, omdat er andere dingen op het menu staan. Na ons buikje rond te hebben gegeten lieten we ons in de becak naar een antiek markt brengen. Dat bleek ook nog een heel avontuur, want de markt bleek verplaatst naar een andere straat. De antiekmarkt viel letterlijk een beetje in het water, want het begon te regenen, voor het eerst sinds APRIL! Het zal wel aan ons Nederlanders liggen, de regen volgt ons gewoon overal haha! De antiekmarkt was superschattig. Er stonden oude kassa’s, oud speelgoed, oude telramen enzovoorts. Ook heel veel prullaria natuurlijk. Uiteindelijk begon het zo hard te regenen dat we maar even gingen schuilen bij een soort overdekt plein. Later bleek dat daar ’s avonds tradionele dansen worden opgevoerd en toen wij daar zaten waren drie meisjes aan het oefenen, dus dat was wel erg leuk. Rond half 4 pikten de jongens van TFT ons op en brachten ons naar de Batik Village, waar we geshopt hebben in winkels met kleding van batik. Hierna gingen we wat eten bij een warung (restaurant) op straat die je anders echt voorbji zou zijn gelopen. Daar zaten we tussen de locals eten te eten wat de locals eten. Fantastisch! Dat is pas lekker eten, niet die vieze troep uit de cafe’s van de lonely planet. ’s Avonds gingen we nog naar een andere batikshop, een hele luxe, maar daarna waren we wel moe en gingen we naar het hotel. We dronken nog een drankje bij het cafeetje vlakbij ons hostel, maar de vrouw was zo chagereinig en deed zo weinig haar best een lekkere gemberthee te maken dat we het gauw hadden gehad daar. Dat was typisch zo’n restaurant die denkt dat als ze in de lonely planet staan, ze niks meer hoeven te doen voor hun gasten. Rond 10en gingen we naar bed, wat nu wel normaal is geworden voor ons, want het leven begint hier ook 2 tot 3 uur eerder dan in Nederland dus ’s avonds ben je gewoon helemaal gesloopt, zeker als je veel bezienswaardigheden hebt bezocht.

Solo –
Na ons Indonesisch ontbijt gingen we met de taxi naar het treinstation. De trein naar Semarang zou vertrekken van spoor 6, dus zaten we netjes te wachten op spoor 6. De trein zou om 11.05 vertrekken, maar om kwart over was er nog geen trein. Volgens Nick was dat normaal, maar ik dacht, laat ik het toch even vragen. De conducteur zei eerst dat de trein hier inderdaad zou komen, maar na 5 minuten kwam hij aangerend en zei dat de trein van spoor 5 vertrok. Ze roepen hier alle wijzigingen alleen om in het Indonesisch, wat best lastig is als je de taal niet echt spreekt. We zaten dus toch eindelijk in de goede trein op weg naar Semarang toen de trein plotseling stil stond en achteruit ging rijden. Vervolgens reed de trein weer vooruit en plots stonden we weer op het treinstation, op spoor 6. We snapten er niks van, maar moesten er erg hard om lachen. Toen we eindelijk op weg waren werden we plots opgeschrikt door een luide knal. Er bleek een steen door het raam te zijn gegooid, door spelende kinderen aldus een medepassagier. Het raam van de deur was volledig vernield. We keken om ons heen en zagen overal in de trein sterren in de ruiten zitten. Leuk die baldadige kinderen hier, voor je het weet heb je gewoon allemaal glassplinters in je oog of een steen in je nek. Na 3 uur kwamen we in Semarang aan. Weer was het zo ongelovelijk smerig. We reden langs een afvaldumplaats. Volgens het meisje waar we even mee aan de praat raakte werden daar dingen uitgezocht om te hergebruiken. Ik mag niet hopen dat ze dat ook doen met de water- en colaflessen waar wij uit drinken. Bij het station werden we opgehaald door Santi, een ander lid van de TFT. Ze liet ons direct Semarang zien en ze bracht ons naar het huis met duizend deuren. Daar kregen we een rondleiding wat wel erg leuk was. Rond half 6, toen de zon onder ging en het vasten dus gebroken werd, gingen we sate eten op straat met de familie en nog twee andere TFT leden. Nick en ik bestelden ook nog groenten met pindasaus, want de laatste dagen waren de groenten ver te vinden. Volgens de twee jongens uit Solo eten mensen ook alleen groenten thuis, want dat is niet bijzonder. Het was overigens heerlijk en na het eten gingen we zelfs nog even een ijsje eten bij Toko Oen, een oud Hollands restaurant. Vervolgens gingen we naar de mall, waar we bij een winkel van een vriendin van Santi zelf batik konden maken, de stof met patronen die hier gebruikt wordt voor kleding en sjaals e.d. Ik kan je vertellen dat het echt ontzettend moeilijk is en we kunnen dan ook niet begrijpen hoe de mensen het in godesnaam voor elkaar krijgen zulke fijne patronen te maken op een kleed. Eindelijk was de tijd rijp om naar het huis van Santi te gaan waar we nu zitten. Het zijn ontzettend lieve mensen en ik kan je alvast verklappen dat ook dit echt een hele ervaring is (details volgen in NL). Om een tikje van de sluier op de lichten, Nick en ik mogen niet bij elkaar slapen, sterker nog, Nick slaapt in een huis naast het huis waar ik slaap. Ach ja, na een maand samen hutjemutje, kunnen we best een nacht apart slapen, toch?

Bogor, Puncak Pas, Yogya


Zo vroeg mogelijk vertrokken we uit om de onverdraagbare hitte te verruilen voor het koelere klimaat in Bogor. De trein vertrok voor Indonesische begrippen op tijd (drie kwartier later) en binnen anderhalf uur stonden we op het treinstation in Bogor. Meteen werden we geroepen door een school becaks en namen met z’n tweetjes en onze twee grote rugzakken 1 becak, een hilarisch tafereel voor de Indonesiers die niet begrijpen waarom we met onze dikke billen niet gewoon twee becaks nemen. Het was maar een klein end, maar voor onze fietsende chauffeur desalnietemin ontzettend afzien. Hij kwam nauwelijks vooruit, wat natuurlijk te wijten was aan de ruim 180 kilo die hij de berg op moest fietsen. We hadden zo met hem te doen dat we bijna wilde gaan lopen. We werden afgezet bij de losmen die we hadden uitgezocht, een familie hostel en het meest eenvoudige wat je ongeveer kunt krijgen. De familie was uiterst gastvrij en de kamers verbazingwekkend met westers toilet. Geen warm water, maar ach, dan douchen we wel een dagje niet. Na een colaatje waren we klaar voor de beroemde Botanische Tuin van Bogor. Deze tuin is een van de grootste in Zuid-Oost Azie. We wandelden wat door de tuin en gingen wat lunchen bij een heel mooi restaurant met een gigantisch mooie tuin. Je kon hier zelfs poffertjes krijgen. Na een heerlijk vruchtensapje en thaise nasi vertrokken we richting de orchidee tuin waar wel 3000 soorten gehouden zouden worden. De tuin bleek dicht te zijn, dat waren ze even vergeten te melden bij de ingang. In Indonesie krijg je niet vanzelfsprekend alle informatie, alleen als je er naar vraagt. Na een goede pruillip deed het ventje toch maar de tuin voor ons open. Daar bevonden zich geen 3000 soorten, al was ook dit te verwachten, aangezien de buitenkant vaak belangrijker is dan de inhoud. Desalnietemin waren de paar soorten orchideetjes wel mooi. De kruidentuin bleek ook dicht, dus gingen we maar naar het paleis, die helaas OOK dicht bleek te zijn. De grootste bloem van de wereld die Bibi zo graag wilde zien was nergens te bekennen, maar de bloem bloeit dan ook maar eens in de drie jaar. Een klein detail. Sja, waarom zou je aan de ingang vertellen dat alles dicht is en de grootste attracties er niet zijn, want dan gaan er natuurlijk ook geen toeristen naar binnen. We zagen een donkere lucht aankomen en aangezien het in Bogor maar 2 dagen in het jaar droog is, hadden wij het vermoeden dat dit buitje niet zomaar over zou gaan. We lieten de tuin voor wat het is en gingen naar een cafeetje naast ons hostel waar ze Heineken op het menu hadden staan, maar zoals we al hadden kunnen verwachten was die natuurlijk uitverkocht. Dan maar een lekkere grote Bintang (Indonesisch biertje die de naam ‘ster’ draagt) en een verse ijsthee. Een pakje kaarten erbij en we hebben ons kostelijk vermaakt. ‘s Avonds gingen we wat eten in een restaurantje om de hoek waar we plots werden gevraagd door een jongen met een regenjas aan of we les wilden geven. Een beetje beduusd door deze vraag om 9 uur ‘s avonds, stelde de jongen ons direct gerust door ‘de leraar’ alles te laten komen uitleggen. Na een klein overleg besloten we mee te gaan en dit bleek het leukste uitje ooit. We kwamen aan bij een soort schooltje waar ze allerlei cursussen geven. Wij moesten een uurtje Engelse les geven aan 17-jarigen werd ons verteld. Toen we de klas binnen kwamen werden we verwelkomd door een stuk of 20 vrolijke meisjesezichten met hoofddoekjes om. We moesten in een soort bank gaan zitten en de meisjes moesten ons vragen stellen. Ze maakte onnoemelijk veel grapjes en bij ieder grapje lachte de hele klas mee. De meisjes waren echt zo ontzettend leuk. Ze stelden ons allerlei vragen over het leven in Nederland, ons eigen leven en ze hebben wel twee keer gevraagd of we niet bang waren voor terrorisme. Toen we weg gingen kregen we nog een pakketje met lekkernijen mee als dank. Het was een hele leuke ervaring.

De
Na een pannenkoek gebakken door de vrouw des huizes werden we om 8 uur opgehaald door onze chauffeur. Eerst reed hij ons samen met een gids naar een poppenfabriek, waar ze speciale poppen maken voor allerlei Indonesische voorstellingen zoals Ramayana. Het bleek een familiebedrijf te zijn waarin vader de voornaamste rol speelt. Hij hakt alle lichaamsdelen van de pop uit een stuk hout waarna de andere werknemers verder gaan met het verven en het maken van de kleding. De zoon vertelde ons dat zijn vader vroeger altijd naar de poppenvoorstellingen ging en vooraan ging zitten, waar hij goed de poppen na kon tekenen. Nadat hij alle schetsen had verzameld, heeft hij eerst 3 jaar lang op aardappelen geoefend, alvorens hij de figuren uit het hout ging snijden. Hij heeft geen voorbeelden, behalve zijn eigen schetsen en maakt alle figuren uit zijn hoofd, en dat zijn er in het verhaal van de Ramayana maar liefst 120 unieke figuren. Het was heel leuk te zien hoe de poppen werden gemaakt en kochten dan ook twee poppen voor onszelf die ze naar Nederland zullen verschepen. Terug in de auto vertelde de gids ons over ziekte in Indonesie. Als men hier ziek is, gaat men niet direct naar de dokter of het ziekenhuis, maar proberen ze zich te genezen met de natuur, zooals verschillende soorten kruiden en bladeren. Bijvoorbeeld het Guave blad helpt tegen diarree en zo is er nog veel meer. Hij vertelde eerder al dat veel Moslimse vrouwen hier nog een alternatief anticonceptiemiddel gebruiken, namelijk een bepaald blad, Sereh genaamd (geen citroengras, je spreekt het uit als sirreg), dat er voor zou zorgen dat de baarmoeder heel droog wordt (of iets dergelijks) en er geen vrucht kan nestelen. Het is heel interesant en apart om te zien hoe andere mensen denken over ziekte en hoe alternatief de geneeskunde hier nog soms is.
We gingen verder met onze chauffeur, want de gids hadden we eigenlijk helemaal niet ingehuurd, maar ging alleen mee naar de poppenfabriek als extraatje. We reden richting de Puncak Pas die zoals beschreven in boeken vol is gebouwd met hotels en restaurants. Op een gegeven moment kwamen we echter in een open natuurgebied en zagen de theeplantages opdoemen. We stopten bij de theefabriek Gunung Mass waar we eerst stopten bi jde theepluksters. Een van de vrouwen ging geposeerd bij een theestruik staan en zei dat ze net zou doen of ze thee plukt en dat wij dan een mogen maken. Dat was een beetje jammer, want spontane ’s zijn natuurlijk veel leuker. Later bleek ook dat ze er natuurlijk geld voor wilde hebben. Aan de chauffeur gevraagd wat normaal is om te geven, maar toen de vrouw het geld in ontvangst nam begonnen de andere vrouwen ook te klagen dat zij geld wilden hebben. Echt jammer dat sommige plekken hier al zo verpest zijn door het toerisme. De fabriek bleek dicht en een mannetje vertelde ons dat we wel naar binnen konden, maar voor 70.000 roepie per persoon, terwijl de entree slechts 10.000 zou moeten zijn. Godzijdank kwam er een Nederlands stel met gids aanlopen die de fabriek in ging. Dus wij snel er achter aan en binnen bleek dat we veel minder hoefde te betalen en dat iemand ons zelfs ging rondleiden. De rondleiding was heel leuk en informatief. We reden verder naar het meer ‘van vele kleuren’. Het bleek een nietszeggende plas water en er was een heel survivalpark omheen gebouwd zodat ze weer extra entreegeld konden vragen. Er stond in de Lonely Planet dat er wel zon nodig was om de verschillende kleuren te zien, maar eigenlijk geloofden we er helemaal niks van dat dit plasje daadwerkelijk zo speciaal zou zijn. Desalnietemin was het landschap dat vol stond met theestruiken wel erg mooi. Het panorama restaurant was niet noemenswaardig en als we heel eerlijk zijn kunnen we concluderen dat de Puncak pas leuk is om doorheen te rijden, maar verder geen bijzondere attracties heeft en eigenlijk een beetje verpest is door het toerisme. In Bandung aangekomen leken we net terug te zijn in Jakarta. Het verkeer was niet door te komen en eigenlijk hadden we toen al besloten dat we niet in Bandung gingen blijven. Daarom boekten we een hotel 1 minuut van het station vandaan zodat we de volgende dag vroeg de trein konden pakken naar Jogjakarta.
Treinreis naar Jogjakarta
Om 8 uur stonden we op het perron en bleken niet de enige Nederlanders te zijn. We zaten lekker Executive class met airco en daar waren we erg blij mee, want voor het eerst hadden we normale beenruimte en was het rustig in een openbaar vervoersmiddel. Nou ja, behalve de luidruchtige Chinezen die achter ons zaten, al rochelend en luid telefonerend. De treinreis was fantastisch. Vooral in het begin reden we door de mooiste landschappen van rijstvelden en bergen. Later zagen we veel meer bebouwing en kon je weer goed zien hoe dichtbevolkt is. Iedere keer als we stopten bij een station of wissel, waren we zo dankbaar dat we eerste klas zaten want in de tweede klas kwamen allerlei kinderen aan het raam hangen, bedelend voor geld en bovendien kwamen er allerlei verkopers met prullaria binnen die al gillend door het treinstelsel liepen om duidelijk te maken wat ze verkochten. Het klinkt misschien bot, maar na bijna een maand in Indonesie wordt je soms wel een beetje moe van het bedelen. Aangekomen in Jogja liepen we fluitend langs alle becaks die ons al bijna niet meer aansproken omdat we zo standvastig en hard doorliepen. Heerlijk! We gingen direct naar Bladok, op aanraden van Roelof (dank!) en dit bleek een heel leuk hostel met zwembad en hele mooie kamers. Het is vrij Westers, zowel de toeristen (veel Nederlanders, Belgen en Fransen) en de menukaart, maar dat zijn veel dingen hier in Jogja, zouden we later merken.

Jogjakarta
De eerste dag hebben we Jogja zelf verkent. Het is een leuke stad met veel mooie bezienswaardigheden. We hadden een becak voor de hele dag genomen voor nog geen 3 euro. In het Kraton kregen we een rondleiding van een hele leuke gids, een superschattig vrouwtje waar we ontzettend mee gelachen hebben. Daarna gingen we naar het waterpaleis en de vogeltjesmarkt, waar allerlei vogels te koop zijn. We zagen daar hele rare kuikens, waarvan de vacht felgekleurd was met blauw, roze, geel enz. Een beetje zielig eigenlijk. ’s Middags regelden we een scooter voor de volgende dag om naar de en Pramban te rijden. Hierna gingen we op aanraden van een Amerikaan die hier al een maand zat, eten bij een tentje waar ze heerlijk Indonesisch eten hadden. Als je het niet had geweten zou je het tentje makkelijk voorbij lopen, want van buitenaf ziet het er niet bijzonder uit. Het is jammer dat in de Lonely Planet bijna alleen maar Westerse restaurants staan en ik denk dat als je het eten van Jogja wilt leren kennen je beter de Lonely Planet even links kan laten liggen en de locals kunt vragen waar je het beste kunt eten. Hierna gingen we naar een voorstellingen met de Wayang poppen. We konden het niet echt volgen en het duurde twee uur, maar het was echt een hele leuke ervaring. De muziek is prachtig en de poppen zijn heel mooi. Hierna liepen we terug via de hoofdstraat, waar we een lokaal gerecht hebben geprobeerd, Gudek. Het is een soort gerecht met Jackfruit (wat dat ook moge zijn), kokos en nog wat andere dingen. We zaten bij een tentje op straat waar we lekker met ons handen, zoals de Indo’s dat ook doen, hebben gesmuld van dit bijzondere gerecht. Zeker de moeite waard! En we hebben niet eens diaree gekregen ;) . Hierna gingen we gauw slapen, want de volgende dag zouden we om 4 uur op staan om bij zonsopkomst bij de Borobodur te zijn.
De volgende ochtend hadden we ons verslapen, maar gelukkig niet te veel. In een kwartiertje kleedden we ons aan en vertrokken we op de scooter richting Borobodur. Het is echt gek om te zien wat een bedrijvigheid er op straat is rond 5 uur ’s ochtends. Dat komt natuurlijk ook door de Ramadan. We kwamen rond zessen aan bij de Borobodur waar het heerlijk rustig was. De tempel was prachtig, vooral zo vroeg in de ochtend. In de verte zag je mistige bergen en de vulkaan wat een ontzettend mystiek gevoel gaf. We keken ons ogen uit, wat prachtig dat mensen dit zo hebben kunnen maken!
Na deze bijzondere belevenis gingen we even wat koffie drinken waarna we nog langs een andere kleine boedistische tempel reden die erg mooi bleek te zijn. Vervolgens reden we naar Kaliurang, een plaatsje aan de voet van de Merapi waar we eerst heerlijk hebben gelunched bij een hostel. Hierna gingen we het park aan de voet van de vulkaan in, maar de man had ons al verteld dat we in de velige zone moesten blijven, want er was activiteit gezien en ze verwachtte een dezer dagen een erruptie (geen grote hoor, maar de lava komt wel tot een bepaalde grens waar je dus niet kan komen). Het was een leuke tocht naar het uitzichtpunt alleen konden we de top van de vulkaan niet echt zien door de bewolking. Als laatste op het programma stonden de tempels van . Het was echt een goed idee dat we op de scooter zijn gegaan, want zo konden we via een hele leuke alternatieve route – door prachtige rijstvelden – naar de tempels rijden. Rond zonsondergang kwamen we bij de Hindu tempels aan. We besloten een gids te nemen en dat bleek een goede keuze. Weer hadden we een fantastisch leuke gids die ons haarfijn alles uitlegde over de tempels. bestaat uit wel 240 tempels, maar een hoop zijn verwoest door de aardbevingen en kunnen nog niet opgebouwd worden door gebrek aan geld en gebrek aan vakkennis. Een paar van de grote tempels werden gerenoveerd, omdat ze schade hebben geleden door de aardbeving van een paar jaar geleden. Weer werden we overmeesterd door een mystiek gevoel, helemaal omdat de tempels er zo prachtig bij lagen tijdens de zonsondergang. In het park waren nog meer tempels, waaronder ook boedistische tempels en de gids liet ons die ook nog zien alhoewel het park eigenlijk al dicht was. Aan het eind van de dag hebben we gegeten bij ViaVia, een Belgisch restaurantje waar we toch weer Indonesisch hebben gegeten. Gek genoeg hebben we echt geen trek in friet, pasta of een stuk vlees, maar alleen maar in rijst. Toen we na een tocht van 16 uur terugkwamen in ons hostel konden we terugkijken op een fantastische dag en vielen we uiteindelijk rond tienen uitgeput in slaap.

Foto’s Yogya

, Vulkaan en

Wayang Kulit

Foto’s Jakarta, Bogor en Puncak Pas

Foto’s en Filmpjes Bukittinggi

Bukittinggi – Padang – Jakarta

zelf bleek zoals de lonely planet al schreef, niet de echte attractie. Het is de omgeving van – de stad van de Meningkabau’s – die erg mooi schijnt te zijn. ‘s middags gingen we toch maar even de stad verkennen. Op het plein in de stad staat een soort Big Ben, een grote kloktoren die ooit geschonken is door onze koningin. Er bleek overigens een hele leuke ramadan markt te zijn. Vanwege de ramadan verkopen ze daar allerlei specialiteiten. Je kunt de hele dag al eten kopen, maar de mensen mogen het pas na zonsondergang opeten. Omdat er geen enkel ander restaurant open was om even snel wat te lunchen, kochten we wat lekkernijen op de markt zoals maiskoek en pastei, om die even later zo ver mogelijk uit het oog van alle mensen lekker op te peuzelen. Hierna gingen we het Nederlandse Fort bekijken, maar dat was een beetje een teleurstelling. Ten eerste was het fort zelf een blokkendoos. Niks geen mooi oud fort zoals wij dat wel eens gezien hebben in Nederland of Frankrijk. Bovendien was er om het fort heen een attractiepark gemaakt. Er stonden bijvoorbeeld kooien met papegaaien en een kooi met olifanten. Het was echt heel zielig, de olifanten zaten namelijk vast met hun poot en hadden helemaal geen bewegingsvrijheid. ‘s Avonds wilden we wat eten, maar het was ontzettend druk. Alle Indo’s hier gaan namelijk tijdens de ramadan elke avond op de straat eten, omdat ze niet zelf willen koken en alle inwoners gaan natuurlijk rond hetzelfde tijdstip als een gek eten om hun lege magen te stillen. Eerst namen we een sateetje op de straat bij Pono en die was heerlijk! We gingen uiteindelijk bij een of andere tent zitten dat later een voedselketen bleek te zijn. Daar konden we nasi eten, wat wil zeggen dat je allemaal kleine bakjes krijgt met gerechten en je betaalt alleen wat je op eet. Ik weet niet of het door de ramadan kwam, maar het was echt verschrikkelijk. Het eten was niet te vreten en het was net alsof we in een vreetschuur zaten met al die schransende mensen. De overnachting in Bukittinggi was ook geen succes. Ze zijn hier heel streng met ramadan en er zijn wel iets van 300 moskees in de stad. De hele dag en avond klinken uit alle moskees verzen van de koran, wat op zich niet erg is, maar wel wanneer alle moskees tegen elkaar in gaan schreeuwen. Ze hebben overigens de hele dag door de microfoon aanstaan, dus je hoort ze ook kuchen en hoesten en tegen elkaar praten, net zoals op een amstelveen hockeytoernooi :) . Toen we eindelijk in slaap vielen schrokken we rond vijven wakker van een sirene. Nick sliep er dwars door heen maar ik schrok me dood, want het leek net zo’n sirene als waarschuwing voor een natuurramp of oorlog. Dat bleek de oproep te zijn voor het gebed. Vervolgens hoorden we ongeveer totdat we wakker werden non-stop koranversen, alsof de microfoon van de moskee aan ons balkon vast zat, zo hard was het.

Enigzins vermoeid kwamen we bij het cafe aan vanwaar we de tour gingen doen. We vertrokken op de brommers en meteen toen we Bukittinggi uit waren zagen we al waarom mensen hier heen komen. Overal zijn mensen aan het werk in de prachtigste rijstvelden. Figar, de gids waar ik achterop zat, vertelde dat bijna iedere familie wel een rijstveld heeft en ze zijn nogal trots op hun rijst. Zo vond Figar de rijst van maar niks. We stopten bij allerlei leuke plekjes. Figar en Jeffrey – de andere gids – lieten ons de traditionele toilet zien. Het is een soort houten huisje met een gat in de vloer die aan een soort vijver staat. Figar vertelde dat veel huizen in de omgeving 2 vijvers hebben, 1 om in te wassen en 1 voor de wc. In de vijver voor de wc zitten vissen die de ontlasting opeten, zodat de poep opgeruimd wordt op een natuurlijke manier. Het huisje heeft geen slot en de enige manier om te zien of er iemand op zit is aan de hoed (voor mannen) of een sarong (voor vrouwen) die aan het huisje wordt gehangen. Even later kwamen we bij een heel mooi panoramapunt waar we uitkeken op de rijstvelden en in de verte de harau vallei, een prachtig gezicht. Hierna reden we langs wat traditionele Minangkabau huizen, waaronder ook het Queenshouse, waar de dochter van de koning woonde en de King’s house, maar die was helaas een paar jaar geleden afgebrand en werd nu hersteld. Hierna gingen we nasi Padang eten bij het enige restaurant dat geopend was voor toeristen. We waren een beetje huiverig na onze laatste ervaring, maar het was tegen onze verwachting in erg lekker. Hierna gingen we nog langs wat stenen met Sankrit inscripties, het longhouse – een huis van 320 jaar oud. Heel leuk om te zien was dat er 8 kamertjes waren, de zevende was voor voor de ouders en de andere kamers voor de dochters. De zonen woonden in de moskee. Iedere dochter had een eigen kamer, maar als een dochter trouwde, kreeg die de 1e kamer, net zo lang tot alle kamers vol waren. Hierna gingen we nog langs wat dorpjes waar ze verschillende soorten handwerk verrichten, zoals weven, houtsnijden en zilversmeden. Het was erg indrukwekkend om te zien. Vooral het weven, omdat de vrouwen achter zo’n weefapparaat zaten en draadje voor de draadje de songkeh’s maakten. Over een songkeh (kleed) doen ze een maand als ze 10 uur per dag werken en daar krijgen ze 3 miljoen roepia voor. Omgerekend is dat 30 dagen, 10 uur per dag werken voor 1 euro per uur. Wat een respect voor die dames! Hierna gingen we weer terug naar Bukittinggi. Maar goed ook, want onze kont begon een beetje zeer te doen van het zitten achter op de scooter en de zon was al bijna onder.

‘s Avonds hebben we maar wat sateetjes gegeten en een soort pizzabrood en ‘s avonds hebben we gezellig wat gedronken en gepraat met onze gidsen. De gesprekken met de locals zijn het leukste, dan weet je pas echt hoe het leven daar is.

De volgende dag besloten we naar Padang te gaan, want we hadden Bukittinggi wel gezien en bovendien konden we wel een rustige nacht gebruiken na 2 nachten moskee concerten. We namen een minibus naar Padang. De man reedt echt op z’n Sumatraans. Hard rijden, HEEL veel toeteren en 1 cm op je voorligger rijden om dan vervolgens heel langzaam in te halen. Af en toe hielden we ons hart vast, zo eng was het. En dat was niet geheel onterecht, want even later zagen we het gevolg van een ernstig ongeluk. Een auto was frontaal op een vrachtwagen gebotst, waarschijnlijk bij het inhalen. Padang is ook een start apart. Bij binnenkomst viel ons meteen al de vreemde opelets op. Ze waren onwijs gepimpt en hadden een soort snorkel voorop. Ze hadden zo in de tekenfilm van snorkelland gepast. Ze maakten ook nog het meest riduculeuze toetergeluid die we ooit hebben gehoord, net speelgoedautootjes. Het enige hotel in Padang die enigzins van goede kwaliteit was, bleek echt heel erg overprised (relatief gezien dan, het is alsnog niet heel erg duur natuurlijk). Gelukkig konden we iets afdingen, maar alsnog vragen ze in de steden soms veel te hoge prijzen voor een crap kamer, maar goed, we hadden een westerse toilet en dat kwam wel van pas, aangezien er wat buikproblemen waren. Padang zelf was, zoals al verwacht, niet erg bijzonder. Alles was vervallen en met name heel vies. Indonesiers gooien hun vuil gewoon op straat, in de zee, in een rivier, het maakt niet uit. Echt zo zonde! We liepen nog even langs de haven en wilden toen een taxi naar het hotel, maar dat wilde niet echt lukken. Toen gebeurde er iets wat we nog niet hadden meegemaakt. Een zwarte chique auto stopte voor ons en deed het raampje open. Er bleek een familie in te zitten en de vader van het gezin vroeg waar we heen wilden. Waarschijnlijk had hij enorme medelijden met ons, hoe wij daar als enige toeristen zaten te onderhandelen voor een normale prijs met de taxi’s, dat hij ons een gratis ritje terug naar het hotel gaf. De tranen sprongen bijna in mijn ogen. Voor het eerst wilde iemand ons zonder enige vergoeding ergens naartoe brengen!

‘s Avonds hebben we de zonsondergang gekeken die hier in Padang echt de moeite waard is en vervolgens gegeten in een visrestaurant. Niks voor vegetariers, want ze komen de vissen en levende (!) krabben aan je tafel laten zien en dan moet jij wat uitkiezen. Wel heel erg vers en heel erg lekker!

De volgende dag gingen we naar het vliegveld. De vlucht was een uur vertraagd, waardoor we de hele ochtend op het vliegveld zaten te wachten, alhoewel we ons natuurlijk wel vermaakten :) . De vlucht naar duurde korter dan de hele busreis in. Wat een ramp het verkeer in . Sja, het is ook niet gek met zoveel miljoen inwoners. We stonden af en toe gewoon een kwartier compleet stil. We waren superblij dat we in ieder geval in een bus met airco zaten, want is stervensheet. Het hotel waar we verbleven was natuurlijk weer te duur, maar goed, beter was er gewoon niet. Zodra hotels in de lonely planet komen verdubbelen ze hun roomrates gewoon, terwijl de kwaliteit hetzelfde is of zelfs verslechterd. Echt triest af en toe. Maar goed, we zaten daardoor wel in het backpackers walhalla (joehoe!). Vandaag hebben we verkent. Ook hier zijn de contrasten groot. Je hebt enorm arme buurten, maar ook weer de rijke gedeelten met skyscrapers, malls etc. Vooral in het arme gedeelte is alles weer heel erg vies. Echt te erg voor woorden af en toe. Prullenbakken zijn zeldzaam – sterker nog ik durf te beweren dat ze die niet eens kennen – en daarom fungeert de straat en de grachten hier maar als vuilnisbak, wat resulteert in een enorme stank. Ook vallen hierdoor de bezienswaardigheden in het niet. In Kota, het oude gedeelte van , waren wat mooie koloniale panden te zien. We zijn nog naar het historisch museum van geweest en het was heel grappig om de Nederlandse invloed te zien in . Na wat gedronken te hebben in cafe Batavia, een superluxe cafe waarin je jezelf waande in de jaren 50, gingen we de haven met schoeners bekijken. Erg leuk maar veel te heet. Daarom namen we maar een taxi naar de grootste mall hier in (en ook in zuid-oost azie is het een van de grootste). Ik geloofde mijn ogen niet. De mall had gewoon een east en een west tower. Het was zo groot dat je niet wist waar je moest beginnen. Bovenin was een hele verdieping omgebouwd tot Time Square en andere bekende plekken. Er was ook een entertainment centrum voor kinderen, met botsauto’s, kano’s en weet ik allemaal wat nog meer. We waren helemaal verbaasd toen we bij een fontein stonden en er ineens een fonteinshow werd opgevoerd. On-ge-lo-ve-lijk. IN EEN MALL! We hebben hier ons de hele middag vermaakt, echt fantastisch. Nu zitten we lekker in het cafe van ons hostel. Morgen gaan we beginnen aan de doorreis. Eerst en daarna Bandung.

Het is af en toe te veel om op te noemen wat we meemaken, maar We houden jullie op de hoogte!

Lake Toba – Bukittinggi

Weer even een update van onze reis. We zijn veilig aangekomen na een lange reis van 17 uur van het meer naar , de stad van de Minangkabau’s. We hebben de afgelopen dagen lekker kunnen chillen bij het meer en we zijn een dagje met de scooter rond het eiland geweest. Je moet je wel onwijs goed insmeren en lange mouwen dragen, want je verbrandt hier levend rond de evenaar. De bezienswaardigheden op het eiland bleken moeilijk te bereiken en als we ze hadden bereikt bleek dat er niet zo veel aan was. Je kunt duidelijk merken dat het eiland qua toerisme een beetje aan het vervallen is. De meeste mensen uit de dorpen weten niet eens waar de bezienswaardigheden zijn en vaak zijn de wegen zo onbegaanbaar, dat je er amper kunt komen. Vinden ze het gek dat er geen toeristen komen!

Maar goed, we hebben hier echt heerlijk gegeten en zijn goed uitgerust. Ze hebben in echte batak gerechten, dus we hebben daar een visgerecht geprobeerd, tombur, echt overheerlijk! We hebben veel gezellige dagen gehad met All, Becky en Rachael, de vrienden die we hadden ontmoet bij . All was ook jarig, dus hadden we zowaar een chocoladecake op tafel staan midden in (die kwam van een duitse bakker op het eiland ;) ).

Gisteren vertrokken we richting Bukittinggi met de bus. We hadden maar een executive bus genomen met airco en toilet, aangezien we 17 uur in dat ding moesten zitten in de nacht. We vertrokken om half 5 en gingen als een speer op weg. De info vanuit Nederland klopt helemaal: buschauffeurs rijden hier als gekken. Ze rijden volgens mij op zich maar 80, alleen doen ze dat wel op een slecht wegdek, smal wegdek, in haarspeldbochten, maar hun manier van inhalen is nog het allerergste. Ze gaan gewoon op 1 cm (en echt 1 cm!) afstand rijden van hun voorganger en kijken af en toe of ze er langs kunnen. Soms blijven ze wel 10 minuten zo dicht op de ander rijden. Dan ineens toeteren ze en gaan ze er als een speer langs, nog net niet de tegenligger rammende. Het wegdek was overigens af en toe zo slecht op de Trans-sumatran high way dat het af en toe net de attractie van indiana jones was in disney land LA! We moesten eerst na zonsondergang gaan eten, want het is hier Ramadan, dus onze buschauffeur zat ook nog de hele dag achter het stuur zonder iets in zn maag, een lekker geweten. We probeerden ondertussen te slapen, maar midden in de nacht stopte de bus plotseling. We keken naar buiten en zagen een modderige zandweg en bovendien rolden we naar achteren.. Plots moesten de mensen voorin de bus eruit en de mensen midden in de bus naar achteren. Wat bleek? De bus kon de modderige heuvel niet op in de regen! We waren allebei vrij slaperig, maar volgens mij zijn we uit de blubber getrokken door een ander voertuig. We lachten ons natuurlijk kapot en toen we veilig over de heuvel waren vielen we weer in slaap. Om half 2 moesten we nog een keer stoppen omdat de chauffeur en andere Ramadanners moesten eten. En echt, in de smerigste tenten! De wc, geloof me, zo erg heb je ze nog nooit gezien! Hierna moesten we nog om 5 uur een keer stoppen omdat onze chauffeur en Ramadanners moesten bidden. Ik keek uit het raampje en zag iets dat leek op een moskee en er zaten inderdaad allemaal mensen te bidden. Hierna reden we door en ook goed door (de chauffeur probeerde waarschijnlijk de verloren tijd in te halen), maar om 7 uur stonden we dan eindelijk in bukittinggi, met zware spierpijn en blauwe plekken, want de seats zijn hier niet gebouwd op onze lange stelten.

Nu zitten we in hotel Asia en gaan zo even onze vlucht naar boeken en naar de markt. Morgen gaan we een trektocht doen in de Minangkabau vallei, heel erg leuk. We hebben gehoord van de aardbevingen en proberen het nieuws een beetje te volgen. We zijn van plan 8 september naar te gaan en we zullen wel zien hoe het daar aan toe is.

Bedankt voor alle leuke berichten!
@Cindy hoe gaat het daar? Is alles nog heel, en heb je al gordijnen gekocht? Die zwervers moet je maar laten gaan. er is er 1 die altijd heel hard schreeuwt en daar moet je met een grote boog omheen maar de rest is wel ok.
@Simon thanks for taking care of little sis!
@Erik die schoenen waren inderdaad een gouden idee. Elke keer als we met de rugzak lopen draag ik ze. Ook kwamen ze goed van pas tijdens de trektochten.

Overigens hebben we ook weer wat nieuwe ’s gepost. Deze komen steeds terecht in de ’s sumatra post. Dus blijf deze checken!

Foto’s en Filmpjes Sumatra

’s

Filmpjes