Chapada da diamantina

Om 7 uur ‘s ochtends zaten we al weer in de bus, op weg naar chapada de diamantina, een nationaal park in het westen van bahia. Om 2 uur kwamen we aan in lencois, het dorpje wat voor veel toeristen de verblijfplaats is waar vanuit allerlei tours kunnen worden gedaan. Het dorpje is klein en sfeervol. Vergelijkbaar met een dorpje in de franse bergen. Gekleurde huisjes, straten van keien en overal terrasjes. Ons hostel was prima, al was de eigenaresse, Talitha, voor braziliaanse begrippen nogal nors en haar man die alle excursies regelden sprak als een regelrechte kopie van borat. Dat was dan wel weer grappig!

De eerste dag hebben we een soort allround tour gedaan en hebben we een aantal highlights van het park gezien: watervallen, indrukwekkende grotten (we hebben zelfs in een ondergrondse rivier in een grot gesnorkeld, een bijzondere ervaring zo in het donker) en tot slot een prachtig uitkijkpunt over het park. Het water hier heeft overigens een bijzondere kleur, donkerbruin. Niet omdat het vies is – het is zelfs heel helder – maar omdat er veel ijzer in zit. In ieder geval weer erg bijzonder. De echte attractie hier, de hoogste waterval in brazilie, konden we overigens niet bezoeken omdat het te droog was en er dus geen water stroomde. ‘No agua’ zoals ons werd verteld. Lekker dan haha! We besloten daarom een twee-daagse trekking te doen naar de waterval Muchila en daar hebben we geen spijt van gehad! Wij boekten dit bij de man van Talitha, die normaal deze tours zelf doet. Omdat hij echter geblesseerd was, kregen we een andere gids die engels zou spreken..

Enfin, we hebben weer wat meegemaakt! Het begon al goed toen wij op donderdagochtend op de afgesproken tijd – half negen – klaar stonden met onze twee rugzakjes en de gids ons verwonderd vroeg waar wij al het eten, de slaapzakken en matjes gingen laten. De man van Talitha had tegen ons gezegd dat we zo weinig mogelijk mee moesten nemen en dat hadden we gedaan, maar hij was vergeten te zeggen dat we een backpack nodig hadden voor allerlei andere spullen waar de gids mee kwam aanzetten. Dus wij gauw alles weer ompakken zodat we uiteindelijk weg konden met mijn kleine backpack en de dagrugzak van nick. Daarna, hup als een speer, achter op de crossmotor naar het startpunt. We gingen slingerend door mul zand, dwars door een bos, door rivieren, maar gelukkig hebben we het overleefd.
Het eerste deel van de track bleek het zwaarste. We moesten 3 km naar de top van een berg klimmen, bepakt en wel met onze rugzak en backpack. Toen kwam het volgende hilarische moment (achteraf gezien). De man van Talitha had ons gezegd dat we na 1 uur lopen een waterbron tegen zouden komen en we dus maar 2 liter water mee hoefden te nemen en 2 lege flessen. Twee extra liter water zou immers alleen maar extra balast zijn tijdens het eerste, zware deel van de tocht. Dus wij na anderhalf uur toch eens vragen aan Mel, onze gids die maar heel gebrekkig engels bleek te spreken, waar toch die waterbron bleef. Waterbron? Maar er is nu helemaal geen grondwater, het is veel te droog! Maar, we konden van de rivier drinken volgens Mel, iets wat de man van Talitha ons had ontraden. Fijn! Goed, dus wij verder met inmiddels nog maar anderhalve liter water voor 2 dagen. Gelukkig was het uitzicht waarmee we werden beloond fantastisch mooi. Daar doen we het voor! Rond half 12 kwamen we eindelijk aan bij onze campsite. Hier was tevens een waterval waar we lekker konden zwemmen en het zweet van ons lijf afdouchen. Na een heerlijke en overdadige lunch, gingen we op we naar Muchila, de waterval.
Ook dit was weer een avontuur. Halverwege moesten we onze kleren uit en vroeg Mel ons ‘of we konden zwemmen’. Gelukkig konden we dat en vervolgde we onze tocht, terwijl Mel met onze tas waar de camera in zat ging klimmen langs een stijle wand om het water heen. Je had onze beduusde gezichten moeten zien, het was een foto waard! We moesten in totaal twee keer een stuk in de rivier zwemmen voordat we aankwamen bij de waterval. Maar wat was die mooi! En wat een voldaan gevoel krijg je na zo’n zware tocht!
Terug in het kamp was het tijd voor avondeten. Mel had een vuurtje gemaakt met takken uit het bos. Heerlijk, net als hoe het vroeger ging. Ondertussen hadden we bedacht dat we het water uit de rivier konden koken, want we hadden nog maar 10 slokken water over en we moesten nog een avond en een dag door komen. Het eten was overigens weer heerlijk en overdadig. Onze graatmagere gids at zelf niet heel veel en er was gekookt voor ongeveer 8 man. De dieren hier hadden dus weer eens geluk. Tijdens het avondeten vertelde Mel, onze ‘engels sprekende gids’ (aldus de man van Talitha) dat hij net 3 maanden geleden een zelfcursus Engels was begonnen. Aha! Daarna was het bedtijd. De zon was inmiddels al 2 uur onder, het was 8 uur en niet veel te doen, dus ga je slapen. Alhoewel de rots waar we op sliepen en de kapotte slaapzakken waar we ons in moesten verwarmen, verre van comfortabel waren, konden we toch af en toe wat slapen.
De volgende morgen was Mel alweer vroeg op om het ontbijt klaar te maken. We waren wat aan het rondsnuffelen en zagen een zakje aanmaaklimonade liggen. Het leek verdomd veel op de vruchtensap waar we gisteren en zojuist gulzig van gedronken hadden. Je raadt het al, de limonade was aangelengd met het rivierwater. Wonder boven wonder, althans zo zien wij het, zijn we niet ziek geworden. We gingen weer op pad, terug richting lencois. ‘s ochtends zijn we nog langs een uitkijkpunt geweest waar we vanaf boven honderden meters naar beneden in een ravijn keken op een – wel weer – prachtige waterval. Na 20 km kwamen we aan bij een rivier waar we heerlijk konden relaxen. Godzijdank zat daar een mannetje met koud water, frisdrank en bier, want ons gekookte gele water dat smaakte naar ijzer en rook was geen pretje om te drinken. Uitgerust en wel gingen we de laatste 5 km terug naar lencois en hebben we onszelf ‘s avonds verwend met caiprinha’s en paella. Daar kwamen we onze vriend nog tegen, de man van Talitha, waar we aan vertelde dat er geen grondwater was geweest onderweg. ‘Ahhh I told you, I did not trek for 2 months, I did not know!’ zei hij, waarna wij natuurlijk gebruld hebben van het lachen. Maar, het was een geweldige ervaring en wat was de natuur mooi! Ik kan het iedereen aanraden!

Vandaag hebben we een rustdag want vanavond gaan we met de nachtbus richting Morro de Sao paolo waar we nog een aantal dagen gaan chillen.

Salvador

We zijn aangekomen in Noord-Brazilie voor het tweede deel van onze reis. Salvador is de eerste bestemming. Het was nog even de vraag of onze tassen zouden meekomen met de vlucht vanuit Sao Paolo gezien de transfer tijd van maar 55 minuten, maar dat ging gelukkig goed. Op weg naar de binnenstad vanuit de luchthaven zagen we vooral veel krottenwijken en oude gebouwen, zwart van de uitlaatgassen. Het was moeilijk voor te stellen dat zich hier een UNESCO erfgoed bevindt. Onze pousada waar we verblijven in St Antonio, een wat rustige wijk vlakbij het oude centrum, is erg mooi en schattig.

‘S avonds hebben we ons gelijk gestort in het ritmische leven van Salvador. We vielen met ons neus in de boter met een jazz jamsessie op een mooie locatie: het modern art museum. De muziek was geweldig, er bleek een trompettist mee te doen die heeft gespeeld met Miles Davis. Er was een enorm goede vibe. Overal zaten en stonden mensen van jong tot oud, er waren verschillende eetstalletjes en er was een cocktailbar waar je voor 2,50e de heerlijkste cocktails kon krijgen. Om tien uur was het afgelopen en gingen we met de taxi naar huis. Je kunt hier op veel plekken als toerist na tienen niet meer op straat lopen, had de eigenaresse gezegd, omdat het dan te gevaarlijk is. Even wennen weer na anderhalve week in dorpen waar je alles kon doen wat je wilde..

De volgende ochtend eens heerlijk uitgeslapen en goed ontbeten. Fruit, vers geperst sinaasappelsap, verse broodjes, een eitje (wat hadden we dat lang niet gehad!) en yoghurt met verse muesli! Zal wel door de Frans eigenaar komen. ‘S middags zijn we door het oud historisch centrum gelopen met de gekleurde huisjes. Erg leuk, maar toch ook echt wel aan renovatie toe. Soms zie je hele mooie huizen, terwijl 10 meter verderop zwart besmeurde of afbrokkelende en dichtgetimmerde huizen staan. Bovendien is alles buiten dit centrum echt lelijk en oude troep. Ook zie je hier veel armoede, jonge kinderen die bedelen op straat of knock-out liggen midden op straat waarschijnlijk vanwege de drugs..Zonde, maar je moet er een beetje proberen doorheen te kijken. Salvador is overigens wel echt anders dan Rio. Je ziet hier veel meer afro-brazilianen, vanwege de historische achtergrond van slavenhandel in Bahia. Als blanke ben je hier duidelijk in de minderheid!

‘S avonds wilde we naar Olodum, een bekende muzikale groep, maar helaas waren we te laat. Het romantische restaurant waar we wilde eten was ook dicht, dus we zijn toen maar willekeurig ergens binnen gestapt en hebben daar een traditioneel gerecht uit Bahia gegeten, een heerlijke visstoofpot. We hebben de avond afgesloten met caiprinha’s bij een heel grappig eetcafeetje. De keuken was op de tweede verdieping en alles werd met een mandje aan een touwtje van boven naar beneden gebracht, zelfs onze caiprinha’s, hilarisch! Overal klonk muziek om ons heen en er zaten mensen op straat met elkaar te kletsen. Wat een gezelligheid!

De volgende dag moesten we een busticket kopen naar lencois, een dorpje aan de rand van het national park diamantina, waar we de natuur weer zouden intrekken. Dat bleek nog een heel gedoe. Er was weliswaar een ticket office in het oude centrum, maar daar ging het echt op z’n braziliaans, ‘tranquilo’. Na anderhalf uur eindelijk een ticket bemachtigd te hebben, zijn we gaan lunchen en naar het afro-braziliaans museum geweest. Heel leerzaam! De voorstelling waar we ‘s avonds naar toe gingen, bestond uit een traditionele godendans en een stuk capoera. Heel apart, vooral het eerste stuk waarin de spelers in een soort trance kwamen. Daarna hebben we heerlijke ‘bobo’ (garnalen in cassave saus) gegeten in het romantische restaurant waar we gisteren al heen wilden. Een goede afsluiter voor salvador. Het einde ging uiteraard in stijl. De taxichauffeur bracht in een grote omtrekkende boog ons naar het hostel voor maar liefst 30 reals, terwijl het normaal 8 moest kosten volgens onze hostess celine van het hostel.

De pantanal en bonito

Een week in de natuur! Je moet er wel wat voor over hebben, maar het is de moeite meer dan waard. Na een busreis van 13 uur kwamen we rond 9u ‘s ochtends aan in Campo Grande. In de bus hadden we al kennis gemaakt met een Nederlands stel en twee jongens uit Gibraltar die dezelfde tour hadden geboekt. Na een vlug ontbijtje op het busstation vertrokken we in de minivan voor een 6 uur durende tocht naar ons verblijf in de Pantanal. Gelukkig was het heel gezellig met de andere reisgenoten waardoor de tijd voorbij vloog. Ergens in de namiddag kwamen we aan bij een kruising, wat later het wisselpunt bleek te zijn waar aankomende en vertrekkende toeristen werden omgeruild. Na de wissel restte ons nog een uur durende tocht in een truck op een dirtroad. Onderweg konden we al genieten van het uitzicht. De Pantanal was erg droog, droger dan normaal in het droogseizoen. Het maakt het platte graslandschap ook wel weer heel mooi. Het lijkt bijna op een toendra.

Het verblijf bleek echt een pareltje in de Pantanal. Je hoefde bijna niet eens het terrein af, want het zat er vol met dieren: grote papagaaien, baby toekans, uilen en heel veel andere soorten vogels, twee tamme ‘wilde’ varkens, koeien, schapen, slangen en vossen. Overal hoorde je vogelgeluiden van vogels die je nog nooit had gehoord, er hingen hangmatten en er was een zwembad, wat wil je eigenlijk nog meer? Een leuke gids en een leuke groep…en of we die hadden! Marcello bleek een hele grappige en met de natuur begaande gids. De eerste dag hebben we met een boottocht gedaan en o.a. kaaimannen, otters, verschillende soorten vogels, capybarra’s (de grootste knaagdieren ter wereld), apen, leguanen en een soort emoe’s gezien. In de middag gingen we op een truck dieren spotten en hebben we weer heel veel dieren gezien. Bij een paar meren waren we even gestopt en konden we heel dicht bij o.a. kaaimannen en otters komen. Na de zonsondergang hebben we een prachtig moment mogen meemaken: de oplichtende ogen van de kaaimannen in het meer. Echt geweldig! Er bleken nog veel meer kaaimannen te zijn dan je bij dag kon zien, het hele meer zat bommetje vol. Op de terugweg hebben we nog twee vogelspinnen gezien, supergaaf!! We hebben de hele dag enorm gelachen om een Duitse toerist die ons deze dag vergezelde. Hij was niet helemaal oke vermoeden we, een beetje nors en had werkelijk niks door. Al stond je met je neus op het grootste dier wat je kon vinden, hij zag het niet haha. En hij was helemaal gek van gieren, heel apart. ‘S avonds hebben we weer genoten van het lekkere maaltijdje dat ze voor ons hadden gemaakt en de caiprinha’s, heerlijk.

De volgende morgen stond een wandeltocht op de planning. We hebben met onze gids in de natuur rondom ons verblijf gelopen en wederom veel dieren gezien, o.a. apen, vogels, een slang en een killerbee nest (iiiiiie!!). Ook heeft hij ons verteld over de verschillende boom- en plantsoorten die we tegen kwamen. ‘S middags was het hoogtepunt van de dag, piranha’s vissen! Tussen de kaaimannen mochten we onze hengels met aas in het water gooien, wat een bizarre belevenis.. Eerst waren we wel een beetje bang, maar al gauw bleek dat de kaaimannen banger zijn voor ons dan wij voor hen. Eigenlijk hebben de kaaimannen de meeste vijanden hier. Daarom noemden we ze de pussy’s van de Pantanal. Al gauw hadden we allemaal een keer beet. Nick had de meeste gevangen. Toen al het aas op was, gingen we terug naar het verblijf waar we de piranha’s schoonmaakte, om ze daarna te laten bakken door de kokkinnen en vervolgens zelf op te peuzelen. Mjum!

De laatste dag gingen we nog paardrijden, wat erg leuk was, al was het wel erg heet en hadden we aan het einde behoorlijke pijn aan ons kont. Na een paar laatste duiken in het zwembad en een laatste lunch met de groep, was het tijd om te vertrekken. Wat was het gezellig en fantastisch! Op het wisselpunt namen we afscheid. Van de groep gingen 2 stellen mee naar Bonito, onze laatste stop voordat we naar Noord-Brazilie vertrekken.

Marcello had ons gestuurd naar Guesthouse Catarino’s in Bonito, waar de neef van Marcello werkt bleek later. De afgelopen drie nachten hebben we hier overnacht, zonder spijt! We kregen iedere ochtend een heerlijk uitgebreid ontbijt, allemaal gemaakt door de vrouw van Catarino, Luciana. Iedere ochtend stond er weer een nieuwe chocoladetaart en vele andere cakes, dus je begrijpt dat ik in de 7e hemel was beland. Niet goed voor de lijn, zoals alles hier. We zijn al wat kilo’s zwaarder, maar ach, in Nederland trainen we het er wel weer af. We hebben het erg gezellig gehad met Michael, de neef van Marcello en tevens gastheer. We hadden twee tours via hem geboekt, samen met het Zweedse koppel die we hadden ontmoet in de Pantanal en die waren superleuk. De eerste dag gingen we snorkelen in Rio de Prata, een rivier in een bos, zo helder dat het net een zwembad was. Je kon vanaf de kant al zo de vissen zien zwemmen. Het snorkelen was hier heel bijzonder. De dag erna zijn we naar de Grotto do Azul geweest, een prachtige grote grot met een helderblauw meer erin. Niet te beschrijven hoe mooi, wederom geldt: je moet het zelf zien! ‘S avonds hebben we met z’n vieren heerlijk gegeten in een visrestaurant en de avond afgesloten met de nodige caiprinha’s. de volgende morgen hebben we nog een fietstochtje gemaakt naar een soort natuurzwembad, waarvan het water net zo helder was als dat van de Rio do Prato. Hier hebben we even gerelaxed totdat we terug moesten zijn voor de bus.

Nu zitten we in de bus terug naar Campo Grande waar we onze natuurtour begonnen. Zaterdag vliegen we naar Salvador, Bahia. We kijken terug op twee heerlijke weken en zijn benieuwd wat de komende twee weken ons nog gaan brengen.

Foto’s Pantanal

Foto’s Bonito

Rio de janeiro en foz do iguacu

Bom dia!! Zaterdag arriveerden wij in Rio. Vandaag is t alweer donderdag. Een kleine update van onze reis tot nu toe.

Onze pousada (een soort hostel maar dan bij iemand thuis) in Rio lag midden in Ipenima, 5 minuten van t strand. De eigenaar bleek alleen braziliaans te spreken dus onze minimale taalkennis werd meteen op de proef gesteld. Met handen en voeten hebben we het de eerste dag voor elkaar gekregen dat we warm water kregen en t licht werd gerepareerd. Inmiddels is ons vocabulair gelukkig wat uitgebreid en kunnen we in ieder geval een klein gesprekje voeren. Al blijft het een moeilijke taal, vooral de uitspraak.

De eerste dag hebben we heerlijk gewandeld op Ipenima beach en de Copacabana. Deze laatste heeft wel haar charme verloren. De hotels langs het strand zien er een beetje verloederd uit en het strand is niet veel anders dan andere stranden. Ipenima is daarentegen wel erg leuk, een soort Miami beach waar mensen op de boulevard hardlopen, skaten en longboarden. Een gezellig sfeertje dus! We hadden onze camera nog niet meegenomen, bang van alle verhalen over de criminaliteit in Rio. Dit blijkt reuze mee te vallen. Er zijn zeker plekken waar je niet alleen moet komen s’avonds en plekken waar je je camera niet teveel moet showen maar over het algemeen hoef je je niet onveilig te voelen.

De tweede dag werden we opgehaald door onze gids Olivia, een ontzettend praatgrage, grappige en aardige vrouw. Ze heeft ons heel Rio laten zien. We hebben door het park Tijuca gereden, een grote jungle midden in de stad. Ze heeft ons verteld over het leven in de favela’s, de politie eenheid UPP die momenteel alle favela’s ‘schoonveegt’, haar eigen favela waar ze woont en de projecten met kinderen die ze daar doet. Olivia bleek een echte survivor die vrienden is met iedereen, zelfs politie en criminelen. Daarna zijn we naar het grote jezus beeld geweest, boven op de berg. Wauw wat een wonderbaarlijk beeld! En wat een fantastisch uitzicht over Rio. Daarna bracht ze ons naar de plaats waar de carnavaltochten ieder jaar gehouden worden en vervolgens naar Santa Theresa, wat lijkt op de buurt met kleine uphill streets in San Francisco. Een hele artistieke en gezellige buurt. In die wijk hebben we ook geluncht en echte braziliaanse traditionele gerechten gegeten. Met ons buikje vol vertrokken we naar de mozaiken trap. Gemaakt door een gekke kunstenaar die ook ter plekke aanwezig was. We staan uiteraard met hem op de foto, vraag niet hoe haha! En dan de klapper: Sugarloaf mountain, vernoemd naar de vorm die lijkt op de suikerzakken van Brazilie. Vanaf deze berg heb je een prachtig uitzicht over heel Rio, ware het niet dat op het moment dat wij er waren Rio onder een groot donderwolkendek lag. Al gaf dat ook weer een mysterieus effect. S’avonds hebben we gegeten in de supermarkt. Dat is hier heel normaal. Net als de ‘por kilo’ bufetten waar je eten wordt gewogen op een weegschaal. We zijn inmiddels al meer relaxed, niet meer bang dat we overal gerold worden. Rio is een miljoenenstad, maar minder crimineel als gedacht maar vooral erg duur.

Volgende stop was Foz de Iguacu, misschien wel de mooiste watervallen van de wereld! Het was tevens onze eerste ipb vlucht in het buitenland met een andere maatschappij dan KLM. Onze pousada ligt net buiten de stad. Helaas was het bed echt een plank maar dat mag de pret niet drukken. S’ middags gingen we op zoek naar een lunchtentje en eindigde in een ‘por kilo’ cafetaria waar we voor het eerst kennis maakten met dit concept. Je betaalt voor wat je opschept. Veel duurzamer dan een buffet met een vast bedrag, want je schept voorzichtiger op. S’ avonds hebben we heerlijke caiprinha’s gedronken en vlees gegeten. Zo zeg ik het maar want dat is wel een beetje hoe het hier is in Zuid-Brazilie. Vlees vlees en nog eens vlees. Wel lekker en goed voor de vitamine B en ijzer, maar eigenlijk wel een beetje overdadig.

Woensdag zijn we naar de braziliaanse kant van de watervallen geweest. Wauw wat een natuurgeweld!! S’ middags hebben we een 3 uur durende tocht gemaakt door het regenwoud (dit wordt vaak vergeten maar de watervallen liggen in een prachtig natuurgebied). We hebben een aantal apen, een heleboel mooie grote vlinders en een leguaan gezien. Aan het einde werden we nog verwend met een boottocht over de prachtige rivier waar we ook een kaaiman hebben gezien! We voelden ons echt even intens gelukkig, wat kan de natuur toch prachtig zijn. Donderdag gingen we naar Argentinie, waar zich eigenlijk het grootste gedeelte van de watervallen bevindt. Het was meer dan de moeite waard. Je krijgt een beter zicht op de watervallen en er zijn fantastische panoramische uitkijkpunten, echt adembenemend. Bij de Devils Throath kon je van dichtbij zien hoe het water van een aantal grote watervallen naar beneden stort. Wat een kracht!! Enige minpunt was de coati’s, een soort wasbeerachtige beesten, die net als apen loeren op voedsel. Aan de braziliaanse kant stonden er mensen om ze weg te jagen. Hier niet, wat resulteerde in een grappig maar toch ook wel eng tafereel waarin een groep van 10-15 coati’s een plastic zak met eten uit de handen van een man wegkaapten en verslinden.

Vanmorgen hebben we uitgeslapen en laat ontbeten. Het ontbijt tot nu toe vrijwel hetzelfde geweest, een broodje kaas en/of ham, fruit en cake. Ja, je leest het goed. Ze ontbijten hier met cake: gewone cake, spongecake, chocoladecake, sinaasappelcake, kokoscake, noem maar op. Daarnaast hebben ze nog veel meer andere zoete lekkernijen. Niet goed voor de lijn maar voor mij wel een ontbijt bij uitstek haha!! Nu rusten we uit bij het zwembad van het hotel (het is hier 35 graden), want straks gaan we een lange reis maken naar de Pantanal (13 uur in de bus, 3 uur wachten en dan nog eens 6 uur naar ons verblijf midden in de Pantanal. Dit is een natuurgebied met heel veel dieren. We gaan er o.a. paardrijden, piranha’s vissen en opeten, een aantl safari’s doen en zwemmen met kaaimannen (vind vooral nick heel leuk, ik wat minder). Daarna nog 2 dagen naar Bonito, ook een prachtig natuurgebied. We zitten straks in de middle of nowhere, dus jullie horen pas weer van ons over ongeveer 5 a 7 dagen… Ciao ciao!!!!

Foto’s Rio

Foto’s Foz de Iguacu

Laatste bestemming Kuala Lumpur

Alles heeft een begin en einde. Vakanties ook. Iedere vakantie kent bij mij dan ook twee belangrijke momenten. Het moment aan het begin van de vakantie waarin je jezelf beseft dat je over zoveel weken weer op dezelfde plek staat, maar dan om terug te keren naar huis. Het tweede moment is precies dat moment, zoveel weken later op dezelfde plek, waarin je jezelf beseft dat je hier een aantal weken geleden je reis begon. Deze twee momenten zijn sterk aan elkaar verbonden en is de basis van mijn algehele gevoel van de vakantie. Ik probeer ze altijd heel bewust te beleven, om mijzelf te dwingen van elk moment te genieten. Bij terugkomst hoop ik dan ook altijd dat ik kan concluderen daadwerkelijk volop genoten te hebben. Dat je wordt overrompeld door een tweeledig gevoel, namelijk een tevreden gevoel over wat je hebt meegemaakt en een klein beetje verdriet omdat je weer naar huis moet.

De locaties van de start en het einde van een vakantie vergeet ik dan ook nooit. Onze laatste bestemming van deze vakantie was Kuala Lumpur. Een plek waar wij al eens eerder zijn geweest. Omdat we ruim 10 uur te overbruggen hadden tussen onze vlucht uit Ho Chi Minh en de aansluitende vlucht naar Amsterdam, besloten we tot een kort weerzien van deze stad. Met de groene snelheidstrein zijn we direct naar KLCC gegaan, de plek van de welbekende en indrukwekkende Petrona torens en een hele grote shopping mall. De warmte en het zonnetje in het park voor de torens zorgde voor een vroeg gevoel van heimwee. Voordat we terug gingen naar het vliegveld hebben we genoten van ons lievelingsmaal in het restaurant waar we twee jaar geleden ook gegeten hebben, al was dat toen aan het begin van onze reis – door Indonesië. De heerlijke kokosrijst en rendang heeft ons goed gesmaakt en we konden dan ook met een voldaan gevoel terug naar het vliegveld.

Op het vliegveld wachtte ons nog een spannende periode. Konden we mee terug naar Amsterdam of moesten we nog een nachtje blijven? Aanvankelijk zag het er niet goed uit. Er waren weliswaar 21 stoelen vrij, maar het vliegtuig was te zwaar vanwege extra vracht, tevens vertraagd en met slecht weer in het vooruitzicht naar Amsterdam, was het kantje boord. Gelukkig mochten we mee, al hoorden we dat pas 5 minuten voor vertrek. Living on the edge. Als gevolg van deze late beslissing van de captain was onze bagage helaas blijven staan in Kuala Lumpur, daar zullen we dus nog even op moeten wachten.

Inmiddels heeft het gewone Amsterdamse leven al weer bezit van ons genomen. Het werk wacht weer op ons. Er zal weer gekookt moeten worden. Er zal weer gesport moeten worden, al zijn we beiden door de vakantie drie kilo afgevallen. Ik wil geen voorbarige conclusies trekken, maar het lijkt voor mij toch een bevestiging dat de oosterse eet- en leefwijze toch veel gezonder is dan die in het westen.

Dagje strand en shoppen

De laatste twee dagen hebben we gevuld met een dagje strand en een dagje shoppen. Op donderdag zijn we met de snelle ferry naar Vung Tau geweest, waar we konden genieten van het Vietnamese strandleven. Het was nog even schrikken toen we er achter kwamen dat de zonnebrandcreme die we hadden gekocht, ‘whitening’ op de verpakking had staan. Toch apart dat veel aziaten – vooral de vrouwen – een moord doen om blank te worden en blijven, terwijl wij westerlingen juist ons uiterste best doen zo bruin mogelijk van vakantie terug te komen. Gelukkig konden we in een winkeltje nog ‘normale’ zonnebrand kopen, al heeft het niet veel geholpen. We zijn natuurlijk als rode kreeften – zoals de receptioniste van ons hotel zei – terug gekomen van het strand. Hoogtepunt van de dag was toch wel onze lunch, verse krab! Zo gevangen uit de zee en klaargemaakt in bier door een alleraardigst vrouwtje. Het ontleden van het beestje was geen makkelijke klus, maar des te trots waren we dat het ons toch was gelukt! Mochten we ooit nog ergens terecht komen in de wildernis en we hebben een krab gevangen, dan weten we er in ieder geval raad mee. Juist..

De laatste dag stond in het teken van helemaal niets! ‘s Ochtends hebben we de vluchten bekeken en besloten om toch maar via Kuala Lumpur te vliegen, aangezien de vlucht bomvol zit. ‘s Middags hebben we een rondje door de shopping malls en souvenierswinkeltjes gedaan. Uiteindelijk hebben we toch nog een ‘lak’ schaal en doosje voor de chopsticks kunnen kopen met de ‘eggshell’ methode gemaakt. De winkel was haast niet te vinden emmte bereiken door de drukke spits en toen we de winkel eindelijk gevonden hadden, bleek er een personeelsfeestje te zijn. De voorouders van de baas werden namelijk groots herdacht. De mensen hebben de winkel speciaal voor ons open gedaan en na onze aankopen kregen we ook nog een cadeautje van hun mee. We kunnen niet anders zeggen dan dat het echt ontzettend aardige en gastvrije mensen zijn, de Vietnamezen.

Onze laatste avond hebben we afgesloten bij de Temple Club, een restaurant waar we voor de laatste keer de heerlijke gebakken en verse spring rolls hebben gegeten en nog heel veel andere lekkernijen. Jammer dat de vakantie nu al weer tot zijn einde komt. Het was een heerlijke vakantie waarin we veel hebben gezien en beleefd. Wat we meenemen naar Nederland is een hele mooie ervaring, waarin we hebben genoten van de Vietnamese keuken, cultuur en natuur, maar vooral ook veel hebben geleerd van de geschiedenis van het land. Zeker de moeite waard om te terug te komen!

Mekong Delta

Op woensdag hebben we een excursie van een dag gedaan naar de Mekong Delta. We zijn meestal niet echt happig op de groepsexcursies en eigenlijk wilden we in eerste instantie op eigen gelegenheid gaan waarbij we een keer zouden overnachten. Toch hebben we uiteindelijk maar voor de groepsexcursie gekozen omdat we gewoonweg niet genoeg tijd hiervoor hadden.

Misschien was het omdat we totaal geen verwachtingen hadden of misschien zijn groepsexcursies stiekem toch wel leuk, want we hebben de tijd van ons leven gehad! Op weg naar de Mekong Delta reden we door het prachtige zuidelijke landschap met groene rijstvelden. We maakten nog een korte stop bij een klein fabriekje waar de tradionele ‘lakwaren’ werden gemaakt met de eierschaal techniek (moeilijk uit te leggen; google maar op lacquer & eggshell) door slachtoffers van Agent Orange. Het was erg heftig om deze mensen in levende lijve te ontmoeten.

We hebben enorme mazzel gehad met onze leuke gids. Al had hij wel een beetje het accent van dr. Evil uit Austin Powers – wat natuurlijk op onze lachspieren werkte – hij had ontzettend leuke verhalen over het leven in Vietnam. In een korte tijd werden we bijgepraat over de geschiedenis, politiek, het geloof, eetgewoonten en leefgewoonten. Aagenkomen in de Mekong Delta bezochten we eerst een huis van de inwoners daar. Wat ons erg bij is gebleven, is dat de Vietnamezen eigenlijk veel socialer zijn dan wij Nederlanders. Als er een feest is, wordt iedereen uitgenodigd, ook de mensen uit de buurt. Ook al vind je jouw buurman niet zo aardig, toch nodig je hem uit. Dat zet je toch aan het denken.

Hierna hadden we een klein intermezzo met vers fruit en tradionele muziek. Vervolgens werden we op kleine kano’s door de Mekong Delta gevaren. De kokosnootbomen die over het water hingen waren werkelijk waar een prachtig gezicht en erg speciaal. We werden weer afgezet bij lokale mensen die kokosnoepjes en honing maken. We mochten zelf proeven en je begrijpt, dat sloegen wij niet af. Het was om je vingers er bij af te likken. Hierna hebben we nog even ‘try before you die’ gespeeld, waarbij je eerst je vinger in een bijenkorf mocht stoppen om verse honing te proeven om vervolgens een hele grote python innig te omhelzen. Leuk.. Gelukkig werden we weer gauw naar een boot gebracht die ons via de grote rivier naar een restaurantje bracht aan het water. Na de lunch was het tijd voor het laatste onderdeel, een typisch boeddhistische pagoda, een van de velen uit Vietnam. Een pagoda is een plek waar Vietnamesen komen bidden, dit in tegenstelling tot een tempel – waar men een belangrijk persoon ‘aanbidt’. We moesten bijna een traan laten toen onze gids hier vertelde over de boeddhistische positieve gedachte en zijn advies aan ons om vooral veel tijd door te brengen met onze ouders, omdat hij ze zelf zo vroeg had verloren. De oosterse leefwijze en filosofie is inspirerend en ik geloof dat het niet erg zou zijn als meer mensen zo positief over het leven en de mensheid zouden denken.

We hebben de avond leuk afgesloten bij de Acoustic Bar, een tentje met een soort open podium avond. Hier kan iedereen zich opgeven om een liedje te komen zingen. Geen karoako, maar mensen die echt kunnen zingen. Het leek wel een kleine Vietnamese Idols. Het was erg leuk om de lokale mensen zo uit hun dak te zien gaan op liedjes van Rihanna en Maroon 5. Er werd niet gedanst, maar dat is misschien ook meer aan ons besteed.

Geschiedenisles 2 in de Cu Chi tunnels

Dinsdag hebben we een motor gehuurd en zijn we naar de Cu Chi tunnels gereden. De tocht op zich was al een belevenis. Als je weet dat er meer dan 5,6 miljoen brommers zijn op een inwonersaantal van 11 miljoen mensen, betekent dit dat iedere volwassene die op een brommer mag rijden er 1 heeft. Het is de eerste levensbehoefte na voedsel.
Hoewel het verkeer er als voetganger er ontzettend chaotisch uit ziet, blijkt het wel mee te vallen als je zelf op een brommer zit. Sowieso rijdt niemand hier hard, maximum snelheid op de snelwegen is 50 km/uur. Daarnaast geldt hier de regel dat je om elkaar heen gaat, een soort organisch of dynamisch systeem. En het werkt! Je kunt zelfs als voetganger een straat oversteken vol met rijdende auto’s en brommers. Zo lang je niet achteruit gaat rijdt iedereen om je heen.
De tocht bleek redelijk lang en zonder kaart niet makkelijk te vinden, maar uiteindelijk kwamen we in de vroege middag aan bij de Cu Chi tunnels. Er zijn twee soorten Cu Chi tunnels: de Cu Chi tunnels voor toeristen waarvoor de tunnels groter zijn gemaakt en de ‘echte’ tunnels in originele grootte. Wij zijn naar de laatst genoemde gegaan. Het was nog even zoeken naar de ingang, ze geven hier in Vietnam haast niets aan op borden – misschien in het Vietnamees, maar dat kunnen wij uiteraard niet lezen. We liepen al een tijd in het gebied van de tunnels toen we een groepje toeristen met een gids hoorden roepen ‘zijn jullie verdwaald?’ Later bleek dat we via de uitgang naar binnen zijn gegaan en dat dit uiteraard niet de bedoeling was. Je moet namelijk met een gids op pad, o.a. vanwege de veiligheid. Je kunt hier niet zomaar van het pad afgaan zullen we maar zeggen.
Enfin, de Cu Chi tunnels waren zeer indrukwekkend. Onze gids liet ons de kleine ingangen van de tunnels zien. Op het eerste gezicht lijkt het alsof je er niet inpast, zeker niet als grote Nederlander, maar niets bleek minder waar. Gewoon diagonaal met je handen omhoog en je floept zo naar beneden! Even later zijn we ook daadwerkelijk door de smalle tunnels gegaan. Niets voor mensen die claustrofobisch zijn of die bang zijn voor vleermuizen! Toch kun je het eigenlijk niet overslaan, want op die manier ervaar je pas echt hoe het geweest moet zijn voor de Vietnamezen zelf. De tunnels zijn werkelijk waar bedacht door een genie. Wat een fantastisch ingenieus gangenstelsel. We begrijpen wel dat de Amerikanen hier geen raad mee wisten. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de slimme booby traps die Vietnamezen destijds hebben geplaatst om de vijand in de val te lokken. Nog een ander weetje: overal hadden de Vietnamezen booby traps gemaakt deze waren altijd gemaakt op te verwonden en niet te doden. Ook schoten ze de vijand altijd in het been en niet in het hoofd of het hart. Waarom? Omdat er altijd drie amerikanen per gewonde zich terugtrokken om hem of haar te verzorgen. Zo zorg je dus dat je minder vijanden op het slagveld hebt.

Na de tunnels moesten we nog de weg terug naar Ho Chi Minh vinden, zonder kaart. We hadden natuurlijk gewoon de weg die we gekomen zijn, terug kunnen volgen, maar dat zou uiteraard niets voor Bibi en Nick zijn. Onder het motto van ‘misschien is de andere route wel veel mooier’, gingen we niet rechtsom, maar linksom terug. Dat was geen eitje kan ik je zeggen. Geen enkele Vietnamees die we tegen kwamen sprak ook maar een woord Engels en we hadden geen idee waar we waren. Borden waren ook nergens te vinden. Geloof het of niet, we vonden onze weg en waren nog sneller terug dan op de heenweg! Helaas was het geen bijzondere route – een snelweg zonder uitzicht – maar goed, wie niet waagt wie niet wint. ‘s Avonds hebben gegeten bij ons hotel met het stelletje uit Duitsland waarmee we de rondleiding in de Cu Chi tunnels hadden gedaan. Als kers op de slagroom hebben we daarna nog een heerlijke verse bananen- en mango milkshake gedronken tegenover ons hotel. Wat zullen we het verse fruit gaan missen!

Geschiedenisles in Ho Chi Minh City

Het is al weer de laatste dag van onze vakantie. Morgen zit het er al weer op! Aangezien vorige week zondag de weersvoorspellingen er niet al te best uitzagen voor de plaatsen waar wij nog heen wilden gaan, hebben we besloten naar Ho Chi Minh te gaan en daar te kijken wat voor leuke dingen we nog konden doen. Met maar 1 uur reistijd vanaf Danang, stonden we maandag morgen al met onze voetjes in het warme Ho Chi Minh. Het is hier ongeveer 28 tot 30 graden en half bewolkt, heerlijk! Nick had een heel mooi en leuk hotel gekozen in een rustige straat in het centrum, zodat we de laatste dagen nog even lekker konden genieten.

‘s Middags zijn we direct naar het War Remnants Museum gegaan, een indrukwekkend museum over de gevolgen van de oorlog. Voor outsiders, de oorlog van de Amerikanen in Vietnam ging puur en alleen om het communisme te bestrijden. Er was geen echte directe aanleiding voor de Amerikanen om deze oorlog te beginnen, maar was meer een gevecht tussen twee grootmachten: Amerika en het communistische Rusland. Buiten, voor het museum, staan de voertuigen waarmee de Amerikanen vlogen tijdens de oorlog alsmede de bommen die ze gebruikten. Er waren zelfs bommen bij die honderd duizenden mensen in 1 keer konden vernietigen. Ook was er een klein gedeelte buiten gewijd aan informatie over martelingen van de Amerikanen. Gelukkig hebben we een sterke maag, want wat je daar ziet is werkelijk waar niet te beschrijven. Allereerst werden de Vietnamesen in zogenaamde tijgerkooien gestopt, een kooi van ongeveer 2 bij 1 bij 0,5 meter met prikkeldraad waar wel drie mensen tegelijk in gevangen werden gehouden. Je kunt er alleen maar in liggen en je ligt dus ook nog eens boven op elkaar. Verschrikkelijk! De martelingen waren ook gruwelijk, ik zal hier niet over uitwijden, je moet het zelf maar gaan bekijken.

Binnen in het museum waren foto’s te zien van tijdens en na de oorlog. Speciale aandacht werd besteed aan de gevolgen van Agent Orange, een chemisch middel die de Amerikanen uitspoten over een groot deel van Vietnam die werkelijk waar alles vernietigde. Dit deden ze omdat de Vietnamesen in bepaalde regio’s een netwerk hadden gebouwd onder de grond. De Amerikanen wisten hier geen raad mee en besloten maar alles plat te gooien, zodat de vijand zich minder goed kon verstoppen. Het gevolg was dat een groot deel van de natuur werd verwoesd en nog erger, een groot deel van de mensen werden gedood of verminkt. Het erge van dit alles is, dat de chemische stof genetische mutaties heeft veroorzaakt in het DNA waardoor er veel kinderen zijn geboren na de oorlog met afwijkingen. Ernstige afwijkingen. Afwijkingen van de ledematen (die er soms niet eens waren), ernstige hersenbeschadigingen en huidaandoeningen. Het blijkt een ernstige oorlogsmisdaad, want de gevolgen zijn nog verstrekkender dan de oorlog alleen.
Ook indrukwekkend was de tentoonstelling over de fotografen die zijn omgekomen in de oorlog. De foto’s van deze fotografen werden tentoongesteld, inclusief de laatste foto die ze gemaakt hebben voor hun dood. Heftig. Toen we buiten stonden moesten we eerst drie keer diep ademhalen voordat we verder konden. Het maakte mij niet alleen verdrietig, maar ook boos. Gebeuren dit soort dingen nog steeds in de wereld? En hoe kunnen we dit elkaar aandoen? En wat geeft de Amerikanen het recht zich met overal en alles te bemoeien?

‘s Avonds hebben we gegeten in een restaurant dat wordt gerund door achtergestelde Vietnamese kinderen. Een initiatief om deze kinderen een nieuwe kans in het leven te geven. Het lijkt een beetje op het concept van Jamie Oliver. Het was heerlijk en na deze uitputtende dag vielen we dan ook goed in slaap.