Laatste bestemming Kuala Lumpur

Alles heeft een begin en einde. Vakanties ook. Iedere vakantie kent bij mij dan ook twee belangrijke momenten. Het moment aan het begin van de vakantie waarin je jezelf beseft dat je over zoveel weken weer op dezelfde plek staat, maar dan om terug te keren naar huis. Het tweede moment is precies dat moment, zoveel weken later op dezelfde plek, waarin je jezelf beseft dat je hier een aantal weken geleden je reis begon. Deze twee momenten zijn sterk aan elkaar verbonden en is de basis van mijn algehele gevoel van de vakantie. Ik probeer ze altijd heel bewust te beleven, om mijzelf te dwingen van elk moment te genieten. Bij terugkomst hoop ik dan ook altijd dat ik kan concluderen daadwerkelijk volop genoten te hebben. Dat je wordt overrompeld door een tweeledig gevoel, namelijk een tevreden gevoel over wat je hebt meegemaakt en een klein beetje verdriet omdat je weer naar huis moet.

De locaties van de start en het einde van een vakantie vergeet ik dan ook nooit. Onze laatste bestemming van deze vakantie was Kuala Lumpur. Een plek waar wij al eens eerder zijn geweest. Omdat we ruim 10 uur te overbruggen hadden tussen onze vlucht uit Ho Chi Minh en de aansluitende vlucht naar Amsterdam, besloten we tot een kort weerzien van deze stad. Met de groene snelheidstrein zijn we direct naar KLCC gegaan, de plek van de welbekende en indrukwekkende Petrona torens en een hele grote shopping mall. De warmte en het zonnetje in het park voor de torens zorgde voor een vroeg gevoel van heimwee. Voordat we terug gingen naar het vliegveld hebben we genoten van ons lievelingsmaal in het restaurant waar we twee jaar geleden ook gegeten hebben, al was dat toen aan het begin van onze reis – door Indonesië. De heerlijke kokosrijst en rendang heeft ons goed gesmaakt en we konden dan ook met een voldaan gevoel terug naar het vliegveld.

Op het vliegveld wachtte ons nog een spannende periode. Konden we mee terug naar Amsterdam of moesten we nog een nachtje blijven? Aanvankelijk zag het er niet goed uit. Er waren weliswaar 21 stoelen vrij, maar het vliegtuig was te zwaar vanwege extra vracht, tevens vertraagd en met slecht weer in het vooruitzicht naar Amsterdam, was het kantje boord. Gelukkig mochten we mee, al hoorden we dat pas 5 minuten voor vertrek. Living on the edge. Als gevolg van deze late beslissing van de captain was onze bagage helaas blijven staan in Kuala Lumpur, daar zullen we dus nog even op moeten wachten.

Inmiddels heeft het gewone Amsterdamse leven al weer bezit van ons genomen. Het werk wacht weer op ons. Er zal weer gekookt moeten worden. Er zal weer gesport moeten worden, al zijn we beiden door de vakantie drie kilo afgevallen. Ik wil geen voorbarige conclusies trekken, maar het lijkt voor mij toch een bevestiging dat de oosterse eet- en leefwijze toch veel gezonder is dan die in het westen.

Dagje strand en shoppen

De laatste twee dagen hebben we gevuld met een dagje strand en een dagje shoppen. Op donderdag zijn we met de snelle ferry naar Vung Tau geweest, waar we konden genieten van het Vietnamese strandleven. Het was nog even schrikken toen we er achter kwamen dat de zonnebrandcreme die we hadden gekocht, ‘whitening’ op de verpakking had staan. Toch apart dat veel aziaten – vooral de vrouwen – een moord doen om blank te worden en blijven, terwijl wij westerlingen juist ons uiterste best doen zo bruin mogelijk van vakantie terug te komen. Gelukkig konden we in een winkeltje nog ‘normale’ zonnebrand kopen, al heeft het niet veel geholpen. We zijn natuurlijk als rode kreeften – zoals de receptioniste van ons hotel zei – terug gekomen van het strand. Hoogtepunt van de dag was toch wel onze lunch, verse krab! Zo gevangen uit de zee en klaargemaakt in bier door een alleraardigst vrouwtje. Het ontleden van het beestje was geen makkelijke klus, maar des te trots waren we dat het ons toch was gelukt! Mochten we ooit nog ergens terecht komen in de wildernis en we hebben een krab gevangen, dan weten we er in ieder geval raad mee. Juist..

De laatste dag stond in het teken van helemaal niets! ‘s Ochtends hebben we de vluchten bekeken en besloten om toch maar via Kuala Lumpur te vliegen, aangezien de vlucht bomvol zit. ‘s Middags hebben we een rondje door de shopping malls en souvenierswinkeltjes gedaan. Uiteindelijk hebben we toch nog een ‘lak’ schaal en doosje voor de chopsticks kunnen kopen met de ‘eggshell’ methode gemaakt. De winkel was haast niet te vinden emmte bereiken door de drukke spits en toen we de winkel eindelijk gevonden hadden, bleek er een personeelsfeestje te zijn. De voorouders van de baas werden namelijk groots herdacht. De mensen hebben de winkel speciaal voor ons open gedaan en na onze aankopen kregen we ook nog een cadeautje van hun mee. We kunnen niet anders zeggen dan dat het echt ontzettend aardige en gastvrije mensen zijn, de Vietnamezen.

Onze laatste avond hebben we afgesloten bij de Temple Club, een restaurant waar we voor de laatste keer de heerlijke gebakken en verse spring rolls hebben gegeten en nog heel veel andere lekkernijen. Jammer dat de vakantie nu al weer tot zijn einde komt. Het was een heerlijke vakantie waarin we veel hebben gezien en beleefd. Wat we meenemen naar Nederland is een hele mooie ervaring, waarin we hebben genoten van de Vietnamese keuken, cultuur en natuur, maar vooral ook veel hebben geleerd van de geschiedenis van het land. Zeker de moeite waard om te terug te komen!

Mekong Delta

Op woensdag hebben we een excursie van een dag gedaan naar de Mekong Delta. We zijn meestal niet echt happig op de groepsexcursies en eigenlijk wilden we in eerste instantie op eigen gelegenheid gaan waarbij we een keer zouden overnachten. Toch hebben we uiteindelijk maar voor de groepsexcursie gekozen omdat we gewoonweg niet genoeg tijd hiervoor hadden.

Misschien was het omdat we totaal geen verwachtingen hadden of misschien zijn groepsexcursies stiekem toch wel leuk, want we hebben de tijd van ons leven gehad! Op weg naar de Mekong Delta reden we door het prachtige zuidelijke landschap met groene rijstvelden. We maakten nog een korte stop bij een klein fabriekje waar de tradionele ‘lakwaren’ werden gemaakt met de eierschaal techniek (moeilijk uit te leggen; google maar op lacquer & eggshell) door slachtoffers van Agent Orange. Het was erg heftig om deze mensen in levende lijve te ontmoeten.

We hebben enorme mazzel gehad met onze leuke gids. Al had hij wel een beetje het accent van dr. Evil uit Austin Powers – wat natuurlijk op onze lachspieren werkte – hij had ontzettend leuke verhalen over het leven in Vietnam. In een korte tijd werden we bijgepraat over de geschiedenis, politiek, het geloof, eetgewoonten en leefgewoonten. Aagenkomen in de Mekong Delta bezochten we eerst een huis van de inwoners daar. Wat ons erg bij is gebleven, is dat de Vietnamezen eigenlijk veel socialer zijn dan wij Nederlanders. Als er een feest is, wordt iedereen uitgenodigd, ook de mensen uit de buurt. Ook al vind je jouw buurman niet zo aardig, toch nodig je hem uit. Dat zet je toch aan het denken.

Hierna hadden we een klein intermezzo met vers fruit en tradionele muziek. Vervolgens werden we op kleine kano’s door de Mekong Delta gevaren. De kokosnootbomen die over het water hingen waren werkelijk waar een prachtig gezicht en erg speciaal. We werden weer afgezet bij lokale mensen die kokosnoepjes en honing maken. We mochten zelf proeven en je begrijpt, dat sloegen wij niet af. Het was om je vingers er bij af te likken. Hierna hebben we nog even ‘try before you die’ gespeeld, waarbij je eerst je vinger in een bijenkorf mocht stoppen om verse honing te proeven om vervolgens een hele grote python innig te omhelzen. Leuk.. Gelukkig werden we weer gauw naar een boot gebracht die ons via de grote rivier naar een restaurantje bracht aan het water. Na de lunch was het tijd voor het laatste onderdeel, een typisch boeddhistische pagoda, een van de velen uit Vietnam. Een pagoda is een plek waar Vietnamesen komen bidden, dit in tegenstelling tot een tempel – waar men een belangrijk persoon ‘aanbidt’. We moesten bijna een traan laten toen onze gids hier vertelde over de boeddhistische positieve gedachte en zijn advies aan ons om vooral veel tijd door te brengen met onze ouders, omdat hij ze zelf zo vroeg had verloren. De oosterse leefwijze en filosofie is inspirerend en ik geloof dat het niet erg zou zijn als meer mensen zo positief over het leven en de mensheid zouden denken.

We hebben de avond leuk afgesloten bij de Acoustic Bar, een tentje met een soort open podium avond. Hier kan iedereen zich opgeven om een liedje te komen zingen. Geen karoako, maar mensen die echt kunnen zingen. Het leek wel een kleine Vietnamese Idols. Het was erg leuk om de lokale mensen zo uit hun dak te zien gaan op liedjes van Rihanna en Maroon 5. Er werd niet gedanst, maar dat is misschien ook meer aan ons besteed.

Geschiedenisles 2 in de Cu Chi tunnels

Dinsdag hebben we een motor gehuurd en zijn we naar de Cu Chi tunnels gereden. De tocht op zich was al een belevenis. Als je weet dat er meer dan 5,6 miljoen brommers zijn op een inwonersaantal van 11 miljoen mensen, betekent dit dat iedere volwassene die op een brommer mag rijden er 1 heeft. Het is de eerste levensbehoefte na voedsel.
Hoewel het verkeer er als voetganger er ontzettend chaotisch uit ziet, blijkt het wel mee te vallen als je zelf op een brommer zit. Sowieso rijdt niemand hier hard, maximum snelheid op de snelwegen is 50 km/uur. Daarnaast geldt hier de regel dat je om elkaar heen gaat, een soort organisch of dynamisch systeem. En het werkt! Je kunt zelfs als voetganger een straat oversteken vol met rijdende auto’s en brommers. Zo lang je niet achteruit gaat rijdt iedereen om je heen.
De tocht bleek redelijk lang en zonder kaart niet makkelijk te vinden, maar uiteindelijk kwamen we in de vroege middag aan bij de Cu Chi tunnels. Er zijn twee soorten Cu Chi tunnels: de Cu Chi tunnels voor toeristen waarvoor de tunnels groter zijn gemaakt en de ‘echte’ tunnels in originele grootte. Wij zijn naar de laatst genoemde gegaan. Het was nog even zoeken naar de ingang, ze geven hier in Vietnam haast niets aan op borden – misschien in het Vietnamees, maar dat kunnen wij uiteraard niet lezen. We liepen al een tijd in het gebied van de tunnels toen we een groepje toeristen met een gids hoorden roepen ‘zijn jullie verdwaald?’ Later bleek dat we via de uitgang naar binnen zijn gegaan en dat dit uiteraard niet de bedoeling was. Je moet namelijk met een gids op pad, o.a. vanwege de veiligheid. Je kunt hier niet zomaar van het pad afgaan zullen we maar zeggen.
Enfin, de Cu Chi tunnels waren zeer indrukwekkend. Onze gids liet ons de kleine ingangen van de tunnels zien. Op het eerste gezicht lijkt het alsof je er niet inpast, zeker niet als grote Nederlander, maar niets bleek minder waar. Gewoon diagonaal met je handen omhoog en je floept zo naar beneden! Even later zijn we ook daadwerkelijk door de smalle tunnels gegaan. Niets voor mensen die claustrofobisch zijn of die bang zijn voor vleermuizen! Toch kun je het eigenlijk niet overslaan, want op die manier ervaar je pas echt hoe het geweest moet zijn voor de Vietnamezen zelf. De tunnels zijn werkelijk waar bedacht door een genie. Wat een fantastisch ingenieus gangenstelsel. We begrijpen wel dat de Amerikanen hier geen raad mee wisten. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de slimme booby traps die Vietnamezen destijds hebben geplaatst om de vijand in de val te lokken. Nog een ander weetje: overal hadden de Vietnamezen booby traps gemaakt deze waren altijd gemaakt op te verwonden en niet te doden. Ook schoten ze de vijand altijd in het been en niet in het hoofd of het hart. Waarom? Omdat er altijd drie amerikanen per gewonde zich terugtrokken om hem of haar te verzorgen. Zo zorg je dus dat je minder vijanden op het slagveld hebt.

Na de tunnels moesten we nog de weg terug naar Ho Chi Minh vinden, zonder kaart. We hadden natuurlijk gewoon de weg die we gekomen zijn, terug kunnen volgen, maar dat zou uiteraard niets voor Bibi en Nick zijn. Onder het motto van ‘misschien is de andere route wel veel mooier’, gingen we niet rechtsom, maar linksom terug. Dat was geen eitje kan ik je zeggen. Geen enkele Vietnamees die we tegen kwamen sprak ook maar een woord Engels en we hadden geen idee waar we waren. Borden waren ook nergens te vinden. Geloof het of niet, we vonden onze weg en waren nog sneller terug dan op de heenweg! Helaas was het geen bijzondere route – een snelweg zonder uitzicht – maar goed, wie niet waagt wie niet wint. ‘s Avonds hebben gegeten bij ons hotel met het stelletje uit Duitsland waarmee we de rondleiding in de Cu Chi tunnels hadden gedaan. Als kers op de slagroom hebben we daarna nog een heerlijke verse bananen- en mango milkshake gedronken tegenover ons hotel. Wat zullen we het verse fruit gaan missen!

Geschiedenisles in Ho Chi Minh City

Het is al weer de laatste dag van onze vakantie. Morgen zit het er al weer op! Aangezien vorige week zondag de weersvoorspellingen er niet al te best uitzagen voor de plaatsen waar wij nog heen wilden gaan, hebben we besloten naar Ho Chi Minh te gaan en daar te kijken wat voor leuke dingen we nog konden doen. Met maar 1 uur reistijd vanaf Danang, stonden we maandag morgen al met onze voetjes in het warme Ho Chi Minh. Het is hier ongeveer 28 tot 30 graden en half bewolkt, heerlijk! Nick had een heel mooi en leuk hotel gekozen in een rustige straat in het centrum, zodat we de laatste dagen nog even lekker konden genieten.

‘s Middags zijn we direct naar het War Remnants Museum gegaan, een indrukwekkend museum over de gevolgen van de oorlog. Voor outsiders, de oorlog van de Amerikanen in Vietnam ging puur en alleen om het communisme te bestrijden. Er was geen echte directe aanleiding voor de Amerikanen om deze oorlog te beginnen, maar was meer een gevecht tussen twee grootmachten: Amerika en het communistische Rusland. Buiten, voor het museum, staan de voertuigen waarmee de Amerikanen vlogen tijdens de oorlog alsmede de bommen die ze gebruikten. Er waren zelfs bommen bij die honderd duizenden mensen in 1 keer konden vernietigen. Ook was er een klein gedeelte buiten gewijd aan informatie over martelingen van de Amerikanen. Gelukkig hebben we een sterke maag, want wat je daar ziet is werkelijk waar niet te beschrijven. Allereerst werden de Vietnamesen in zogenaamde tijgerkooien gestopt, een kooi van ongeveer 2 bij 1 bij 0,5 meter met prikkeldraad waar wel drie mensen tegelijk in gevangen werden gehouden. Je kunt er alleen maar in liggen en je ligt dus ook nog eens boven op elkaar. Verschrikkelijk! De martelingen waren ook gruwelijk, ik zal hier niet over uitwijden, je moet het zelf maar gaan bekijken.

Binnen in het museum waren foto’s te zien van tijdens en na de oorlog. Speciale aandacht werd besteed aan de gevolgen van Agent Orange, een chemisch middel die de Amerikanen uitspoten over een groot deel van Vietnam die werkelijk waar alles vernietigde. Dit deden ze omdat de Vietnamesen in bepaalde regio’s een netwerk hadden gebouwd onder de grond. De Amerikanen wisten hier geen raad mee en besloten maar alles plat te gooien, zodat de vijand zich minder goed kon verstoppen. Het gevolg was dat een groot deel van de natuur werd verwoesd en nog erger, een groot deel van de mensen werden gedood of verminkt. Het erge van dit alles is, dat de chemische stof genetische mutaties heeft veroorzaakt in het DNA waardoor er veel kinderen zijn geboren na de oorlog met afwijkingen. Ernstige afwijkingen. Afwijkingen van de ledematen (die er soms niet eens waren), ernstige hersenbeschadigingen en huidaandoeningen. Het blijkt een ernstige oorlogsmisdaad, want de gevolgen zijn nog verstrekkender dan de oorlog alleen.
Ook indrukwekkend was de tentoonstelling over de fotografen die zijn omgekomen in de oorlog. De foto’s van deze fotografen werden tentoongesteld, inclusief de laatste foto die ze gemaakt hebben voor hun dood. Heftig. Toen we buiten stonden moesten we eerst drie keer diep ademhalen voordat we verder konden. Het maakte mij niet alleen verdrietig, maar ook boos. Gebeuren dit soort dingen nog steeds in de wereld? En hoe kunnen we dit elkaar aandoen? En wat geeft de Amerikanen het recht zich met overal en alles te bemoeien?

‘s Avonds hebben we gegeten in een restaurant dat wordt gerund door achtergestelde Vietnamese kinderen. Een initiatief om deze kinderen een nieuwe kans in het leven te geven. Het lijkt een beetje op het concept van Jamie Oliver. Het was heerlijk en na deze uitputtende dag vielen we dan ook goed in slaap.

Vietnamese Kookkunsten

De volgende morgen was het tijd voor onze kookles. In de morgen werden we meegenomen door een ontzettend vriendelijke en magere Vietnamese jongen naar de markt. Hier kregen we uitleg over de verschillende producten uit Vietnam. We kenden al een aantal exotische vruchten, groenten en kruiden uit Indonesie, maar we hebben hier weer een heleboel woorden aan ons vocabulair toegevoegd. Ze hebben hier bijvoorbeeld enorme grapefruits, nog groter dan een meloen, en heerlijke zoete zachte vruchten met zo een pure smaak dat je ze direct zou kunnen opdienen als dessert. Erg bijzonder zijn in Vietnam de verse kruiden. In tegenstelling tot veel andere aziatische landen, kent Vietnam een enorme variatie aan verse kruiden. Twee soorten koriander, thaise basilicum, twee soorten munt, een aantal verschillende soorten mosterdkruiden, waterkers en nog heel veel andere bladsoorten die we nog nooit gezien hadden.

Na de markt, gingen we terug naar het restaurant waar we de kookles zouden krijgen. Daar zaten we dan, met zo’n 20 man aan tafels waar voor iedereen onafhankelijk een kookpitje stond. We kregen les van miss Vi, eigenaar van vier restaurants in Hoi An en tevens topchef in Vietnam. Er waren nog meer klasjes die dag, maar wij kregen miss Vi, wauw, wat hadden wij weer een mazzel! Niet alleen bleek ze een uitstekende chef, ze was ook nog eens heel erg grappig. Wat wij erg leuk vonden, was dat ze ook wat vertelde over de producten waarmee we werkten, de eetcultuur en hoe zij heeft leren koken. Door haar verhalen merkte je goed wat het verschil is tussen de westerse en oosterse eetcultuur. In de oosterse keuken draait alles om balans. Het maakt niet uit als je varken eet met een vet randje, zo lang je er maar voldoende groenten bij eet. Bijzonder is dat aziaten bijna geen melkproducten eten. Ik denk dat Miss Vi er best wel eens gelijk in kan hebben dat dit wel eens de reden kan zijn waarom de oosterse keuken zo gezond is. Melk is voor baby’s, niet voor volwassenen en de volle producten bevatten ook nog eens veel vet. Enfin, iedereen heeft daar zijn eigen mening in. Ik denk echter dat wij Nederlanders nog wel veel van de Vietnamese cultuur kunnen leren. Gedurende de ochtend begeleidde ze ons in vier traditionele gerechten, waaronder de verse springrolls. Jummie! Het was een ontzettend leuke ervaring en ben er van overtuigd dat, mits we de producten in Amsterdam kunnen vinden, we nog vaak thuis Vietnamees gaan koken! We hebben het boek van Miss Vi gekocht, dus dat komt helemaal goed.

‘s Middags zijn we terug gegaan naar Yaly om alle kleding te passen. We waren er zonder verwachtingen heen gegaan en waren helemaal verrast door het resultaat. Knap hoe ze dat toch doen! Aan ieder kledingstuk werken wel drie tot vier mensen, iemand om het ontwerp te tekenen op de stof, iemand om het uit te knippen, iemand om het aan elkaar te naaien en iemand om de fit te controlleren. Aan Nick zijn pak hebben dus 8 mensen gewerkt, niet te geloven! Er waren nog wat kleine aanpassingen nodig aan het pak en de jurkjes – gelukkig waren ze zelf ook erg kritisch. Nick besloot nog een extra linnen broek te laten maken, aangezien zijn broek zo lekker zat en hij in Nederland altijd moeite heeft een goede broek te vinden vanwege zijn lekkere ronde billen ;) Deze broek bleek uiteindelijk het moeilijkste voor ze om te maken, omdat het geen broek was voor een pak, maar een casual broek waarbij de taille veel lager moest en de broek strakker. Toch is hen dit ook gelukt. We hebben onze dames ontzettend bedankt en konden Yaly tevreden verlaten. ‘s Avonds begon het keihard te regenen. Erg jammer, want er waren wat festiviteiten rondom volle maan. Als het hier regent, regent het vaak ook hard, dus helaas was het echt niet te doen.

De volgende dag wilden we eigenlijk op de scooter naar My Son gaan, een aantal mooie ruines in de buurt van Hoi An, maar helaas regende het de hele ochtend en begin van de middag. We zijn daarom de hele dag in Hoi An gebleven en hebben wat rondgewandeld, gelezen en genoten van de heerlijke Vietnamese keuken. ‘s Middags kwam uiteindelijk toch nog het zonnetje door, de eerste zonnestralen van onze vakantie en we zaten ook nog buiten op een terras. Heerlijk! Al met al hebben we hier een aantal hele leuke dagen gehad.

Culinair en fashionable Hoi An

Als we ergens lekker Vietnamees hebben gegeten gedurende de vakantie, dan is het Hoi An wel. Hoewel de Pho (spreek uit Feuuuuu, alsof je een vuurtje uitblaast) en de ‘fresh springrolls’ in het noorden ook aardig wat punten verdienen, Hoi An zet zich meer neer als een culinaire plaats dan Hanoi. De restaurantjes zijn leuker aangekleed, de gerechten iets meer gekruid en er zijn talloze kookscholen te vinden. ‘s Ochtends hebben we alvast een les geboekt voor de volgende dag bij een school in Hoi An die een erg goede reputatie heeft.

‘s Middags zijn we op zoek gegaan naar een winkel waar we een pak voor Nick konden maken. Hoi An is niet alleen de stad van het lekkere eten, maar ook van de mode. Het schijnt dat veel grote merken in Vietnam worden gemaakt en Hoi An is een van de dorpen waar je (merk)kleding kunt laten maken voor een goedkopere prijs. Om de 10 meter zit hier een ‘tailormade’ shop waardoor je haast de bomen door het bos niet meer ziet. Via een aantal tips belanden we uiteindelijk bij Yaly. Eenmaal binnengekomen was het een drukte van jewelste. Jonge dames vlogen heen en weer met stoffen, meetlinten en catalogi. We werden als snel aangesproken door een van de dames. Of we wat wilden laten maken. Jazeker! Alleen, waar begin je? Nu, allereerst kies je een model uit de catalogus, een boek vol met plaatjes geknipt uit bekende internationale tijdschriften. Heb je eenmaal het model uitgekozen, dan is het de beurt aan de dames om de stoffen te laten zien. Je kunt kiezen uit stoffen van 30 euro tot wel meer dan 200 euro. Je kunt dus zelf de kwaliteit en prijs bepalen. Toen Nick eenmaal de stof had uitgekozen voor zijn maatpak en shirt, kwam het meetlint tevoorschijn. Van top tot teen werd hij opgemeten, een grappig gezicht gezien de dames nog niet eens tot zijn schouders komen. En dan, is het wachten. Je hebt geen idee hoe het er daadwerkelijk uit gaat zien, maar dat is eigenlijk ook wel een beetje spannend. Nadat Nick zijn pak had uitgekozen, was ik aan de beurt. Uiteindelijk heb ik gekozen voor twee nette jurkjes die ik aan kan doen naar mijn werk, een little black dress en een zomerjurk. Het waren best twee moeilijke modellen, aangezien ze behoorlijke getailleerd waren. Morgen moesten we terug komen om het pak en de jurkjes te komen passen. Na deze belevenis was het tijd voor een drankje en hapje. Wat zo leuk is hier, is dat je in redelijke luxe restaurants kan eten voor een hele zachte prijs. Het duurste restaurant waar we hier gegeten hebben, kosten ons in totaal 15 euro per persoon. In de Green Mango hebben we eerst heerlijke cocktails gedronken in de happy hour – een woord wat hier overigens vaker ‘goedkoop’ betekent dan ‘gratis drankjes’. Zo krijg je hier in Vietnam vaak te horen als je een aanbod van een verkoper afslaat, ‘cheap price’, en als je zelfs dit aanbod afslaat proberen ze het nog met een laatste ‘happy hour?’. Enfin, na onze heerlijke maal, zijn we nog een lekkere avondwandeling gaan maken wat hier iedere avond leuk blijft, gezien de fantastische aankleding van het gehele dorp met lampionnen en andere versiersels.
Morgen staat ons de kookles te wachten en onze eerste ‘fitting’, spannend!

Cultureel Hue

Hue is qua verkeer minder chaotische en een verademing vergeleken bij Hanoi. We kwamen pas laat aan in ons hotel en we waren ook redelijk moe, dus we zijn meteen gaan slapen. De volgende morgen zaten we al weer vroeg aan het lekkere ontbijt, dat voornamelijk bestond uit Westerse lekkernijen uit de bakkerij. Ik heb het hier over de baguettes, de croissants en andere lekkernijen van bladerdeeg, een overblijfsel van de Fransen. Wel een gek gezicht midden in Vietnam. Er was een klein minpuntje aan het begin van deze dag; het bleek namelijk te regenen.

Gezien het vooruitzicht voor het weer in Hue niet veelbelovend was, hebben we ‘s ochtends meteen een tocht met een private car gehuurd naar Hoi An voor de volgende dag. Met een paraplu vertrokken we uit ons hotel richting de Citadel van Hue. In de loop van de ochtend werd het wat droger, dus hebben we uiteindelijk toch nog lekker kunnen rondlopen in deze historische ommuurde stad met prachtige gebouwen in Chinees/Vietnamese stijl. Een enorm complex dat gebruikt werd door de keizers van Vietnam, waarvan de laatste nog heerste rond 1950, bizar!

Na dit culturele hoogtepunt werden we, op weg naar een restaurantje waar we konden lunchen, aangesproken door een jongen op een fietstaxi. Hij boodt ons aan een uur rond te rijden door Hue voor ongeveer 6 dollar. Deze aanbieding krijg je hier overigens van alle fietstaxi’s, waarvan er op elke hoek wel eentje staat. Zes dollar lijkt weinig, maar als je je beseft dat men hier gemiddeld maar 100 dollar per maand verdient, is dit best een aardig bedrag. We besloten op het aanbod van de jongen in te gaan. Na onze heerlijke lunch met locale gerechten uit Hue bij een klein tentje, heeft hij ons een uur rondgefietst. Weliswaar in de stromende regen, die weer was komen opzetten. Het laatste waar je wilt zitten in de regen is op een fietstaxi, maar desalniettemin was het erg leuk. Hij heeft ons de Bonzaituin laten zien, een pagoda en het oude huis van Ho Chi Minh. Het moest voor de Vietnamezen een grappig gezicht zijn geweest, twee van die paraplu’s op een fietstaxi – waar wij ons onder verscholen. We sloten onze dag af bij de markt, een leuk tafereel om te zien met al die verse producten, prullaria en drukte.

‘s Avonds zijn we lekker op het bed geploft en hebben we een filmpje gekeken op onze kamer. Tussen de bedrijven door nog even lekker gegeten bij Ushi, een restaurant dat zijn naam dankt aan een meisje dat daar werkt die erg lijkt op onze Ushi (Wendy van Dijk). Hier hebben we de specialiteit van Hoi An gegeten, White Rose, een soort gestoomd rijst pakketje met een lekkere vulling van vlees er in. Hue zat er al weer op. Heel veel meer was er echter ook niet te zien in Hue. Rondom Hue liggen nog wel een paar mooie tombes van oude keizers, maar we hebben geregeld dat onze private car ons daar de volgende dag nog even langs brengt.

De volgende morgen regende het nog steeds. De tombes waren desalniettemin de moeite waard. De eerste tombe was geheel in Vietnamese stijl, een prachtig groot complex met een bijzondere mystieke sfeer. De tweede tombe had een meer Franse stijl, wat je goed kon zien aan de franse deuren en de geschilderde plafonds. Na de tombes reden we door naar Danang. Onderweg hebben we gegeten bij een vreselijk toeristische eettent waar we miesoep hebben gegeten. Iedere regio in Vietnam heeft zijn eigen soort noodles en in Midden Vietnam is dit de welbekende eiernoodle die je in Nederland ook veel ziet. Veel minder lekker eigenlijk dan de miesoorten uit het Noorden.

Na dit intermezzo zijn we over een pas gegaan met prachtige vergezichten. De pas vormt een scheidslijn tussen het noordelijke en zuidelijke klimaat. Wij konden dit niet heel goed zien, maar je merkte wel dat het warmer was aan de andere kant van de pas en ook lichter – al kan er van zon niet echt gesproken worden, helaas. Onze laatste stop was de marble mountain. Wat eerst een toeristische ‘val’ leek, bleek later toch een leuke plek te zijn. Na de werkplaats te hebben bezocht waar marmer beelden worden gemaakt, hebben we de marble mountain zelf beklommen. Op deze berg bevinden zich een aantal tempels, pagoda’s en leuke grotten. We zijn door een grot geklommen naar een uitkijkpunt boven op de berg. We voelde ons even ‘on top of the world’.

Hierna zijn we naar een hotel gereden in Hoi An die we in de auto hadden uitgezocht. Al meteen werd duidelijk wat voor een toerische plek dit is. Je krijgt hier voor het zelfde bedrag een veel minder goede kamer dan in Hanoi of Hue. Het afdingen wilde niet echt lukken – waarschijnlijk vanwege het feit dat er nu zoveel toeristen hier zijn, dus gingen we toch maar akkoord met de prijs die ons geboden werd. ‘s Avonds zijn we direct Hoi An in gegaan, wat echt een ontzettend leuk plaatsje is. Het doet een beetje Europees aan met de Franse bouwstijl, het riviertje en de vele Westerse restaurants. Er zijn overal winkeltjes en heel bijzonder – het centrum is geheel verkeer vrij! Morgen gaan we kijken of we hier een pak kunnen laten maken voor Nick, we zijn benieuwd!

Halong Bay

Zonder Nick en Bibi geen avontuur. In de trein terug van Sapa naar Hanoi waren we net gezellig aan de praat geraakt met een amerikaans koppel, toen we een keiharde knal hoorden, gevolgd door gerinkel van glas. We keken onze coupe uit en zagen in het raam tegenover de coupe naast ons een groot gat in het raam. Het volgende moment hoorden we een meisje keihard gillen. Al gauw bleek wat er aan de hand was. Iemand had van buitenaf een steen door het raam gegooid en deze was recht in het gezicht van het meisje gekomen. Het was een angstaanjagend moment. Ze zat onder het bloed. Later bleek dat de steen twee tanden uit haar mond had geslagen. We hebben echt enorme mazzel gehad, want was de steen net een fractie van een seconde eerder gegooid, dan had de steen onze coupe ingevlogen. En dit allemaal op oudejaarsavond! Toen we aankwamen bleek dat, net als in Indonesie, er best vaak incidenten zijn in de trein van en naar Sapa – kinderen die en geintje uithalen. Nou, er is geen gein aan, kan ik je zeggen. Voor het meisje betekende het einde vakantie en een kapot gebit.

Aangekomen in Hanoi werden we weer hartelijk verwelkomd in ons hotel, waar we mochten douchen en ontbijten. Om half 10 vertrokken we naar . Vlak voordat we weg gingen meldde onze ‘tour operator’ – het mannetje die alles voor ons had geregeld – tussen neus en lippen door nog even dat de boot die wij hadden geboekt vol zat en hij een andere boot had geboekt voor ons. Een luxere boot weliswaar, dus dat had hij dan wel weer goed geregeld. Vier uur later kwamen we aan in , waar de talloze boten lagen te wachten op de toeristen. Het waren allemaal koloniale boten en de entourage had daarom wel iets weg van Pirates of de Caribbean.
Met een klein bootje werden we naar onze boot gebracht, de Calypso. Wat een luxe boot! De kamer was prachtig en het eten op de boot was gedurende onze hele trip, ontzettend lekker! Maar uiteindelijk was het allemaal te doen om de omgeving uiteraard. Halong Bay is een prachtig natuurverschijnsel, meer dan UNESCO waardig. De prachtige bergen van kalksteen steken in kleine groepjes boven het water uit. Je waant je in een avonturenfilm, zo prachtig is het. Dit moet je een keer in je leven gezien hebben! Hoewel het bewolkt was gedurende de drie dagen, deed dit niets af aan de magie van deze plek. Het bracht zelfs een beetje onverwachte mystiek.
De eerste dag hebben we meteen een grot bezocht. Ook weer zo een prachtig natuurverschijnsel. De grot werd verlicht met lampen in verschillende kleuren, wat een mooi effect gaf en je de drommen toeristen voor en achter je even deed vergeten. Bij terugkomst op de boot kregen we te zien hoe je loempia’s maakt in een korte kookdemonstratie. Erg leuk en zeker voor herhaling vatbaar in Nederland.
Al gauw leerden we een Deens stel kennen – Morten en Julie – en een koppel uit Canada – Frank en Sebastian. Zij bleven net als wij drie dagen op de boot in Halong Bay. De tweede dag zijn we met Frank en Sebastian gaan kayaken, onder leiding van een guide. Een ontzettend leuke ervaring. Tussen de kalksteen bergen van Halong Bay zijn namelijk allemaal vissersdorpjes en mensen die oesters kweken – om te eten maar ook voor sieraden. Het is echt onwerkelijk om te zien hoe deze mensen werken en wonen op het water. Ze wonen in hele kleine hutjes en gek genoeg hebben ze bijna allemaal een hond, die vaak als een acrobaat over de liggende boomstammen loopt waar de netten aan vast zitten.
De volgende morgen was onze trip al weer bijna voorbij. ‘s Ochtends hebben we nog 1 van de kalksteen bergen beklommen in Halong Bay, met op de top een prachtig uitzicht. Daarna voeren we alweer terug naar de haven, waar we nog een heerlijke afsluitende lunch kregen. Terug in Hanoi konden we ons al weer opmaken voor een andere reis, namelijk de vlucht naar Hue.