Malang, Bromo en Ijen


Alhoewel ons hotel dan wel in een ‘gevaarlijke’ buurt mocht liggen, lag het wel op loop-met-een-hele-zware-backpack-afstand van het station. ’s Ochtends bleek er een misverstand te zijn geweest tussen ons en de gebrekkig engels sprekende receptioniste over het ontbijt, dat ze toch niet serveerden, maar we stelden ons desalnietemin tevree met een Amerikaanse Dunkin donut, het grootste merk hier naast de KFC, CFC (Californian voor de niet bekende lezers) en Mc Donalds.
Wij zijn natuurlijk weer zo handig om de dagen rondom het suikerfeest, idul fitri, te willen gaan reizen, terwijl in de lonely planet duidelijk wordt gewaarschuwd niet tijdens deze feestperiode te reizen, want dan zou je wel eens met een zak rijst op je schoot en een kip in je nek in een overbevolkte trein kunnen eindigen. Uit voorzorg namen we daarom in ieder geval maar de executive (eerste) klas die, naar later bleek, toch ook bomvol zat. Desalnietemin was de reis prima te doen en hadden we nog geen last van rondvliegende kippen of rijstkorrels. In Surabaya moesten we 2,5 uur wachten op de trein naar Malang dus gingen we even lekker decadent in een sterrenhotel gratis wifi-en en een lekkere Westerse sandwich eten. Om 5 uur zou onze trein gaan, dus toen er rond vijfen een trein voor ons neus stond stapten we in en lieten we de treinconducteur onze plaatsen wijzen. Het viel ons al op dat we weer executive zaten, voor nog geen 1,50 euro per persoon en zeiden giechelend tegen elkaar dat we het toch wel goed gedaan hadden met zo’n ontspannen treinreis en dat terwijl we de allerergste verwachtingen hadden in eerste instantie. Vlak voordat de trein vertrok kwam echter een mannetje in uniform de trein in rennen en vroeg aan ons ‘?’. Wij schoten overreind, heftig nee schuddend en ‘Malang’ roepend en werden vervolgens nog net op tijd de trein uitgegooid. De trein die wij eigenlijk moesten hebben kwam 5 minuten later en was – wel naar onze a priori verwachtingen – een hete, volle en vieze trein, maar gelukkig duurde de reis maar 2 uur, al hielp de vieze CFC geur van de kipvretende mensen naast ons niet echt mee.
Het hostel van ons bleek vol te zitten, dus het was maar goed dat nick van te voren had gebeld en een kamer had gereserveerd. ’s Avonds gingen we in het duurste hotel van Malang eten, althans naar Indonesische maatstaven dan, want we hadden voor 10 euro per persoon 2-gangen gegeten. We boekten een tour en een vlucht naar Lombok bij de travel agency van het hostel en gingen lekker slapen.

Malang, de tempels en volle busjes
De volgende dag besloten we ’s ochtends om met behulp van het openbaar vervoer twee tempeltjes te gaan bezoeken. We deden dit door middel van verschillende opelets die ik hier even moet beschrijven. Een opelet is een klein busje – en dan moet je denken aan het formaat en inhoud van een surfbusje – met twee stoelen voorin voor de bestuurder en een, twee of drie (opgepropte) passagiers en daar achter een ruimte met aan de zijkanten twee gammele banken. Het eerste tempeltje was klein maar wel mooi. Voordat we naar het tweede tempeltje gingen aten we gauw een kom Bakso – soep met ballen – bij een of ander straattentje. Daarna gingen we op zoek naar de markt vanwaar ons busje naar de volgende tempel zou vertrekken. Een attente politie agent wees ons de markt en al gauw zaten we in een busje met drie medepassagiers. Dat werden er al gauw zes, tien en – terwijl de bus toch echt al propvol zat – eindigden we met zestien (!) mensen op een oppervlakte van 2,5 vierkante meter. Alhoewel Nick zijn edele delen behoorlijk werden afgeknepen, moesten we er natuurlijk keihard om lachen. Jammer dat er geen kippen meegingen, want dan was het plaatje pas echt compleet geweest. De tweede tempel is vooral leuk vanwege de weg er naar toe, al verdient dit een kleine noot. Je loopt namelijk in eerste instantie door hele mooie rijstvelden, echt prachtig, maar zodra je bij de tempel komt, wordt je omringd door hangjongeren en kinderen die wel erg handtastelijk worden. Dus stonden we al snel weer op de weg waar het busje ons had afgezet, met een stel knarsende hersenen die probeerden na te gaan hoe we in godesnaam terug konden komen naar Malang. We liepen maar weer door het dorp de berg af naar beneden en kwamen plots een opelet tegen – zo gaat dat hier – die naar het marktje van Singosari terugging, waarvandaan we weer een opelet naar het busstation van Malang konden nemen. De opelet leek eerst niet te starten, maar nadat onze twee-tandige chauffeur zijn stoel uit de bus trok en even twee draadjes weer aan elkaar draaiden, liep de motor op volle toeren en konden we eindelijk terug naar Malang. Wij raden iedereen aan zo’n dagje in de omgeving in Malang te doen met openbaar vervoer, want dat is echt een must-do in je reis. We lieten ons naar het centrum rijden waar we een vers gebarbecuede (lees: direct op zwarte kolen gebrande) maiskolf verorberden, ondertussen vermakelijk kijkend naar alle prullaria die de verkopers op het plein probeerde te verkopen. We zagen ook een man met een aap in gekke kleding aan een touwtje, die allerlei kunsten moest doen, echt heel erg zielig. We probeerden nog wat andere lekkernijen uit bij de warungs (simpel restaurant) op straat, zoals sate kambing (sate maar dan met geitenvlees) en bapao en liepen door naar Toko Oen, een oud koloniaal pand waar al sinds jaar en dag ijs en pattiserie wordt verkocht. Daar was echter niks van terug te zien en we waren eigenlijk een beetje beledigd toen we zagen dat ze Nederlandse of meer dan Nederlandse prijzen vroegen voor de stroopwafels, janhagels en speculaasjes die waarschijnlijk niet eens smaken zoals ze horen. ’s Avonds gingen we eten in het andere restaurant van het duurste hotel in de stad dat helemaal in het teken stond van de liefde. We kregen een pizza in de vorm van een hart en namen een passioneel dessert die erg zwaar viel, zo na een maand geen dessert te hebben gegeten.


Om half 2 ’s nachts werden we opgehaald door onze chauffeur die ons naar Bromo zou brengen waar we de zonsopgang gingen meemaken. We sliepen lekker door in de auto en kwamen om half 4 aan op een donkere koude plek, wel ergens hoog in de bergen begrepen we, samen met horden andere Indonesische toeristen. We dronken een kop koffie en werden door onze chauffeur geloodsd naar het viewpoint, al was er in deze donkerte nog niets te zien, behalve heel veel Indonesiers die nu ook een week vakantie hebben. In het donker probeerde ik te gaan zitten, maar stekeblind door de donkerte en recht in je ogen schijnende zaklampen, viel ik met mijn bips op de grond, keihard op mijn stuitje, met als gevolg dat ik nu niet meer kan zitten en verga van de pijn. Van alles kan je overkomen tijdens het reizen, maar uitgerekend ik moet natuurlijk weer door eigen domme schuld een week lang met stervende pijn lopen, haha! Gelukkig doen de fantastische natuurverschijnselen en aankomende witte stranden je de pijn weer vergeten.
Over het viewpoint kunnen we alleen maar zeggen: ga er zelf heen. Je weet niet wat je ziet. Je staat op een berg boven het wolken/mist-dek en ziet de zon als een parel door het wattendek opkomen. Vervolgens zie je waar je voor gekomen bent: uit de watten stekende prachtige vulkanen, werkelijk adembenemend. Daarna zijn we nog naar de krater van de Bromo gegaan, wat heel erg apart was, niet alleen vanwege de massa toeristen en paarden waarop de toeristen zich naar boven laten brengen, maar natuurlijk ook door de eerste kennismaking met een krater, specifieker nog, een actieve krater. Je zag allerlei zwaveldampen omhoog komen en het geeft je een raar gevoel te bedenken dat deze krater in 2004 nog een eruptie had. Na deze fantastische ervaring gingen we wat ontbijten, nasi met ei, het ontbjit waar we nu wel aan gewend zijn, al moet ik daar een opmerking bij plaatsen. Hoe kunnen die mensen hier zoveel ei eten? In godesnaam, bij alles krijg je ei en in zo ongeveer alle snacks zit ei. We beginnen ons bijna een ei te voelen. Een ding wat je wel moet weten over en misschien wel andere indonesische eilanden: alhoewel er talloze straattentjes en restaurants zijn waar je echt wel lekkere en traditionele gerechten kan eten, bestaat iedere maaltijd hier uit rijst of noedels, ei en kip en heel soms vis, maar afgekort eigenlijk ei-kip-rijst. Groenten is gewoon en eet men niet, behalve dan af en toe gado-gado, komkommer of nasi pecel (warme gado-gado). Bij Santi waren we al zo verwonderd dat haar enige kookboeken de naam droegen ‘Soto’, ‘Ayam en bebek’ en ‘Telor’, waarin je 101 gerechten kan vinden met respectievelijk soep, kip/eend en ei, maar het begint ons steeds meer duidelijk te worden dat dit toch echt de dagelijkse maaltijd is voor veel Indonesiers. Na de Bromo maakten we een lange autoreis door prachtige landschappen naar het nationale park waar zich bevindt, de krater met het prachtige meer, waar we morgen naartoe zullen gaan. We waren blij dat we een eigen chauffeur hadden met een goede auto, want met het openbaar vervoer zou de reis verschrikkelijk zijn geweest. De weg in het park zit namelijk voor gaten en op sommige plekken is er niet eens een weg, maar alleen modder/zand en stenen. Het openbaar vervoer op deze weg bestaat uit een middelgrote bus of erger nog vrachtwagen, waar je al dan niet op het dak moet gaan zitten. Voor nog ruigere avonturiers dan ons is dat natuurlijk wel leuk, maar wij dankten Allah op onze knietjes dat we in een 4WD auto zaten. In het hotel werd duidelijk dat de afgelegen dorpen en hotels hier in het park niet zoveel supply kunnen krijgen, want het menu bestond uit gebakken noedels of rijst met een kippenpoot. We hopen een beetje bij te kunnen slapen hier in het hotel met de papieren wanden (lees: je hoort zelfs dat je buren uit hun neus pulken) , want om 5 uur is het weer prime time en gaan we klimmen!

Beklimming van Ijen
Om 5 uur stonden we met alle andere toeristen (met name Fransen) te genieten van een kop thee. Onze chauffeur wees ons er op dat we een ‘roti’ (sandwich) konden pakken, dus snelden we ons naar de receptie waar inderdaad een paar ingepakte sandwiches stonden. Uit het volgende wat ik ga vertellen kun je haastig opmaken waarom we nu veel vaker indonesisch ontbijt nemen. De sandwich bestond uit twee beschimmelde boterhammen (ok dat is niet overal zo, maar bij dit hotel toevallig wel), met gele zure boter (dat krijg je overal, want men bewaard de boter niet in de koelkast) en een spoor van hagelslag. We gingen al kokhalzen bij het aanzicht van de sandwich, dus namen we een pennywafel die we godzijdank de vorige avond nog hadden gekocht bij een aardige Indonesier. Om 6 uur begonnen we aan de klim van Ijen. Het was een behoorlijk zware tocht, 3 km lang met steile hellingen, ondertussen een hoogte bereikend van 2700 meter. Boven aan de top zagen we een enorme krater met een turquoise meer. Het was prachtig mooi, een ware beloning voor de lange tocht. Ook hier geldt weer: je moet er zelf heen, want het valt niet te beschrijven of op ’s te laten zien. Eenmaal beneden namen we een lekker ontbijtje en begonnen aan de lange tocht naar Surabaya. In de middag hebben we heerlijke vis gegeten bij een strandtentje direct aan zee, wat ons echt het ideale vakantiegevoel gaf. Een nieuwsgierige jongen vroeg ons of wij op ‘honeymoon’ waren en toen wij ‘nee’ antwoordden, of we kinderen hadden. Die vraag hebben we nu al zo vaak gehad, dat we van deze nieuwsgierigheid niet meer opkijken. Om 7 uur ‘s avonds kwamen we eindelijk aan in Surabaya bij het hotel dat we hadden uitgezocht vlakbij de airport. Morgen vliegen we naar Lombok, al waarvandaan we zullen doorreizen naar de gili eilanden!

Semarang dag 2 en 3

’s ochtends hebben we lekker een beetje uitgerust en geinternet, want we konden nog niet weg omdat Santi’s man een auto van vrienden ging proberen te regelen. We besloten hier nog een nacht te blijven slapen op uitnodiging van Santi. Even later kwam haar man terug met het bericht dat de ‘meid’ weg was met de auto, dus dat ze geen auto konden lenen. Dus gingen we met hun eigen auto de stad in. Zo lang we maar voorzichtig reden en geen lampen gebruikten zou het goed moeten gaan. In hebben we gezocht naar de huizen waar Nick’s oma heeft gewoond. Behalve het laatste huis waar ze heeft gewoond, konden we de andere huizen niet vinden. De stad is heel erg veranderd en veel groter geworden, maar ook bestaan sommige huizen niet meer omdat ze bijvoorbeeld verwoest zijn door brand. Toch kregen we wel een indruk van de buurt waarin oma heeft gewoond, dus dat was erg leuk. Alhoewel ook een beetje ten onder is gegaan door de industrializatie, kun je wel goed zien dat dit vroeger een ontzettend mooie stad heeft moeten zijn met brede lanen en koloniale gebouwen. Overigens hebben ze hier een groot probleem met de afwatering, waardoor delen van de stad voortdurend blank staan. Ze willen nu een ingenieur uit Nederland laten komen om het te verhelpen, wat wel weer een grappig detail is. Na de buurten van oma bezocht te hebben wilden we nog naar haar geboortedorp, maar toen hield de auto er mee op. We hadden al een paar keer moeten duwen, maar nu was het echt afgelopen. Met een opelet sleepten we de auto naar het servicecentrum vlak bij Santi’s huis en gingen vanuit daar verder met de bus wat nog een hele andere ervaring was dan de bussen van voorheen. De kleine minibus waar we in moesten stappen was stampvol en bovendien veel te laag, waardoor wij als grote Nederlanders er niet rechtop konden staan. In indonesie kennen ze trouwens geen bussen die vol zijn. Hier geldt gewoon: proppen, proppen, proppen, met als gevolg dat we gebukt en hutjemutje tergend langzaam naar hun huis reden. Voor de Indonesische mensen in de bus vast een heel grappig gezicht. ’s Avonds gingen we bij hen in de buurt Bebek (eend) eten. Het valt wel op dat veel mensen hier weinig groenten eten, omdat het dus niet zo speciaal is en dat terwijl wij zulke grote groentenliefhebbers zijn. Teruggekomen in Santi’s huis kregen we wat ’s te zien van de verjaardagen van Santi’s dochter en ’s van hun tradionele bruiloft die heel erg mooi waren. In de fotoboeken van Santi’s dochter viel vooral de manier van vieren heel erg op. Alle kinderfeestjes worden gehouden of in KFC of Mc Donalds en dan wordt gewoon de hele klas uitgenodigd. Er wordt een grote taart besteld met de mooiste versieringen, soms staat heel Disney Land op de taart!

De volgende dag namen we vroeg afscheid van Santi, haar man en haar dochter. Het was een ontzettend leuke belevenis om eens bij een Indonesisch gezin te slapen. 1 ding is zeker: de meeste Indonesiers zijn super gastvrij. Met de bus gingen we weer richting Semarang waar we verder gingen in de taxi naar ons hotel. Vanuit daar gingen we langs het postkantoor om onze souveniers op de post te doen, maar dat kon niet omdat alles dicht was vanwege het aankomende suikerfeest. We namen toen maar een opelet naar tante Winnie die – zoals we gister al van Santi hadden begrepen – tegenover het straattentje woonde waar we de eerste dag sate hadden gegeten. Ze woonde in een drukke straat, maar eenmaal door de poorten kwamen we in een mooi en net huis. Tante Winnie was ontzettend aardig en we werden ontzettend verwend met allerlei lekkernijen uit de bakkerij. Zij bleek samen met haar man vroeger ook een bakkerij te hebben. Het was een leuke ervaring om een huishouden met ‘meid’ te zien. Rond een uur of 12 bracht Winnie ons naar ons hotel en daarna naar de mall, wat een hele kunst van haar was gezien het drukke verkeer van Semarang. In de mall waren we gauw uitgekeken en namen een opelet naar de straat waar een internetcafe zou zitten die niet meer bleek te bestaan. ’s Avonds aten we eerst een sateetje bij onze vriend en daarna gingen we naar een restaurant uit de lonely planet die – niet heel verwonderlijk – niet meer bleek te bestaan. Handig zo’n lonely planet! We hebben uiteindelijk in een restaurant met z’n 2en alleen maar groenten zitten eten, iets wat de mensen in het restaurant maar raar vonden. Geen sate? ’s Avonds gingen we nog naar een Wayang Orang voorstelling. Die zou om 7 uur beginnen, maar begon uiteindelijk om 9 uur. Desalnietemin hebben we ons kostelijk vermaakt, daar we achter de coulissen mochten kijken naar de spelers die zich aan het opmaken waren. We ontmoette een meisje die lid was van een of andere cultuurvereniging en zi j maakte mij ‘the special guest of the evening’, met als gevolg dat we achter de coulissen mochten meekijken naar de show, op de foto mochten met de spelers en gratis mierzoete koffie kregen. Ze waren zo blij dat er gasten uit het buitenland waren dat we zelfs werden vernoemd in de show. Niet dat wij iets van hun grappen begrepen, maar uit de blikken vanuit de zaal en de woorden ‘Bibi’ en ‘belanda’ konden we wel opmaken dat het over ons ging. Het meisje vertelde dat maar zo weinig Indonesische kinderen nog wat weten over de cultuur en dat de voorstellingen niet meer zo goed bezocht worden dat ze ontzettend veel energie kregen toen ze hoorden dat er toeristen in de zaal zaten. Wat een hartzeer krijg je daar toch van! Ik hoop maar dat door veel initiatieven de cultuur weer wat belangrijker wordt in Indonesie. Na de show werden we nog terug gebracht door de zoon van een man die ook bij de show aanwezig was. Toen hij hoorde waar ons hotel was, moesten we meteen bij hem in de auto stappen, want dat was een ‘gevaarlijke buurt’, alleen maar ‘bad guys’ en mensen van lagere klassen. Wij stapten dus maar in en kregen zo een gratis lift terug naar ons hotel, waar we uitgeput in slaap vielen. Alhoewel Semarang niet veel te bieden heeft voor toeristen, waren het bijzondere 3 dagen in de ‘hometown’ van oma met de ontmoeting van een Indonesisch gezin en tante Winnie.

Foto’s Jakarta, Bogor en Puncak Pas