Gili Meno 2

Vanuit gingen we eerst naar de dokter in om een ‘go’ te vragen voor het duiken, aangezien Nick nog aan de antibiotica was. Althans, dat dachten we. De dokter vertelde ons dat de desbetreffende pillen vitaminepillen waren, dus dat de antibioticakuur al lang afgelopen was. Hij zou ons echter nog wat extra vitaminepillen meegeven en iets tegen het hoesten. Bij de apotheek bleek hij weer een scala aan pillen te krijgen, onder andere antibiotica tegen het hoesten, waar we geen donder van begrepen, want dat was echt niet nodig, maar we vermoeden dat toeristen op deze manier goed gebruikt worden voor het spekken van de kas.

Na een frietje en hamburger te hebben gegeten bij de Mac Donalds, de eerste keer in de hele reis, vertrokken we naar . We namen hetzelfde hotel als waar we eerst hadden gezeten, alleen kregen we nu een mooiere kamer dichter bij het strand voor een betere prijs. Ze hadden immers wat goed te maken. :) Als je in bed lag kan je zo door de ramen naar de zee kijken. We lieten de duikschool meteen weten dat we de cursus af wilden maken en dat was gelukkig mogelijk. ‘s Avonds aten we lekker sate bij ons hotel, waar we een hele mooie maansopgang zagen. We hadden dit beiden nog nooit gezien en het was fantastisch! Een knalrode maan steeg op helemaal vanaf de zeespiegel naar de hemel, echt adembenemend!

De volgende ochtend om 9 uur maakte Nick een vroege duik en kon ik mijn theorie besturen aangezien ik al de eerste duik had gemaakt. Rond 11 uur gingen we samen met Linda, onze instructeur, naar het zwembad op het andere eiland, Gili Air, om de zwembadsessie zo ver mogelijk af te maken. Als eerste moesten we een fitheidstest doen, wat inhield dat we 200 meter moesten zwemmen en 10 minuten moesten drijven in het water. Onze conditie was natuurlijk behoorlijk afgetakeld, maar gelukkig haalden we onze test desalnietemin zonder moeite. Na een heerlijke nasi goreng was het tijd voor de oefeningen in het zwembad. We hebben enorm gelachen, omdat ik door het accent van Linda – ze komt uit engeland – af en toe niet begreep wat ik moest doen.We oefenden o.a. wat je moet doen als je geen lucht meer hebt, hoe je je duikkleding in het water af en aan kan doen, hoe je je duikmasker weer op kunt zetten mocht hij af gaan etc etc. We kunnen niet anders zeggen dan dat we uitstekende les kregen. Aan het einde van de dag zaten we eindelijk romantisch met z’n tweetjes bij zonsondergang te genieten van een cocktail – iets wat we al wilden doen in de week dat Nick werd. Daarna hebben we heerlijk gegeten bij Yaya warung waar de locals zelf ook komen. Het was weer vanouds lekker en goedkoop, maar wel een beetje donker want de stroom was uitgevallen.
De tweede duikdag bestond uit een ochtendsessie in het zwembad, waar Linda ons de laatste skills leerde. Daarna gingen we nog een keer duiken op Hans Reef, de plek van de eerste duik. Na een aantal skills in de zee te hebben geoefend, mochten we de onderzeewereld weer exploreren. ‘s Middags legden we ons theorie examen af, waarna we lekker wat gingen drinken aan de bar met de instructeurs van Blue Marlin. We dronken ons eerste biertje/pina colada (yum!) in drie weken en we hebben enorm gelachen met de duikgidsen Ronnie en Sonnie die niet erg goed bleken te kunnen rekenen. Ronnie bleek de oom van Sonnie te zijn, aangezien Sonnie de zoon was van Ronnie’s broer, maar, let op! Sonnie zou 24 zijn en Ronnie 22, al waren ze wel twee weken na elkaar geboren. Bovendien zou de broer van Ronnie 38 zijn, wat betekent dat hij Sonnie kreeg toen hij 14 was. Dat zou op zich nog kunnen, ware het niet dat Sonnie’s zus 28 was, wat zou betekenen dat de vader van Sonnie 10 was toen zijn eerste dochter werd geboren. Toen we probeerden uit te leggen dat dat wel heel onwaarschijnlijk was, raakte ook Sonnie in de knoop. We vermoeden dat ze eigenlijk niet wisten hoe oud hun familieleden waren, laat staan hoe oud ze zelf waren. We hebben enorm gelachen en de tijd vloog om. Aangezien de alcohol nogal hard aankwam, gingen we toch nog maar even overheerlijke curry eten bij Warung Yaya, waar nu wel elektriciteit was.
De laatste dag maakten we twee duiken, ieder op een andere plek. Het was fantastisch weer en de zee was eindelijk een spiegeltje, zoals het hoort rond deze tijd. Eerst gingen we naar Sunset Reef, een rif dat bekent staat om het roze koraal. Hier hebben we onder andere een cuttlefish, babyhaai en een schildpad gezien. Na een kop koffie op Gili Meno vertrokken we naar onze laatste duikplek, Halik Reef, waar we helaas geen haaien en schildpadden zagen, maar wel heel veel mooie grote vissen in schollen, garnalen, oranje en wit gestreepte clownfishes (zoals Nemo) en een aantal octopussen! Toen we op de boot terug zeiden dat het jammer was dat we geen haai hadden gezien deze keer. Zat een andere duiker ons fronsend aan te kijken. Toen beseften we eigenlijk pas hoe bijzonder het is om tijdens je cursus al op zo’n verschrikkelijk mooie plek te duiken en zoveel verschillende vissen, koralen en etc. te zien. Jammer genoeg zat het er hierna al weer op. Na een douche hadden we onze toeristische plicht vervuld. We hebben namelijk een schildpad vrij gelaten. Om de schilpaddenstand te herstellen is er namelijk een mannetje die de eieren raapt en ze in een beschermde omgeving laat uitkomen en laat groeien. Als ze groot genoeg zijn kan je een donatie doen en een schildpad uitkiezen die jezelf mag vrijlaten. Dit konden we ons natuurlijk niet voorbij laten gaan. Uit het zwembadje koos Nick een schildpad uit, we doopten hem theo en na een fotosessie heeft Nick hem op het strand gezet. Na eerst wat onwennig om zich heen te hebben gekeken begon Theo richting de zee te lopen en werd hij uiteindelijk door de branding meegenomen. Nog 1 keer met zijn kop boven het water om ons gedag te zeggen en daar ging hij. Het was echt supermooi om te zien. De laatste avond gingen we nog een keer de prachtige zonsondergang kijken, maar aangezien de stroom weer was uitgevallen, gingen we maar wat eten aan de andere kant van het eiland waar wel stroom was. Later begrepen we dat de generator waarschijnlijk te oud is, waardoor iedereen op Gili Meno om de beurt stroom krijgt. We hebben heerlijk gegeten bij een warung van een Sumatraanse man, die een verse vis voor ons klaar maakte. Hierna namen we nog een aantal afzakkertjes bij de bar met onder andere Linda, die hier zat omdat het haar beurt was om zonder stroom te zitten en dit pas weer om 11 uur aan zou gaan.

We zijn echt blij dat we weer zijn teruggegaan naar Gili Meno en dat we hier de duikcursus hebben afgemaakt. Omdat we iedereen al kenden van ons vorig bezoek werden we hartelijk ontvangen en was het alsof we in een warm bad werden ondergedompeld. De mensen hier zijn eerst wat stug (dat komt waarschijnlijk door de vele toeristen), maar als je daar even doorheen prikt en in ons steenkolen bahasa met ze probeert te converseren zijn ze zo aardig en vriendelijk. Zonder een praatje kom je er in ieder geval niet vanaf. Toen we met de boot weggingen richting om naar Bali te gaan, hadden we toch wel een beetje heimwee terug naar Meno.

Op onze reis naar Bali hadden we een tour geboekt die ons helemaal naar Ubud zou brengen. Dat was na een korte berekening even duur als zelf alles regelen dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Na de boottocht naar Lombok zaten we met een nederlands meisje en haar moeder in de shuttlebus. Na een tijdje gepraat te hebben vroegen we tussen neus en lippen door waar ze vandaan kwamen. Dat bleek dus Amstelveen te zijn en wel uit Waardhuizen. haha. Na wat navragen bleken we veel gemeenschappelijke mensen te kennen. Jorinde bleek zelfs vroeger met Tom Vos te hebben gehad. Af en toe is de wereld toch klein. Na een saaie ferry tocht van 5 uur kwamen we uiteindelijk aan op Bali. We zullen later jullie hier een update over geven, maar ik kan wel alvast een tipje van de sluier oplichten dat het even slikken was (supertoeristisch en westers), maar dat het hier wel heel leuk en mooi is.

Tetebatu

Van het tempeltje in de buurt bekijken uit de vorige post is niet veel gekomen, want ik trok het al niet meer op het moment dat we weggingen. Gelukkig was er genoeg afleiding in het hotel want de helft was afgehuurd voor een supergroot bruiloftsfeest, waar we het niet konden laten om daar ‘stiekem’ even een rondje doorheen te lopen.
Maar na een aantal dagen te hebben uitgerust in was ik genoeg op krachten gekomen en vertrokken we naar in het binnenland van . We regelden een taxi, want gek genoeg was de speciale shuttle bus voor toeristen duurder dan een prive meter (!) taxi. We konden merken dat we bijna een week lang op ons gat hadden gelegen in een hotel want de reis naar , een slechts anderhalf uur durende reis in een prive taxi, was ons al bijna teveel en stiekem lagen we gewoon op de achterbank te slapen.
Tetebatu is een klein dorpje en er zijn maar weinig toeristen te vinden, althans, als je de toergroepen die zo af en toe langs komen niet mee rekent. We reden naar een hostel in de rijstvelden waar we opgewacht werden door een dolenthousiaste jongen die, zodra ik duidelijk had gemaakt dat we wel een kamer wilden, niet wist hoe snel hij naar de receptie moest rennen om een sleutel te halen. Het is hier laag seizoen. We kregen een mooie kamer die uitkeek op de rijstvelden voor nog geen 8 euro per persoon voor een nacht. Helaas kwam Dokon, werknemer en gids van het hotel, ons ‘s avonds vertellen dat hij was vergeten dat de volgende dag een Nederlandse toergroep zou aankomen en we niet in de kamer konden blijven. Gelukkig kregen we een even schattig huisje voor 5 euro per persoon dus hoorden je ons niet klagen. ‘s Avond kwam Dokon ons vergezellen en leerde hij ons twee Indonesische kaartspelletjes, want we hadden wel genoeg van onze eigen spelletjes. Laat ik het zo zeggen, we kenden er maar twee, waarvan beiden niet echt leuk zijn om met twee personen te spelen. Een goede tip voor reizigers: neem nog eens goed de kaartspellen door! We hebben enorm met hem gelachen, vooral toen hij de enorme krekel die in onze kamer rondvloog ving en in zijn portomonnee stopte ( voor later…?!). Het beest bleef gek genoeg stil in zijn portomonnee zitten, terwijl het beest in vrije toestand als een malloot tegen alles opvliegt. Dokon verleidde ons om een toer met hem te doen de volgende ochtend. De tocht zou niet te zwaar zijn had hij beloofd, want Nick was nog niet 100 procent.
De volgende morgen liepen we lekker vroeg met onze gids de rijstvelden in. Balancerend op de randen van de sawa’s leidde Dokon ons naar de mooiste panorama’s. Zo nu en dan liepen we door wat traditionele dorpjes. Deze dorpjes, die gemiddeld uit een stuk of vijf hutjes bestaan zijn erg afgelegen, wat aan de ene kant enorme rust geeft van de drukke straten in Lombok, maar als nadeel heeft dat het erg onbereikbaar is voor bijvoorbeeld medische hulp. Zo kwamen we een gezin tegen waarvan de man was. Hij had waarschijnlijk een of andere infectie opgelopen via een wond die hij had gekregen door zijn werk op het land, maar aangezien de dokter zo ver weg was en hij die overigens ook niet kon betalen, blijft hij maar in z’n hutje afwachten totdat hij weer beter zou wordt. In een aantal dorpen konden we zien hoe ze rijst, cacao of tabak aan het drogen waren. De dorpen bestaan overigens met name uit vrouwen, omdat de mannen in Maleisie werken waar ze vaak een contract hebben voor een aantal jaar. Met het geld dat ze daar verdienen kunnen ze in Lombok een huis maken en trouwen, want een trouwerij kost 1,5 miljoen roepie (150 euro), eigenlijk een bijna onbetaalbaar bedrag voor veel inwoners. Bij een neef van Dokon dronken we na een wandeing van twee uur zoete Lombok koffie in zijn huis. Ondanks dat het huisje een simpele hut was, had het een veel mooiere uitstraling dan de vieze oude huizen in de drukke dorpen. Dokon’s neef, zelf rond de dertig, was getrouwd met een meisje van negentien, iets waar we natuurlijk van opkeken. Het blijkt hier echter de normaalste zaak van de wereld te zijn. Een man kan zich pas rond die leeftijd, als hij een aantal jaar heeft gewerkt in Maleisie, een vrouw veroorloven. Dokon, ook rond de dertig jaar, vertelde later dat hij zelf ook een vrouw had van achtien. Ook vertelde hij ons over de Sasak traditie hier. Niemand steelt, want als je dat doet wordt je door het dorp gelynched. Ook vertelde hij dat de Sasak’s een regel hebben voor jonge stellen die daten. Namelijk, wanneer een jongen zijn meisje niet voor negen uur ‘s avonds terug brengt, moet hij met haar moet trouwen. 1 minuut later en je bent de pineut. We konden het toen amper geloven, maar later op hebben we echt iemand ontmoet die dat is overkomen. Die jongen was met een meisje en zijn nichtje naar wat watervallen in Lombok gegaan en had enorme pech gehad met het transport terug naar huis, waardoor ze allen op Lombok moesten blijven. Terwijl de desbetreffende jongen had geregeld dat de meisjes bij familie konden overnachten en hij netjes in een ander huis sliep, moest hij bij terugkomst op het eiland toch met zijn meisje trouwen. Zelfs de getuigenis van het nichtje kon de arme jongen niet helpen. Nou, daar staan je oren wel even van te klapperen!
We vervolgden onze reis door het Monkey Forest waar we geen apen zagen, maar wel heel veel koriander vonden, heerlijk! De volgende stop was bij een ander deel van Dokon’s familie. We hadden het voorrecht daar te lunchen. De vrouwen maakten voor ons pisang goreng (gebakken banaan) en een paar heerlijke groentengerechten met rijst. We hadden heel wat bekijks van de dorpgenoten die allemaal bij het hek stonden te kijken hoe wij met ons handen alle lekkernijen naar binnen zaten te schuiven.
Na dit laatste intermezzo liepen we nog even door naar twee prachtige watervalletjes, waar je alleen kon komen via een riviertje. Daarna namen we een busje terug naar het hotel. Een half uurtje later stond Dokon’s broer al weer klaar om ons op de scooter mee te nemen naar de handwerkdorpjes. Zo bezochten we een ijzersmid en pottenbakkerij dat hier overigens grappig genoeg ook ‘pottenbakken’ wordt genoemd. Bij het pottenbakken bleken wij weer eens de attractie te zijn in plaats van andersom en werden we meegetrokken naar het badmintonveldje – badminton is een grote sport hier – waar het halve dorp was uitgelopen om ons te zien badmintonnen. Als laatste werden we natuurlijk nog even langs een souvenierswinkeltje gebracht, dat overigens erg interessant was. De man bleek namelijk vechthanen te hebben. Hier in Lombok houden ze wel eens illegale hanengevechten, waar je behoorlijk wat geld mee kan winnen. De hanen krijgen een mes om hun poten gebonden, waarmee ze elkaar kunnen verwonden. Het spreekt voor zichzelf dat de eerste die het loodje legt heeft verloren.

Aan het einde van de dag konden we terug kijken op een heerlijke dag. Anders dan gepland, want de wandeltocht die 2 uur zou duren, duurde uiteindelijk 7 uur, maar het was echt de moeite waard. ‘s Avonds aten we Ayam Pelecing, kip met sambal en lachten onze gids uit voor zijn traditionele outfit die hij speciaal had aangetrokken om de Nederlandse toeristen van de toergroep te laten denken dat ze er altijd zo bijlopen in het restaurant. De volgende morgen had Dokon voor ons een chauffeur geregeld die ons langs Mataram zou brengen en vervolgens naar Bangsal, de havenstad waar we de boot zouden pakken naar Gili Meno.
Meer verhalen en foto’s komen eraan! :)

Foto’s Tetebatu

Foto’s hotel Lombok Raya

Even een kort berichtje uit ! Iedereen bedankt voor de berichtjes, leuk om te lezen!
Met mij gaat het al beter, de voornaamste zorgen voor mij was de vermoeidheid en duizeligheid, maar dat is al stukken minder geworden. We gaan nu even een tempeltje in de buurt bekijken om te zien hoe ik het trek. Als het goed gaat gaan we morgen weg, want we hebben het hier wel gezien.

Hieronder wat foto’s van het hotel waar we de afgelopen tijd hebben gezeten gedurende mijn ziektebed.

Genieten op een bounty eiland?

Gili Islands

Vanaf het vliegveld reden we door een idylisch bergweggetje naar Bangsal, de haven vanwaar de boten naar de Gili eilanden vertrekken. Al gewaarschuwd door de lonely planet probeerden we geen aandacht te besteden aan de mensen hier die je zouden vertellen dat de boot niet meer gaat zodat je mee gaat op hun natuurlijk veel duurdere boot. Al direct toen we in de paardenwagen zaten die ons vanaf het taxiplatform naar de haven zou brengen sprong er een jongen op de wagen die ons volgens het boekje vertelde dat de boot niet meer ging en dat er bovendien geen kamers meer over waren op de eilanden. Nu zijn we inmiddels wel gewend aan chauffeurs die je meters achterna lopen om je in hun becak of busje te krijgen en die je een veel te hoge prijs vragen waardoor je vervolgen 5 tot 10 minuten lang staat te onderhandelen in de brandende zon voordat je die verdomde becak, opelet of taxi in kan, maar waar we echt niet tegen kunnen is mensen die liegen. Dus was het eigenlijk voor het eerst dat we, na 2 minuten niet gereageerd te hebben, de jongen toeschreeuwde dat hij nu onmiddelijk moest oprotten en dat we geen behoefte hadden aan zijn informatie. Onmiddelijk stapte de jongen van de wagen af en waren we toch enigzins verbaasd hoe makkelijk we de jongen hadden weggejaagd. We moesten een uurtje wachten totdat de boot ging, maar we vermaakten ons prima met de locals die daar lekker wat zaten te drinken. Alhoewel het waarschijnlijk onterecht is, hebben we af en toe het gevoel dat veel mensen hier de hele dag maar op hun kont zitten, te niksen, te roken en te drinken – geen alcohol overigens. Als Nederlandse vrouw vraag je je soms echt af waarom mensen de tijd niet gebruiken om hun afval en troep op te ruimen, maar we beginnen een vermoeden te krijgen dat dit niet echt een optie is hier. Alhoewel we niet proberen mee te doen aan vervuiling, wordt ons lege cola blikje na meerdere malen vragen om een prullenbak achteloos over de schouder gegooid. Prullenbak? Even later kwam er een jongen bij ons zitten die een leraar bleek te zijn op . Ze hebben daar een lagere school, maar ze hebben bijna geen geld. Ze zijn financieel afhankelijk van particuliere fondsen en donaties, maar nog hebben ze amper geld voor drinkwater. We beloofden hem even te gaan kijken als we er in de buurt waren.
Om 2 uur zaten we in de boot op weg naar Gili Meno. Vanaf nu moet ik ons reisverhaal even opsplitsen in twee delen.

Deel 1:
Denk je een wit bounty strand in met helder blauw water en je hebt Gili Meno! Hier kan je genieten, direct aan het strand eten, zwemmen in helder water, snorkelen en duiken! We namen een hutje in Kontiki hotel, niet aan het strand want die waren al sinds juni vol geboekt, maar desalnietemin hadden we een superleuk en romantisch hutje nog geen 20 meter lopen van het strand. In de namiddag zaten we al lekker op het strand te genieten van het zonnetje en het prachtige uitzicht. We merkten al op dat het behoorlijk waaide. Later kregen we te horen dat normaliter de zee een spiegeltje is, maar dat er zo af en toe een behoorlijk wind waait over de eilanden, net dus nu wij hier zaten. Eigenlijk was het niet zo erg, want door het windje was het ten minste niet zo heet. Het nadeel is dat we de volgende dag al zaten te snotteren en te sniffen. We liepen een rondje om het eiland en vonden aan de noordkant van het eiland allerlei verlaten hotels, waaronder het bounty hotel. Later hoorden we dat deze hotels hadden moeten sluiten vanwege het wegblijvende toerisme door de Bali bom, toch al weer een hele tijd geleden. Het was heel bizar om te zien dat vooral het Bounty hotel er uit zag alsof het zo betrokken kon worden mits er een beetje wordt gestoft en gewassen – de bedden waren nog opgemaakt en de handdoeken liggen al klaar. Later hoorden we dat dit hotel eigendom was van de twee rijkste mannen van Bali en dat ze het weer gaan openen zodra het toerisme weer een beetje aantrekt op de eilanden. In de tussentijd laten ze een aantal personeelsleden alles een beetje in orde houden. Later liepen we door naar de school, maar de jongen die we hadden ontmoet was in de moskee aan het bidden. We namen wel even een kijkje naar binnen en konden ons amper voorstellen hoe kinderen hier les konden krijgen. De klaslokalen bestonden uit een betonnen hok met wat oude banken en tafels en aan de muur hing een schoolbord. We konden zien dat ze – zoals de jongen had verteld – bezig waren een hek om de school te bouwen, gefinancierd door een Europese toerist. Het dorp zag er armoedig uit. Aangezien de mensen hier op dit kleine eiland amper voedsel kunnen verbouwen en geen vers water hebben, moeten ze alles van het vaste land halen en dat is hartstikke duur. Water alleen al kost de bewoners een fortuin. Om die reden zijn alle produkten hier voor de toeristen ook twee keer zo duur. Vijf dagen lang hebben we genoten van de heldere zee en ontbijtjes aan het strand. Ze hebben hier schattige hutjes waar je echt lekker kan loungen terwijl je geniet van je pina colada of gemberthee, want veel alcohol drinken we hier niet.

Deel 2:
Aan het paradijselijke eiland heeft het niet gelegen, maar toch ging het hier mis met onze gezondheid. Nick werd de dag dat we gingen duiken . Ondanks dat ik eigenlijk doodsbang was om te duiken en zat te twijfelen of ik het wel wilde doen terwijl Nick dolgraag wilde duiken, was het uiteindelijk ik die het diepe water in ging en Nick niet. Door zijn verkoudheid kon hij niet in het diepe water in horizontale positie komen, of zijn hoofd knalde uit elkaar. Het duiken was fantastisch. Ik zag een schildpad, een lion fish (geen idee hoe het in het nederlands heet) en superveel tropische visjes. ‘s Avonds bleek Nick over de 39 graden koorts te hebben. Doordat het gepaard ging met hoesten, veel slijm en hoofdpijn gingen we uit van een griepje en nam hij meteen een kuurtje Tamiflu dat we hadden meegenomen. Maar nadat de dag erna de koorts een beetje was gezakt, kwam de hoge koorts weer terug. Op advies van de dokter in Nederland, gingen we daarom de 5e dag ‘s avonds laat nog naar het andere eiland, Gili Trawangan, waar 24 uur dokters beschikbaar zouden zijn. Helaas bleken de drie dokters die elkaar hier afwisselen allemaal in te zitten. Na de natte reis in het donker op de boot (denk aan een boot met de vorm en grootte van een 4 persoons kano en golfen van 2 meter hoog) naar Trawangan toe hadden we het liefst een boksbal gehad, want we konden er werkelijk niet bij dat net nu wij een dokter nodig hebben, alle 24-uurs dokters er niet zijn, maar voor alle toekomstige toeristen van dit land: Dat is Indonesie! We gingen dus maar weer terug met de boot, die ons ook nog eens 30 dollar had gekost (ter vergelijking, een normale local boat kost 2 dollar), in het pikkedonker en pakten onmiddelijk onze spullen zodat we de volgende dag naar in Lombok konden gaan.

Mataram

De volgende dag vertrokken we van het eiland en kwamen weer in de stroom van taxichauffeurs in Bangsal. Om je even een idee te geven hoe dit gaat: een taxichauffeur komt op ons af en vraagt ‘waar moet je heen?’. Als wij antwoorden dat we naar Mataram willen, zegt de chauffeur tegen ons dat dit 200.000 rupiah kost, terwijl de rit eigenlijk tussen de 80.000 en 100.000 rupiah zou moeten kosten. De hele weg naar het taxiplatform toe blijft hij achter ons aanlopen, terwijl wij zeggen dat we maximaal 100.000 betalen. Op het taxiplatform aangekomen, probeert de taxichauffeur je te ‘matsen’ door er 120.000 rupiah van te maken, maar wij houden voet bij stuk ‘seratus ribu, tidak rupiah lagi!’. Uiteindelijk gaan we voor 100.000 rupiah de taxi in met een boze chauffeur, omdat hij niks extra’s uit deze ‘buleh’s’ heeft kunnen halen. Afdingen betekent hier minstens de helft er af halen. En waarschijnlijk betaal je dan nog teveel. De taxichauffeur zette ons af bij de verkeerde polikliniek die er werkelijk niet uit zag. We keken een vooroorlogse operatiekamer in en we waren aan de ene kant blij dat dit niet de goede kliniek was, maar ook enigzins bezorgd wat we bij de andere kliniek zouden aantreffen. Uiteindelijk met een andere taxi, die overigens wel een normale vriendelijke chauffeur had, aangekomen bij de goede Risa Kliniek werden we redelijk snel geholpen. Na een bloedtest bleek dat Nick een Salmonella typhi infectie had. De dokter zei dat hij 2 tot 3 dagen in het ziekenhuis moest blijven waar hij dan alleen rijstepap, een gekookt ei en toast zou krijgen. Ik zei tegen de dokter dat ik dit toch echt even met mijn wederhelft wilde bespreken en liep naar de kamer waar Nick tijdelijk even lag te rusten. Ik kon onze grote backpacks die ongeveer de halve spreekkamer innamen gewoon laten staan. Na het overleg was het maar moeilijk de dokter weer te spreken. Wel kon ik de tassen uit zijn kamer halen, want deze zat op slot met de sleutel aan de buitenkant, lekker handig! Ondertussen probeerde ik een kop koffie met suiker te regelen voor Nick, maar dat kon niet volgens de – ik denk – assistente, want we moesten eerst betalen en de medicijnen halen en dan pas konden we koffie krijgen. Ook na herhaaldelijk zeggen dat mijn vriend bijna flauw viel en ik toch echt graag een koffie wilde, bleef zij maar zeggen dat we moesten betalen. Ik deed maar netjes wat de vrouw mij vroeg, maar toen ik terug kwam met de medicijnen bleek de dokter gewoon ‘weg’ te zijn, zoals we al eens eerder hebben gehoord. Hij moest rusten, zei de vrouw. Het was 12 uur ‘s middags en ik kreeg van de vrouw te horen dat de dokters pas terug kwamen om 7 uur ‘s avonds. Ik kon mijn oren niet geloven. We wisten nog helemaal niets over de medicijnen, over wat Nick wel en niet mocht doen, wat hij wel en niet mocht eten, of hij terug moest komen voor controle, niets! Bovendien bleek Nick ineens niet in het ziekenhuis te kunnen blijven om onverklaarbare redenen en gingen we uiteindelijk toch maar op zoek naar een hotel, wat uiteindelijk overigens een veel betere optie was.
Nu zitten we in een lekker luxe hotel in de suite (wij hebben nog nooit in een suite gezeten!) met een hele huiskamer, een bad en openslaande deuren naar een zwembad. ‘s Avonds ben ik lekker naar de Spa gegaan, wat hier een werkelijke verwennerij is. Voor nog geen 20 euro wordt je drie uur vertroeteld en krijg je een voetenbad, lichaamsmassage van ruim een uur, een gezichtsbehandeling van ruim een uur en eindig je uiteindelijk in een heerlijk geurend bad met bloemblaadjes. We kijken hier veel films op het filmkanaal en zitten af en toe bij het zwembad. We laten ons monsterlijk verwennen en bestellen eten via de roomservice, dat we lekker opeten in onze kamer. Zo hopen we dat Nick er weer een beetje boven op komt zodat we nog drie weken lang lekker door Lombok en Bali kunnen reizen! We houden jullie op de hoogte.

Leeuwen kunnen ook niet vliegen

Vanochtend werden we opgehaald door de shuttlebus die ons razendsnel naar het vliegveld bracht. Vandaag zouden we met vliegen, de vliegtuigmaatschappij die ons zo sterk was afgeraden door onze vriendin van de toko Indo YaYa in Amsterdam. Om een lang verhaal kort te maken: soms moet je niet eigenwijs zijn en vooral luisteren naar mensen die er verstand van hebben.

Alhoewel onze ‘leeuw’ veilig opsteeg, had het wat moeite met landen. Vlak na het bericht vanuit de cockpit dat we zouden gaan landen, hoorde ik een hard geluid dat naar mijn idee van onder het vliegtuig vandaan kwam. Angstig vroeg ik aan Nick of het mogelijk was dat onze wielen nu in de zee waren gestort. Natuurlijk stelde Nick mij als een gentlemen gerust, maar ik zat niet echt rustig op mijn stoel, zeker niet toen ik vanuit het raam de flappen op de vleugel niet zag uitschuiven en het vliegtuig weer opsteeg op het moment dat we bijna gingen landen.
Na 2 rondjes te hebben gevlogen kregen we een bericht vanuit de cockpit. Er waren wat ‘technische problemen’, maar we konden over 5 minuten landen. Aangezien we na deze mededeling nog een rondje vlogen, waren we niet heel erg gerust op het feit dat we over 5 minuten zouden gaan landen. Na 45 minuten rondjes te hebben gevlogen boven ging het toch echt gebeuren. Het viel ons op dat onze ‘leeuw’ wel erg hard op de landingsbaan afstormde en even later maakte we dan ook een enorm harde landing. Onmiddelijk werden de motoren, naar wat later bleek, vol in z’n achteruit gezet en kwamen we na een lange weg tot stilstand midden op de landingsbaan.
Rechts van ons zagen we ineens allerlei brandweerauto’s – gek genoeg geen ambulances, alhoewel je toch zou verwachten dat als een vliegtuig crasht of in brand vliegt, er gewonden vallen. Toen pas zagen we eigenlijk in dat we door het oog van de naald gekropen waren. Nog niet te vroeg gejuigd echter, want we stonden nog steeds op de landingsbaan en ondergetekende stresskip vroeg zich zwetend af waarom onze godvergeten leeuw niet van de landingsbaan afreed. Het vliegtuig gaf vol gas bewoog en kwam schokkend weer tot stilstand. Nog een paar keer probeerde de piloot op deze manier – wij denken met zijn vleugels – langzamerhand het vliegtuig de baan af te sturen. Toen we eindelijk stil stonden klonk vanuit cockpit een stem die ons vertelde dat er ‘problemen’ waren met het stuurwiel en nog iets anders wat zo snel gemompeld werd dat niemand in het vliegtuig dit verstond.

Eenmaal met onze voeten op ‘veilige’ Lombokse grond konden we nog niet echt beseffen wat er gebeurd was. We zagen dat er enorme rook van de wielen afkwam. We weten niet wat er nu precies aan de hand was, maar we vermoeden dat a. de airbrakes niet goed functioneerde want we zagen er maar 1 half omhoog komen en b. het landingsgestel niet helemaal in orde was en dat het vliegtuig daarom zo hard moest landen, al sluit ik niet uit dat dit ook de schuld kan zijn van een piloot met slechte vaardigheden. Conclusie voor ons is in ieder geval dat wij nooit meer met Lion Air vliegen, al moeten we zwemmen naar de overkant.
Later zouden we van meerdere mensen horen dat Lion Air als een slechte maatschappij wordt beschouwd in Indonesie en dat Merpati de nummer twee maatschappij zou zijn. Grappig genoeg horen we van veel Nederlanders dat ze toch niet met Garuda gaan vliegen, terwijl toch duidelijk in het nieuws is geweest dat deze maatschappij van de zwarte lijst is gehaald. Ons advies in ieder geval, ga af op je normale verstand en laat je vliegen door een arend (Garuda) en niet door een leeuw – wie noemt z’n luchtvaartmaatschappij ook ‘leeuw’, leeuwen kunnen toch niet vliegen?