Sapa dag 2

Vandaag is het de laatste dag van het jaar en op het moment van schrijven zitten we in het Viet Emotion Restaurant naast het station van Lao Cai.

Vanmorgen werden we ondanks de kou redelijk goed wakker. We hadden gisteravond problemen met de elektrische deken en met een temperatuur van rond de vijf graden en geen verwarming in onze kamer was dat niet heel fijn. Bij de receptie vroegen we of ze een heater hadden voor ons, een soort fan die warmte uitstraalt. We moesten hier echter 10 dollar voor betalen, terwijl deze in andere hotels er standaard bij zit. Vastberaden een gratis heater te regelen, liepen we naar het Boutique hotel waar we gisterochtend werden ontvangen voor ontbijt (we moesten in het huidige hotel slapen omdat het Boutique vol was). De dame achter de receptie schrok van het bedrag van 10 dollar en gaf ons uiteindelijk uit medelijden een heater van haar hotel mee. Ze proberen je hier in Vietnam af en toe behoorlijk af te zetten en als je niet oplet, trap je er zo in.

Na een lekker ontbijtje ‘s ochtends met een soort baguette – een overblijfsel van de Franse bezetting van Vietnam – stond onze gids ons weer netjes op te wachten bij het Boutique hotel. Op het programma vandaag stond Catcat, een dorpje net onder . Je bereikt dit dorpje via een trap van 300 treden, een slinger van talloze winkeltjes vol met kleedjes en andere prullaria. Gelukkig waren ze niet al te opdringerig en konden we tegen onze verwachtingen in nog genieten van het uizicht van door de optrekkende mist. Zo kregen we uiteindelijk toch nog een glimps mee van het prachtige zoals bekend van de ansichtkaarten. Onze gids is echt ontzettend grappig en – niet geheel onwenselijk hier – eerlijk. Zo liet ze ons een huis zien dat een ‘origineel huis van de bergvolkeren zou zijn’, maar liet ze ons weten dat het eigenlijk een ‘Vietnamees huis was voor toeristen’. Wat erg leuk was om te zien was hoe de vrouwen hier hun tassen en kleedjes weven en kleuren met indigo, een plant die de stof blauw of zwart kleurt alnaargelang je de stof weekt. Aan het einde van het dorpje, in het dal, was een waterval. Ook weer een toeristische hotspot. We hebben hier genoten van de kookkunsten van de bergvolkeren: heerlijke sate, geroosterde bamboerijst en gepofte kastanjes. Een feestmaal, hoe simpel kan het zijn?

‘S middags hebben we onze bagage in de auto gedaan en zijn we naar Ta vin gereden, het dorp van de Red Dzao. Dit bleek een verademing, omdat er geen andere toeristen waren. De omgeving was erg mooi, ondanks de mist. De Hmong is weer een ander bergvolk dan de Hmong – het bergvolk dat we gisteren en vanmorgen hebben gezien. We leerden overigens vandaag dat de Hmong 7 verschillende subculturen kent: zwarte Hmong, rode Hmong, bloemen Hmong etcetera, wat verwijsd naar de kleding die ze dragen. De Red Dzao dragen rode kleding, wat symbool staat voor een paar waarvan de kong het meisje had ontvoerd. De man probeerde haar tevergeefs te bevrijden, totdat hij een droom kreeg. Hij moest drie dagen werken totdat zijn handen zouden bloeden en dan zou hij zijn meisje terug krijgen. De koning had ook een droom – over dat hij het meisje moest vrij laten. Hij deed dit echter niet en stierf een erge dood. De vrouw deed uit dankbaarheid voor haar man, de rode bebloedde doek op haar hoofd. De Dzao herken je ook aan hun geschoren voorhoofd en wenkbrauwen, een vreemd gezicht. Deze traditie kent ook weer een oud verhaal. Volgens dit verhaal had een vrouw ooit soep gemaakt voor de koning die vlak hierna stierf. Het bleek dat hij was gestikt in de haren van de vrouw die in de soep gevallen waren. Sindsdien moesten alle getrouwde vrouwen hun wenkbrauwen scheren alsmede de eerste centimeters haar op hun voorhoofd – datgene wat waarschijnlijk onder de doek uitkwam. Het ziet er wel een beetje vreemd uit, een vrouw met een kaal voorhoofd zonder wenkbrauwen.

In het restaurant in Lau Cai nemen we afscheid van Mee. Onze fooi wilde ze eerst niet aannemen, uit bescheidenheid. We kijken terug op twee leuke dagen. Helaas hebben we niet veel van de mooie vergezichten gezien, maar het was ontzettend leuk om de bergvolkeren te ontmoeten.

Hanoi en sapa

Nog even wat over onze aankomst in vietnam. Nick en bibi staan op airport. De tassen zijn van de bagageband gehaald en gestaag lopen we naar de uitgang waar iemand van t hotel ons zou komen oppikken. We hoeven niet lang te zoeken. Een klein vietnamees mannetje staat met een bord te zwaaien waar netjes ‘mr bocter’ staat geschreven. Nick heeft t nog zo bloedig vaak uitgespeld, maar t mocht niet baten. Ook in vietnam is het verkeer chaos, een georganiseerde chaos, dat wel. Onder het motto ‘een toeter is er om te gebruiken’ en ‘zoek de middenweg midden op de weg’ wringt onze chauffeur zich door t verkeer heen. Ook oversteken is een heldhaftige onderneming. De truc is om door te lopen en vooral niet te twijfelen, want hier geldt t recht van diegene met het meeste doorzettingsvermogen. En oh ja, stoplichten zijn hier totaal zinloos. Alle stoplichten staan – althans voor de vietnamezen – altijd op groen.

Goed, hanoi. Druk, druk, druk. Overal winkeltjes die precies dezelfde waar verkopen, overal felle gekleurde lichtjes en er wordt overal gekookt en gegeten – op straat. Fietsers in nederland kunnen nog wat leren hier in vietnam. Geen zielige kleine mandjes voorop de fiets. Nee, de fiets is een rijdende opslagkamer. Drie dozen achtop? Waarom niet 5? Of gewoon je hele huisinrichting, het kan allemaal. Ondanks deze overweldigende indrukken heb je hanoi na een dag wel gezien. Hoogtepunten zijn de temple of literature, waar speciale studenten examen konden doen in de leer van confucius, een bezoekje aan uncle ho – het ho chi min maussoleum – en het propaganda museum van ho chi min.

‘s avonds om 9 uur vertrokken we met de nachttrein naar . Vergezeld in onze viermans coupe door twee oude vietnamese mannetjes. Een niet engels sprekend stokoud mannetje van 80 en een oude – oorspronkelijk chinese – goed engels sprekende zakenman uit amerika, die ons de rest van de avond de oren van ons hoofd kletste. Over zijn broer, in vietnam ook wel bekend als mr shoe – de grootste schoenenfabrikant in vietnam en tevens eigenaar van de trein waar we nu in reizen (holy f*ck), over zijn investeringen, over de vietnamese geschiedenis en zijn vlucht voor t communistische regime en tot slot – ja zeker – de amerikaanse politiek.. Slapen in de nachttrein was ondanks onze luxueuze bedden niet echt mogelijk, dus kwamen we redelijk gebroken aan in . Helaas worden we niet verwelkomd door het prachtige uitzicht van – hetgeen waar we o.a. voor gekomen zijn – dat bedekt ligt onder een dik pak mist. Koud is het wel, ongeveer 8 graden, maar dat deert niet want wij hebben onze heerlijk warme northface jassen! Na een lekker ontbijtje in het hotel werd onze gids aan ons voorgesteld, een klein vietnamees meisje. Even dachten we dat we een herbeleving hadden van egypte, waar we een gids van 7 jaar meekregen op onze tocht door de woestijn. Maar nee, Mi, zoals onze gids heette, was al 21, in vietnamese jaren althans – ze tellen de leeftijd hier in vanaf de bevruchting. Vrouwen uit worden nu eenmaal niet heel veel langer dan 1.30m. Enfin, we gingen met onze gids om 9 uur op weg, op zoek naar de bergvolkeren in de dorpjes ronsom Mi blijkt een behoorlijke grappenmaker. Een beetje verbaasd zijn we als we vanaf stap 1 gevolgd worden door een schattig klein vrouwtje. Het was net de hobbit. Toen ik na 2 minuten lachend zei tege Mi ‘volgens mij worden we achtervolgd’, antwoordde ze dat dit klopte. Na een minuut had een tweede zich ook bijgevoegd aan onze karavaan. Deze bergvrouwtjes leven van het toerisme. Hun taktiek is de toeristen de hele tocht naar hun dorp te achtervolgen en dan an het einde hun waren tentoonstellen om te verkopen. Je begrijpt dat na zo een lange tocht je geen ‘nee’ meer kan zeggen. Enfin, van het uitzicht zagen we niets, het bleef helaas mistig. De ontmoeting met de kleine bergvrouwtjes en -mannetjes was echter zeer de moeite waard. Om 3 uur arriveerden we weer in het nog steeds mistige . We hebben net gesmuld van een vietnamese hotpot, een soort chinese fondue maar dan veel smaakvoller. We kunnen niet anders concluderen dan dat het eten geweldig is hier in vietnam. Alle keren tot nu toe hebben we lekker gegeten. Nu gaan we rusten, morgen wacht ons weer een tocht. Gauw onder de wol, dicht tegen elkaar aan, dat blijven we ten minste warm. Ik snap niet hoe ze het hier doen hoor, op slippers en in open huizen in deze kou. Gelukkig nieuwjaar alvast! Wij maken het dit jaar niet mee, aangezien we de 31e in de nachttrein terug zitten naar hanoi. Nu ja, we worden daarna wel weer verwend met halong bay. More to come!