Semarang dag 2 en 3

’s ochtends hebben we lekker een beetje uitgerust en geinternet, want we konden nog niet weg omdat Santi’s man een auto van vrienden ging proberen te regelen. We besloten hier nog een nacht te blijven slapen op uitnodiging van Santi. Even later kwam haar man terug met het bericht dat de ‘meid’ weg was met de auto, dus dat ze geen auto konden lenen. Dus gingen we met hun eigen auto de stad in. Zo lang we maar voorzichtig reden en geen lampen gebruikten zou het goed moeten gaan. In hebben we gezocht naar de huizen waar Nick’s oma heeft gewoond. Behalve het laatste huis waar ze heeft gewoond, konden we de andere huizen niet vinden. De stad is heel erg veranderd en veel groter geworden, maar ook bestaan sommige huizen niet meer omdat ze bijvoorbeeld verwoest zijn door brand. Toch kregen we wel een indruk van de buurt waarin oma heeft gewoond, dus dat was erg leuk. Alhoewel ook een beetje ten onder is gegaan door de industrializatie, kun je wel goed zien dat dit vroeger een ontzettend mooie stad heeft moeten zijn met brede lanen en koloniale gebouwen. Overigens hebben ze hier een groot probleem met de afwatering, waardoor delen van de stad voortdurend blank staan. Ze willen nu een ingenieur uit Nederland laten komen om het te verhelpen, wat wel weer een grappig detail is. Na de buurten van oma bezocht te hebben wilden we nog naar haar geboortedorp, maar toen hield de auto er mee op. We hadden al een paar keer moeten duwen, maar nu was het echt afgelopen. Met een opelet sleepten we de auto naar het servicecentrum vlak bij Santi’s huis en gingen vanuit daar verder met de bus wat nog een hele andere ervaring was dan de bussen van voorheen. De kleine minibus waar we in moesten stappen was stampvol en bovendien veel te laag, waardoor wij als grote Nederlanders er niet rechtop konden staan. In indonesie kennen ze trouwens geen bussen die vol zijn. Hier geldt gewoon: proppen, proppen, proppen, met als gevolg dat we gebukt en hutjemutje tergend langzaam naar hun huis reden. Voor de Indonesische mensen in de bus vast een heel grappig gezicht. ’s Avonds gingen we bij hen in de buurt Bebek (eend) eten. Het valt wel op dat veel mensen hier weinig groenten eten, omdat het dus niet zo speciaal is en dat terwijl wij zulke grote groentenliefhebbers zijn. Teruggekomen in Santi’s huis kregen we wat ’s te zien van de verjaardagen van Santi’s dochter en ’s van hun tradionele bruiloft die heel erg mooi waren. In de fotoboeken van Santi’s dochter viel vooral de manier van vieren heel erg op. Alle kinderfeestjes worden gehouden of in KFC of Mc Donalds en dan wordt gewoon de hele klas uitgenodigd. Er wordt een grote taart besteld met de mooiste versieringen, soms staat heel Disney Land op de taart!

De volgende dag namen we vroeg afscheid van Santi, haar man en haar dochter. Het was een ontzettend leuke belevenis om eens bij een Indonesisch gezin te slapen. 1 ding is zeker: de meeste Indonesiers zijn super gastvrij. Met de bus gingen we weer richting Semarang waar we verder gingen in de taxi naar ons hotel. Vanuit daar gingen we langs het postkantoor om onze souveniers op de post te doen, maar dat kon niet omdat alles dicht was vanwege het aankomende suikerfeest. We namen toen maar een opelet naar tante Winnie die – zoals we gister al van Santi hadden begrepen – tegenover het straattentje woonde waar we de eerste dag sate hadden gegeten. Ze woonde in een drukke straat, maar eenmaal door de poorten kwamen we in een mooi en net huis. Tante Winnie was ontzettend aardig en we werden ontzettend verwend met allerlei lekkernijen uit de bakkerij. Zij bleek samen met haar man vroeger ook een bakkerij te hebben. Het was een leuke ervaring om een huishouden met ‘meid’ te zien. Rond een uur of 12 bracht Winnie ons naar ons hotel en daarna naar de mall, wat een hele kunst van haar was gezien het drukke verkeer van Semarang. In de mall waren we gauw uitgekeken en namen een opelet naar de straat waar een internetcafe zou zitten die niet meer bleek te bestaan. ’s Avonds aten we eerst een sateetje bij onze vriend en daarna gingen we naar een restaurant uit de lonely planet die – niet heel verwonderlijk – niet meer bleek te bestaan. Handig zo’n lonely planet! We hebben uiteindelijk in een restaurant met z’n 2en alleen maar groenten zitten eten, iets wat de mensen in het restaurant maar raar vonden. Geen sate? ’s Avonds gingen we nog naar een Wayang Orang voorstelling. Die zou om 7 uur beginnen, maar begon uiteindelijk om 9 uur. Desalnietemin hebben we ons kostelijk vermaakt, daar we achter de coulissen mochten kijken naar de spelers die zich aan het opmaken waren. We ontmoette een meisje die lid was van een of andere cultuurvereniging en zi j maakte mij ‘the special guest of the evening’, met als gevolg dat we achter de coulissen mochten meekijken naar de show, op de foto mochten met de spelers en gratis mierzoete koffie kregen. Ze waren zo blij dat er gasten uit het buitenland waren dat we zelfs werden vernoemd in de show. Niet dat wij iets van hun grappen begrepen, maar uit de blikken vanuit de zaal en de woorden ‘Bibi’ en ‘belanda’ konden we wel opmaken dat het over ons ging. Het meisje vertelde dat maar zo weinig Indonesische kinderen nog wat weten over de cultuur en dat de voorstellingen niet meer zo goed bezocht worden dat ze ontzettend veel energie kregen toen ze hoorden dat er toeristen in de zaal zaten. Wat een hartzeer krijg je daar toch van! Ik hoop maar dat door veel initiatieven de cultuur weer wat belangrijker wordt in Indonesie. Na de show werden we nog terug gebracht door de zoon van een man die ook bij de show aanwezig was. Toen hij hoorde waar ons hotel was, moesten we meteen bij hem in de auto stappen, want dat was een ‘gevaarlijke buurt’, alleen maar ‘bad guys’ en mensen van lagere klassen. Wij stapten dus maar in en kregen zo een gratis lift terug naar ons hotel, waar we uitgeput in slaap vielen. Alhoewel Semarang niet veel te bieden heeft voor toeristen, waren het bijzondere 3 dagen in de ‘hometown’ van oma met de ontmoeting van een Indonesisch gezin en tante Winnie.

Yogya, Solo, Semarang


Na gisteren waren we zo moe dat we maar niet op gang konden komen vandaag. We hadden dan ook niks op het programma staan, dus sliepen we lekker uit en namen een heerlijk ontbijtje. Het eerste lekkere ontbijt sinds tijden. Ze hadden normale jam en zelfs kaas, al moet je bij die kaas niet aan de Nederlandse kaas denken. In Indonesie gebruiken ze kaas eigenlijk ook niet voor op het brood, maar ze doen het in de geraspte vorm op zoete lekkernijen. Jawel, zo hebben z e broodjes en pannenkoeken met chocola en kaas, banaan en kaas, banaan chocola en kaas. Op zich smaakt het nog best lekker ook. ’s Middags namen we de trein naar Solo waar we twee mensen van Traveler For Traveler (TFT) zouden ontmoeten. Ze hadden ons een hostel aangeraden vlakbij hen in de buurt, maar de becak kon het maar niet vinden. Toen we eindelijk aankwamen bleek het hek dicht, maar toen de jongens van TFT belden deed er een vrouw open. Het hostel vroeg echter veel te veel voor wat je kreeg (dat beginnen we nu wel door te krijgen) en bovendien was het heel ver weg van alle bezienswaardigheden. We belden de jongens van TFT en vroegen hen ons naar het hostel te brengen die we hadden gezien in de Lonely Planet. Omdat we moesten wachten totdat ze klaar waren met eten gingen we zelf ook maar wat eten. Samen met de vrouw van het hostel haalde Nick nasi gudek. Toen de jongens eindelijk kwamen namen ze ons mee naar een soort avondmarkt waar allerlei eetstalletjes stonden met traditionele gerechten. We hebben daar een of ander kokosdrankje gedronken, garnalen in bananenblad geproefd en ‘lekker cake’, een soort pannenkoekje met chocola en kaas of kaas en banaan er in. Erg lekker! De jongens bleken ontzettend grappig en aardig en we hebben echt een ontzettend leuke avond gehad.

Solo
Deze ochtend was een speciale ochtend. Alhoewel Nick al eerder rijst had gegeten ’s ochtends, wat het voor mij de eerste keer dat ik rijst at als ontbijt. Meer uit noodzaak, want het inbegrepen ontbijt was alleen maar Indonesisch, anders moest je weer bijbetalen. Niet dat dat nou zo erg was, maar ik dacht: laten we het gewoon proberen. Nou het viel best mee. We kregen een soort omelet met nasi erin. Wel raar om ’s ochtends vroeg chilipepers in je maag te laten glijden. Ons ochtendprogramma bestond uit het Kraton en het Paleis. Solo is de kleinere en authentiekere versie van Yogya en dat was ook wel te zien. Beiden gebouwen waren echt prachtig. In het Kraton moesten we tradionele kleding aan en onze slippers uit. Je mocht namelijk er namelijk of met schoenen of met blote voeten in, maar niet met slippers of sandalen. We begrijpen het nog steeds niet, maar goed we deden maar netjes onze slippertjes uit, met als resultaat dat we de rest van de dag met zwarte voeten rondliepen. In het Paleis kregen we een hele leuke rondleiding van een gids. Eerst kregen we een demonstratie van de paleisdans en daarna gingen we naar een museum waar alle bezittingen van de royal family ten toon gesteld stonden. Later mochten we zelfs het woongedeelte in waar de prinses en prinsen nog steeds wonen. Dat was wel heel bijzonder. ’s Middags gingen we naar Roti Kecil, waar ze de lempers hadden waar we al een week naar op zoek zijn. Nu met de Ramadan zijn bepaalde dingen niet echt te krijgen, omdat er andere dingen op het menu staan. Na ons buikje rond te hebben gegeten lieten we ons in de becak naar een antiek markt brengen. Dat bleek ook nog een heel avontuur, want de markt bleek verplaatst naar een andere straat. De antiekmarkt viel letterlijk een beetje in het water, want het begon te regenen, voor het eerst sinds APRIL! Het zal wel aan ons Nederlanders liggen, de regen volgt ons gewoon overal haha! De antiekmarkt was superschattig. Er stonden oude kassa’s, oud speelgoed, oude telramen enzovoorts. Ook heel veel prullaria natuurlijk. Uiteindelijk begon het zo hard te regenen dat we maar even gingen schuilen bij een soort overdekt plein. Later bleek dat daar ’s avonds tradionele dansen worden opgevoerd en toen wij daar zaten waren drie meisjes aan het oefenen, dus dat was wel erg leuk. Rond half 4 pikten de jongens van TFT ons op en brachten ons naar de Batik Village, waar we geshopt hebben in winkels met kleding van batik. Hierna gingen we wat eten bij een warung (restaurant) op straat die je anders echt voorbji zou zijn gelopen. Daar zaten we tussen de locals eten te eten wat de locals eten. Fantastisch! Dat is pas lekker eten, niet die vieze troep uit de cafe’s van de lonely planet. ’s Avonds gingen we nog naar een andere batikshop, een hele luxe, maar daarna waren we wel moe en gingen we naar het hotel. We dronken nog een drankje bij het cafeetje vlakbij ons hostel, maar de vrouw was zo chagereinig en deed zo weinig haar best een lekkere gemberthee te maken dat we het gauw hadden gehad daar. Dat was typisch zo’n restaurant die denkt dat als ze in de lonely planet staan, ze niks meer hoeven te doen voor hun gasten. Rond 10en gingen we naar bed, wat nu wel normaal is geworden voor ons, want het leven begint hier ook 2 tot 3 uur eerder dan in Nederland dus ’s avonds ben je gewoon helemaal gesloopt, zeker als je veel bezienswaardigheden hebt bezocht.

Solo –
Na ons Indonesisch ontbijt gingen we met de taxi naar het treinstation. De trein naar Semarang zou vertrekken van spoor 6, dus zaten we netjes te wachten op spoor 6. De trein zou om 11.05 vertrekken, maar om kwart over was er nog geen trein. Volgens Nick was dat normaal, maar ik dacht, laat ik het toch even vragen. De conducteur zei eerst dat de trein hier inderdaad zou komen, maar na 5 minuten kwam hij aangerend en zei dat de trein van spoor 5 vertrok. Ze roepen hier alle wijzigingen alleen om in het Indonesisch, wat best lastig is als je de taal niet echt spreekt. We zaten dus toch eindelijk in de goede trein op weg naar Semarang toen de trein plotseling stil stond en achteruit ging rijden. Vervolgens reed de trein weer vooruit en plots stonden we weer op het treinstation, op spoor 6. We snapten er niks van, maar moesten er erg hard om lachen. Toen we eindelijk op weg waren werden we plots opgeschrikt door een luide knal. Er bleek een steen door het raam te zijn gegooid, door spelende kinderen aldus een medepassagier. Het raam van de deur was volledig vernield. We keken om ons heen en zagen overal in de trein sterren in de ruiten zitten. Leuk die baldadige kinderen hier, voor je het weet heb je gewoon allemaal glassplinters in je oog of een steen in je nek. Na 3 uur kwamen we in Semarang aan. Weer was het zo ongelovelijk smerig. We reden langs een afvaldumplaats. Volgens het meisje waar we even mee aan de praat raakte werden daar dingen uitgezocht om te hergebruiken. Ik mag niet hopen dat ze dat ook doen met de water- en colaflessen waar wij uit drinken. Bij het station werden we opgehaald door Santi, een ander lid van de TFT. Ze liet ons direct Semarang zien en ze bracht ons naar het huis met duizend deuren. Daar kregen we een rondleiding wat wel erg leuk was. Rond half 6, toen de zon onder ging en het vasten dus gebroken werd, gingen we sate eten op straat met de familie en nog twee andere TFT leden. Nick en ik bestelden ook nog groenten met pindasaus, want de laatste dagen waren de groenten ver te vinden. Volgens de twee jongens uit Solo eten mensen ook alleen groenten thuis, want dat is niet bijzonder. Het was overigens heerlijk en na het eten gingen we zelfs nog even een ijsje eten bij Toko Oen, een oud Hollands restaurant. Vervolgens gingen we naar de mall, waar we bij een winkel van een vriendin van Santi zelf batik konden maken, de stof met patronen die hier gebruikt wordt voor kleding en sjaals e.d. Ik kan je vertellen dat het echt ontzettend moeilijk is en we kunnen dan ook niet begrijpen hoe de mensen het in godesnaam voor elkaar krijgen zulke fijne patronen te maken op een kleed. Eindelijk was de tijd rijp om naar het huis van Santi te gaan waar we nu zitten. Het zijn ontzettend lieve mensen en ik kan je alvast verklappen dat ook dit echt een hele ervaring is (details volgen in NL). Om een tikje van de sluier op de lichten, Nick en ik mogen niet bij elkaar slapen, sterker nog, Nick slaapt in een huis naast het huis waar ik slaap. Ach ja, na een maand samen hutjemutje, kunnen we best een nacht apart slapen, toch?