Yogya, Solo, Semarang


Na gisteren waren we zo moe dat we maar niet op gang konden komen vandaag. We hadden dan ook niks op het programma staan, dus sliepen we lekker uit en namen een heerlijk ontbijtje. Het eerste lekkere ontbijt sinds tijden. Ze hadden normale jam en zelfs kaas, al moet je bij die kaas niet aan de Nederlandse kaas denken. In Indonesie gebruiken ze kaas eigenlijk ook niet voor op het brood, maar ze doen het in de geraspte vorm op zoete lekkernijen. Jawel, zo hebben z e broodjes en pannenkoeken met chocola en kaas, banaan en kaas, banaan chocola en kaas. Op zich smaakt het nog best lekker ook. ’s Middags namen we de trein naar Solo waar we twee mensen van Traveler For Traveler (TFT) zouden ontmoeten. Ze hadden ons een hostel aangeraden vlakbij hen in de buurt, maar de becak kon het maar niet vinden. Toen we eindelijk aankwamen bleek het hek dicht, maar toen de jongens van TFT belden deed er een vrouw open. Het hostel vroeg echter veel te veel voor wat je kreeg (dat beginnen we nu wel door te krijgen) en bovendien was het heel ver weg van alle bezienswaardigheden. We belden de jongens van TFT en vroegen hen ons naar het hostel te brengen die we hadden gezien in de Lonely Planet. Omdat we moesten wachten totdat ze klaar waren met eten gingen we zelf ook maar wat eten. Samen met de vrouw van het hostel haalde Nick nasi gudek. Toen de jongens eindelijk kwamen namen ze ons mee naar een soort avondmarkt waar allerlei eetstalletjes stonden met traditionele gerechten. We hebben daar een of ander kokosdrankje gedronken, garnalen in bananenblad geproefd en ‘lekker cake’, een soort pannenkoekje met chocola en kaas of kaas en banaan er in. Erg lekker! De jongens bleken ontzettend grappig en aardig en we hebben echt een ontzettend leuke avond gehad.

Solo
Deze ochtend was een speciale ochtend. Alhoewel Nick al eerder rijst had gegeten ’s ochtends, wat het voor mij de eerste keer dat ik rijst at als ontbijt. Meer uit noodzaak, want het inbegrepen ontbijt was alleen maar Indonesisch, anders moest je weer bijbetalen. Niet dat dat nou zo erg was, maar ik dacht: laten we het gewoon proberen. Nou het viel best mee. We kregen een soort omelet met nasi erin. Wel raar om ’s ochtends vroeg chilipepers in je maag te laten glijden. Ons ochtendprogramma bestond uit het Kraton en het Paleis. Solo is de kleinere en authentiekere versie van Yogya en dat was ook wel te zien. Beiden gebouwen waren echt prachtig. In het Kraton moesten we tradionele kleding aan en onze slippers uit. Je mocht namelijk er namelijk of met schoenen of met blote voeten in, maar niet met slippers of sandalen. We begrijpen het nog steeds niet, maar goed we deden maar netjes onze slippertjes uit, met als resultaat dat we de rest van de dag met zwarte voeten rondliepen. In het Paleis kregen we een hele leuke rondleiding van een gids. Eerst kregen we een demonstratie van de paleisdans en daarna gingen we naar een museum waar alle bezittingen van de royal family ten toon gesteld stonden. Later mochten we zelfs het woongedeelte in waar de prinses en prinsen nog steeds wonen. Dat was wel heel bijzonder. ’s Middags gingen we naar Roti Kecil, waar ze de lempers hadden waar we al een week naar op zoek zijn. Nu met de Ramadan zijn bepaalde dingen niet echt te krijgen, omdat er andere dingen op het menu staan. Na ons buikje rond te hebben gegeten lieten we ons in de becak naar een antiek markt brengen. Dat bleek ook nog een heel avontuur, want de markt bleek verplaatst naar een andere straat. De antiekmarkt viel letterlijk een beetje in het water, want het begon te regenen, voor het eerst sinds APRIL! Het zal wel aan ons Nederlanders liggen, de regen volgt ons gewoon overal haha! De antiekmarkt was superschattig. Er stonden oude kassa’s, oud speelgoed, oude telramen enzovoorts. Ook heel veel prullaria natuurlijk. Uiteindelijk begon het zo hard te regenen dat we maar even gingen schuilen bij een soort overdekt plein. Later bleek dat daar ’s avonds tradionele dansen worden opgevoerd en toen wij daar zaten waren drie meisjes aan het oefenen, dus dat was wel erg leuk. Rond half 4 pikten de jongens van TFT ons op en brachten ons naar de Batik Village, waar we geshopt hebben in winkels met kleding van batik. Hierna gingen we wat eten bij een warung (restaurant) op straat die je anders echt voorbji zou zijn gelopen. Daar zaten we tussen de locals eten te eten wat de locals eten. Fantastisch! Dat is pas lekker eten, niet die vieze troep uit de cafe’s van de lonely planet. ’s Avonds gingen we nog naar een andere batikshop, een hele luxe, maar daarna waren we wel moe en gingen we naar het hotel. We dronken nog een drankje bij het cafeetje vlakbij ons hostel, maar de vrouw was zo chagereinig en deed zo weinig haar best een lekkere gemberthee te maken dat we het gauw hadden gehad daar. Dat was typisch zo’n restaurant die denkt dat als ze in de lonely planet staan, ze niks meer hoeven te doen voor hun gasten. Rond 10en gingen we naar bed, wat nu wel normaal is geworden voor ons, want het leven begint hier ook 2 tot 3 uur eerder dan in Nederland dus ’s avonds ben je gewoon helemaal gesloopt, zeker als je veel bezienswaardigheden hebt bezocht.

Solo –
Na ons Indonesisch ontbijt gingen we met de taxi naar het treinstation. De trein naar Semarang zou vertrekken van spoor 6, dus zaten we netjes te wachten op spoor 6. De trein zou om 11.05 vertrekken, maar om kwart over was er nog geen trein. Volgens Nick was dat normaal, maar ik dacht, laat ik het toch even vragen. De conducteur zei eerst dat de trein hier inderdaad zou komen, maar na 5 minuten kwam hij aangerend en zei dat de trein van spoor 5 vertrok. Ze roepen hier alle wijzigingen alleen om in het Indonesisch, wat best lastig is als je de taal niet echt spreekt. We zaten dus toch eindelijk in de goede trein op weg naar Semarang toen de trein plotseling stil stond en achteruit ging rijden. Vervolgens reed de trein weer vooruit en plots stonden we weer op het treinstation, op spoor 6. We snapten er niks van, maar moesten er erg hard om lachen. Toen we eindelijk op weg waren werden we plots opgeschrikt door een luide knal. Er bleek een steen door het raam te zijn gegooid, door spelende kinderen aldus een medepassagier. Het raam van de deur was volledig vernield. We keken om ons heen en zagen overal in de trein sterren in de ruiten zitten. Leuk die baldadige kinderen hier, voor je het weet heb je gewoon allemaal glassplinters in je oog of een steen in je nek. Na 3 uur kwamen we in Semarang aan. Weer was het zo ongelovelijk smerig. We reden langs een afvaldumplaats. Volgens het meisje waar we even mee aan de praat raakte werden daar dingen uitgezocht om te hergebruiken. Ik mag niet hopen dat ze dat ook doen met de water- en colaflessen waar wij uit drinken. Bij het station werden we opgehaald door Santi, een ander lid van de TFT. Ze liet ons direct Semarang zien en ze bracht ons naar het huis met duizend deuren. Daar kregen we een rondleiding wat wel erg leuk was. Rond half 6, toen de zon onder ging en het vasten dus gebroken werd, gingen we sate eten op straat met de familie en nog twee andere TFT leden. Nick en ik bestelden ook nog groenten met pindasaus, want de laatste dagen waren de groenten ver te vinden. Volgens de twee jongens uit Solo eten mensen ook alleen groenten thuis, want dat is niet bijzonder. Het was overigens heerlijk en na het eten gingen we zelfs nog even een ijsje eten bij Toko Oen, een oud Hollands restaurant. Vervolgens gingen we naar de mall, waar we bij een winkel van een vriendin van Santi zelf batik konden maken, de stof met patronen die hier gebruikt wordt voor kleding en sjaals e.d. Ik kan je vertellen dat het echt ontzettend moeilijk is en we kunnen dan ook niet begrijpen hoe de mensen het in godesnaam voor elkaar krijgen zulke fijne patronen te maken op een kleed. Eindelijk was de tijd rijp om naar het huis van Santi te gaan waar we nu zitten. Het zijn ontzettend lieve mensen en ik kan je alvast verklappen dat ook dit echt een hele ervaring is (details volgen in NL). Om een tikje van de sluier op de lichten, Nick en ik mogen niet bij elkaar slapen, sterker nog, Nick slaapt in een huis naast het huis waar ik slaap. Ach ja, na een maand samen hutjemutje, kunnen we best een nacht apart slapen, toch?

Bogor, Puncak Pas, Yogya


Zo vroeg mogelijk vertrokken we uit Jakarta om de onverdraagbare hitte te verruilen voor het koelere klimaat in Bogor. De trein vertrok voor Indonesische begrippen op tijd (drie kwartier later) en binnen anderhalf uur stonden we op het treinstation in Bogor. Meteen werden we geroepen door een school becaks en namen met z’n tweetjes en onze twee grote rugzakken 1 becak, een hilarisch tafereel voor de Indonesiers die niet begrijpen waarom we met onze dikke billen niet gewoon twee becaks nemen. Het was maar een klein end, maar voor onze fietsende chauffeur desalnietemin ontzettend afzien. Hij kwam nauwelijks vooruit, wat natuurlijk te wijten was aan de ruim 180 kilo die hij de berg op moest fietsen. We hadden zo met hem te doen dat we bijna wilde gaan lopen. We werden afgezet bij de losmen die we hadden uitgezocht, een familie hostel en het meest eenvoudige wat je ongeveer kunt krijgen. De familie was uiterst gastvrij en de kamers verbazingwekkend met westers toilet. Geen warm water, maar ach, dan douchen we wel een dagje niet. Na een colaatje waren we klaar voor de beroemde Botanische Tuin van Bogor. Deze tuin is een van de grootste in Zuid-Oost Azie. We wandelden wat door de tuin en gingen wat lunchen bij een heel mooi restaurant met een gigantisch mooie tuin. Je kon hier zelfs poffertjes krijgen. Na een heerlijk vruchtensapje en thaise nasi vertrokken we richting de orchidee tuin waar wel 3000 soorten gehouden zouden worden. De tuin bleek dicht te zijn, dat waren ze even vergeten te melden bij de ingang. In Indonesie krijg je niet vanzelfsprekend alle informatie, alleen als je er naar vraagt. Na een goede pruillip deed het ventje toch maar de tuin voor ons open. Daar bevonden zich geen 3000 soorten, al was ook dit te verwachten, aangezien de buitenkant vaak belangrijker is dan de inhoud. Desalnietemin waren de paar soorten orchideetjes wel mooi. De kruidentuin bleek ook dicht, dus gingen we maar naar het paleis, die helaas OOK dicht bleek te zijn. De grootste bloem van de wereld die Bibi zo graag wilde zien was nergens te bekennen, maar de bloem bloeit dan ook maar eens in de drie jaar. Een klein detail. Sja, waarom zou je aan de ingang vertellen dat alles dicht is en de grootste attracties er niet zijn, want dan gaan er natuurlijk ook geen toeristen naar binnen. We zagen een donkere lucht aankomen en aangezien het in Bogor maar 2 dagen in het jaar droog is, hadden wij het vermoeden dat dit buitje niet zomaar over zou gaan. We lieten de tuin voor wat het is en gingen naar een cafeetje naast ons hostel waar ze Heineken op het menu hadden staan, maar zoals we al hadden kunnen verwachten was die natuurlijk uitverkocht. Dan maar een lekkere grote Bintang (Indonesisch biertje die de naam ‘ster’ draagt) en een verse ijsthee. Een pakje kaarten erbij en we hebben ons kostelijk vermaakt. ‘s Avonds gingen we wat eten in een restaurantje om de hoek waar we plots werden gevraagd door een jongen met een regenjas aan of we les wilden geven. Een beetje beduusd door deze vraag om 9 uur ‘s avonds, stelde de jongen ons direct gerust door ‘de leraar’ alles te laten komen uitleggen. Na een klein overleg besloten we mee te gaan en dit bleek het leukste uitje ooit. We kwamen aan bij een soort schooltje waar ze allerlei cursussen geven. Wij moesten een uurtje Engelse les geven aan 17-jarigen werd ons verteld. Toen we de klas binnen kwamen werden we verwelkomd door een stuk of 20 vrolijke meisjesezichten met hoofddoekjes om. We moesten in een soort bank gaan zitten en de meisjes moesten ons vragen stellen. Ze maakte onnoemelijk veel grapjes en bij ieder grapje lachte de hele klas mee. De meisjes waren echt zo ontzettend leuk. Ze stelden ons allerlei vragen over het leven in Nederland, ons eigen leven en ze hebben wel twee keer gevraagd of we niet bang waren voor terrorisme. Toen we weg gingen kregen we nog een pakketje met lekkernijen mee als dank. Het was een hele leuke ervaring.

De
Na een pannenkoek gebakken door de vrouw des huizes werden we om 8 uur opgehaald door onze chauffeur. Eerst reed hij ons samen met een gids naar een poppenfabriek, waar ze speciale poppen maken voor allerlei Indonesische voorstellingen zoals Ramayana. Het bleek een familiebedrijf te zijn waarin vader de voornaamste rol speelt. Hij hakt alle lichaamsdelen van de pop uit een stuk hout waarna de andere werknemers verder gaan met het verven en het maken van de kleding. De zoon vertelde ons dat zijn vader vroeger altijd naar de poppenvoorstellingen ging en vooraan ging zitten, waar hij goed de poppen na kon tekenen. Nadat hij alle schetsen had verzameld, heeft hij eerst 3 jaar lang op aardappelen geoefend, alvorens hij de figuren uit het hout ging snijden. Hij heeft geen voorbeelden, behalve zijn eigen schetsen en maakt alle figuren uit zijn hoofd, en dat zijn er in het verhaal van de Ramayana maar liefst 120 unieke figuren. Het was heel leuk te zien hoe de poppen werden gemaakt en kochten dan ook twee poppen voor onszelf die ze naar Nederland zullen verschepen. Terug in de auto vertelde de gids ons over ziekte in Indonesie. Als men hier ziek is, gaat men niet direct naar de dokter of het ziekenhuis, maar proberen ze zich te genezen met de natuur, zooals verschillende soorten kruiden en bladeren. Bijvoorbeeld het Guave blad helpt tegen diarree en zo is er nog veel meer. Hij vertelde eerder al dat veel Moslimse vrouwen hier nog een alternatief anticonceptiemiddel gebruiken, namelijk een bepaald blad, Sereh genaamd (geen citroengras, je spreekt het uit als sirreg), dat er voor zou zorgen dat de baarmoeder heel droog wordt (of iets dergelijks) en er geen vrucht kan nestelen. Het is heel interesant en apart om te zien hoe andere mensen denken over ziekte en hoe alternatief de geneeskunde hier nog soms is.
We gingen verder met onze chauffeur, want de gids hadden we eigenlijk helemaal niet ingehuurd, maar ging alleen mee naar de poppenfabriek als extraatje. We reden richting de Puncak Pas die zoals beschreven in boeken vol is gebouwd met hotels en restaurants. Op een gegeven moment kwamen we echter in een open natuurgebied en zagen de theeplantages opdoemen. We stopten bij de theefabriek Gunung Mass waar we eerst stopten bi jde theepluksters. Een van de vrouwen ging geposeerd bij een theestruik staan en zei dat ze net zou doen of ze thee plukt en dat wij dan een foto mogen maken. Dat was een beetje jammer, want spontane foto’s zijn natuurlijk veel leuker. Later bleek ook dat ze er natuurlijk geld voor wilde hebben. Aan de chauffeur gevraagd wat normaal is om te geven, maar toen de vrouw het geld in ontvangst nam begonnen de andere vrouwen ook te klagen dat zij geld wilden hebben. Echt jammer dat sommige plekken hier al zo verpest zijn door het toerisme. De fabriek bleek dicht en een mannetje vertelde ons dat we wel naar binnen konden, maar voor 70.000 roepie per persoon, terwijl de entree slechts 10.000 zou moeten zijn. Godzijdank kwam er een Nederlands stel met gids aanlopen die de fabriek in ging. Dus wij snel er achter aan en binnen bleek dat we veel minder hoefde te betalen en dat iemand ons zelfs ging rondleiden. De rondleiding was heel leuk en informatief. We reden verder naar het meer ‘van vele kleuren’. Het bleek een nietszeggende plas water en er was een heel survivalpark omheen gebouwd zodat ze weer extra entreegeld konden vragen. Er stond in de Lonely Planet dat er wel zon nodig was om de verschillende kleuren te zien, maar eigenlijk geloofden we er helemaal niks van dat dit plasje daadwerkelijk zo speciaal zou zijn. Desalnietemin was het landschap dat vol stond met theestruiken wel erg mooi. Het panorama restaurant was niet noemenswaardig en als we heel eerlijk zijn kunnen we concluderen dat de Puncak pas leuk is om doorheen te rijden, maar verder geen bijzondere attracties heeft en eigenlijk een beetje verpest is door het toerisme. In Bandung aangekomen leken we net terug te zijn in Jakarta. Het verkeer was niet door te komen en eigenlijk hadden we toen al besloten dat we niet in Bandung gingen blijven. Daarom boekten we een hotel 1 minuut van het station vandaan zodat we de volgende dag vroeg de trein konden pakken naar Jogjakarta.
Treinreis naar Jogjakarta
Om 8 uur stonden we op het perron en bleken niet de enige Nederlanders te zijn. We zaten lekker Executive class met airco en daar waren we erg blij mee, want voor het eerst hadden we normale beenruimte en was het rustig in een openbaar vervoersmiddel. Nou ja, behalve de luidruchtige Chinezen die achter ons zaten, al rochelend en luid telefonerend. De treinreis was fantastisch. Vooral in het begin reden we door de mooiste landschappen van rijstvelden en bergen. Later zagen we veel meer bebouwing en kon je weer goed zien hoe dichtbevolkt Java is. Iedere keer als we stopten bij een station of wissel, waren we zo dankbaar dat we eerste klas zaten want in de tweede klas kwamen allerlei kinderen aan het raam hangen, bedelend voor geld en bovendien kwamen er allerlei verkopers met prullaria binnen die al gillend door het treinstelsel liepen om duidelijk te maken wat ze verkochten. Het klinkt misschien bot, maar na bijna een maand in Indonesie wordt je soms wel een beetje moe van het bedelen. Aangekomen in Jogja liepen we fluitend langs alle becaks die ons al bijna niet meer aansproken omdat we zo standvastig en hard doorliepen. Heerlijk! We gingen direct naar Bladok, op aanraden van Roelof (dank!) en dit bleek een heel leuk hostel met zwembad en hele mooie kamers. Het is vrij Westers, zowel de toeristen (veel Nederlanders, Belgen en Fransen) en de menukaart, maar dat zijn veel dingen hier in Jogja, zouden we later merken.

Jogjakarta
De eerste dag hebben we Jogja zelf verkent. Het is een leuke stad met veel mooie bezienswaardigheden. We hadden een becak voor de hele dag genomen voor nog geen 3 euro. In het Kraton kregen we een rondleiding van een hele leuke gids, een superschattig vrouwtje waar we ontzettend mee gelachen hebben. Daarna gingen we naar het waterpaleis en de vogeltjesmarkt, waar allerlei vogels te koop zijn. We zagen daar hele rare kuikens, waarvan de vacht felgekleurd was met blauw, roze, geel enz. Een beetje zielig eigenlijk. ’s Middags regelden we een scooter voor de volgende dag om naar de en Pramban te rijden. Hierna gingen we op aanraden van een Amerikaan die hier al een maand zat, eten bij een tentje waar ze heerlijk Indonesisch eten hadden. Als je het niet had geweten zou je het tentje makkelijk voorbij lopen, want van buitenaf ziet het er niet bijzonder uit. Het is jammer dat in de Lonely Planet bijna alleen maar Westerse restaurants staan en ik denk dat als je het eten van Jogja wilt leren kennen je beter de Lonely Planet even links kan laten liggen en de locals kunt vragen waar je het beste kunt eten. Hierna gingen we naar een voorstellingen met de Wayang poppen. We konden het niet echt volgen en het duurde twee uur, maar het was echt een hele leuke ervaring. De muziek is prachtig en de poppen zijn heel mooi. Hierna liepen we terug via de hoofdstraat, waar we een lokaal gerecht hebben geprobeerd, Gudek. Het is een soort gerecht met Jackfruit (wat dat ook moge zijn), kokos en nog wat andere dingen. We zaten bij een tentje op straat waar we lekker met ons handen, zoals de Indo’s dat ook doen, hebben gesmuld van dit bijzondere gerecht. Zeker de moeite waard! En we hebben niet eens diaree gekregen ;) . Hierna gingen we gauw slapen, want de volgende dag zouden we om 4 uur op staan om bij zonsopkomst bij de Borobodur te zijn.
De volgende ochtend hadden we ons verslapen, maar gelukkig niet te veel. In een kwartiertje kleedden we ons aan en vertrokken we op de scooter richting Borobodur. Het is echt gek om te zien wat een bedrijvigheid er op straat is rond 5 uur ’s ochtends. Dat komt natuurlijk ook door de Ramadan. We kwamen rond zessen aan bij de Borobodur waar het heerlijk rustig was. De tempel was prachtig, vooral zo vroeg in de ochtend. In de verte zag je mistige bergen en de vulkaan wat een ontzettend mystiek gevoel gaf. We keken ons ogen uit, wat prachtig dat mensen dit zo hebben kunnen maken!
Na deze bijzondere belevenis gingen we even wat koffie drinken waarna we nog langs een andere kleine boedistische tempel reden die erg mooi bleek te zijn. Vervolgens reden we naar Kaliurang, een plaatsje aan de voet van de Merapi waar we eerst heerlijk hebben gelunched bij een hostel. Hierna gingen we het park aan de voet van de vulkaan in, maar de man had ons al verteld dat we in de velige zone moesten blijven, want er was activiteit gezien en ze verwachtte een dezer dagen een erruptie (geen grote hoor, maar de lava komt wel tot een bepaalde grens waar je dus niet kan komen). Het was een leuke tocht naar het uitzichtpunt alleen konden we de top van de vulkaan niet echt zien door de bewolking. Als laatste op het programma stonden de tempels van . Het was echt een goed idee dat we op de scooter zijn gegaan, want zo konden we via een hele leuke alternatieve route – door prachtige rijstvelden – naar de tempels rijden. Rond zonsondergang kwamen we bij de Hindu tempels aan. We besloten een gids te nemen en dat bleek een goede keuze. Weer hadden we een fantastisch leuke gids die ons haarfijn alles uitlegde over de tempels. bestaat uit wel 240 tempels, maar een hoop zijn verwoest door de aardbevingen en kunnen nog niet opgebouwd worden door gebrek aan geld en gebrek aan vakkennis. Een paar van de grote tempels werden gerenoveerd, omdat ze schade hebben geleden door de aardbeving van een paar jaar geleden. Weer werden we overmeesterd door een mystiek gevoel, helemaal omdat de tempels er zo prachtig bij lagen tijdens de zonsondergang. In het park waren nog meer tempels, waaronder ook boedistische tempels en de gids liet ons die ook nog zien alhoewel het park eigenlijk al dicht was. Aan het eind van de dag hebben we gegeten bij ViaVia, een Belgisch restaurantje waar we toch weer Indonesisch hebben gegeten. Gek genoeg hebben we echt geen trek in friet, pasta of een stuk vlees, maar alleen maar in rijst. Toen we na een tocht van 16 uur terugkwamen in ons hostel konden we terugkijken op een fantastische dag en vielen we uiteindelijk rond tienen uitgeput in slaap.